Categorie Archieven: Uncategorized

Ik had me voorgenomen om in de nacht van 28 februari op 1 maart míjn nieuwjaar te vieren. De eerste twee maanden zouden ergens weggestopt worden in een soort van niemandsland, of nog aan 2008 geplakt worden, en de verbeterde versie van 2009 zou feestelijk ingezet worden op hetzelfde moment als de maand waarin de lente begint. Een portie vergiftigd voedsel stak stokken in de wielen, maar evengoed lijkt het tij stilaan te keren. Vandaag kwam immers eindelijk het verlossende nieuws: mijn sabbatmaand is goedgekeurd. En ondertussen al veel voller gepland dan oorspronkelijk de bedoeling. Als alles goed gaat – en hiervoor zou ik bijna beginnen bidden hoewel ik verder absoluut niets heb met God en de zijnen – trek ik tijdens die maand een weekje naar het buitenland voor een definitieve oplossing voor Het Probleem. Dat waar ze hier een maand over doen, klaren ze daar in een week, en wat me hier een kleine wagen zou kosten, kan daar voor een derde van de prijs. Het is nog even zéér bang afwachten tot woensdag, want dan hoor ik hoe erg ik eraan toe ben, of er al dan niet een slopende procedure moet aan vooraf gaan en zo ja, of dat kan binnen die tijdspanne. In mijn hoofd zijn de antwoorden niet erg, nee, en niet van toepassing, want als het tijdens die maand niet kan, wordt het al meteen uitgesteld naar september of later, en dat is geen optie. Yours sincerely heeft haar zinnen gezet op de eerste zorgeloze zomer ever, en dan heeft ze het niet over die van 2010.
Eens ik daarover meer uitsluitsel heb, kan ook de trip naar Barcelona gepland worden, waar we Maylens beste vriend die sinds kort Spaans burger is, gaan bezoeken, én wat research gaan doen om in zijn voetsporen te treden, want ook die plannen worden nu wel erg concreet. Tussen de bedrijven door moet en zal ik een vriend aan de andere kant van het land een blitsbezoek brengen én hoop ik dat waar die maand oorspronkelijk voor bedoeld was, uitzoeken wat ik op professioneel, persoonlijk en creatief gebied met mezelf aan moet, ook nog snel afwerken. Aan eventuele werken aan het huis durf ik niet eens denken wegens nu al tijdgebrek.
Zo’n maand vakantie, dat ziet er zo vermoeiend uit, I’m tellin’ ye.

p1040178klein

p1040181klein

p1040131klein1

p1040167klein

p1040172

Ik ben een geboren insomniac. Een hele dag kan ik het gevoel hebben dat als ik me, eender waar ik me op dat moment bevind, meestal op het werk, zou neerleggen, ik binnen de seconde in slaap val. Dat gevoel heb ik ’s ochtends wanneer de wekker afgaat, voor de middag op het werk, na de middag op het werk, als ik thuiskom van het werk. Maar dan gebeurt er iets; we naderen de magische grens van 21:00, het moment waarop ik wakker word. Mijn energiepeil schiet de hoogte in en ik zou kunnen doorgaan tot de volgende ochtend, ware het niet dat dat niet erg slim is om doen als de wekker die ochtend weer afgaat. Het is een erfenis van mijn vader, diens moeder en de rest van die kant van de familie, ik ben een rasechte Serotto. Mijn moeder is het absoluut tegenovergestelde, het mens rent voor dag en dauw fris en monter door het huis en als ze zich overdag of  ’s avonds neervleit, of dat nu om 15:00 of om 20:00 is, ze heeft geen minuut nodig om zich in dromenland te bevinden.
Normaal gezien toch. Twee vrijdagen geleden liep het daar een beetje mis. Tot zes keer toe kwam ze weer uit haar bed gesukkeld omdat ze de slaap niet kon vatten. Telkens ze haar ogen sloot, speelden de gebeurtenissen van die dag zich weer voor de spiegels van haar ziel af. En dat stortte haar telkens weer in zo’n onbedaarlijke lachbui, dat ze er er niet in slaagde in slaap te vallen.
Twee vrijdagen geleden, dat was de dag waarop we er met de husky’s op uit zouden trekken. De dag waarop je helemaal overmand toekijkt hoe de hel losbarst wanneer je terecht komt tussen eindeloze groepen hyperactieve honden die blaffen, janken en kermen alsof hun leven ervan afhangt, klaar om elk grammetje energie te laten ontploffen eens ze met die slee vertrekken. En ontploffen, dat hebben ze gedaan. De stilte die je overvalt eens die energiebommen gelost worden, is oorverdovend. De vaart waarmee die dieren uit hun startblokken schieten, is overweldigend. Ze gaan hard, die jongens, heel hard.
Met zijn zessen waren ze om mijn moeder en mij bijna twee uur lang bij nogmaals -27°C langs de mooiste plekken op aarde te leiden. Mijn moeder en ik zijn samen echter maar goed voor een kleine honderd kilo, terwijl ons zestal makkelijk het dubbele had aangekund, en dat hebben we geweten. Waar onze voorgangers moesten afstappen en bijduwen op hellingen, moest ik blijven afremmen om te voorkomen dat onze vierpoters niet mee op de slee van de duwers voor ons kropen. Alleen ging dat remmen niet zoals het moest. Even op de ijzeren stang gaan staan die zich in de sneeuw haakt en zo het ding afremt, volstond wel bij de anderen, niet bij ons. Mijn remmen bestond uit vijf à zes keer met al de kracht en het gewicht dat ik in me heb op de rem te springen. En dan gingen we inderdaad een klein beetje trager. Denk ik toch.
Niet traag genoeg echter om die ene bocht zonder kleerscheuren door te komen. In de hoop toch een beetje af te remmen, plantte ik mijn linkervoet op de rem, waarop ik al snel merkte dat ons gevaarte stuurloos werd. Het enige wat ons nog eventueel kon redden, was mijn voet terug op de plank zetten, maar daar faalde ik. In de snelheid lukte het niet om mijn voet terug op de juiste plaats te krijgen en dus kwam hij in de sneeuw terecht, waardoor de afstand met zijn rechtertegenhanger al snel te groot werd en er niets anders opzat dan de slee los te laten. Terwijl ik zag hoe de honden er in volle vaart vandoor gingen met mijn moeder, die zich van geen kwaad bewust was en mij naar eigen zeggen druk toeriep dat ik nu toch echt wel moest vaart minderen, maakte ik mijn eerste buiklanding. Eens weer terug op twee in plaats van vier ledematen, merkte ik nogmaals hoe snel onze energiebommen konden lopen; ik moest een behoorlijk stuk afleggen om de slee, die ondertussen gelukkig door de gids tot stilstand was gebracht, weer bij te benen. Imagine mijn moeder die gierend van het lachen in het platste dialect gilt dat ik moet remmen, niet wetende dat ik een paar bochten eerder languit in de sneeuw lig, gevolgd door haar verbazing als ze ziet dat er eerst niemand en vervolgens een dik ingepakte Fin haar slee bestuurt, en je kan je wel inbeelden dat we een aantal dagen nodig hadden om daarover uitgelachen te raken. En er was meer.
Want we gingen ook niet traag genoeg om die andere bocht vlotjes het hoofd te bieden. Meer nog, daar liep het zo mogelijk nog fouter, althans voor mijn moeder. Ik, ondertussen ervaren buiklander, deed mijn kunstje nog eens over. Terwijl ik daar zo rustig, de armen keurig voor me uitgestrekt, wat lag te liggen – ik dacht bij mezelf, het is behoorlijk zwaar om zo’n ding onder controle te houden, dus af en toe een rustpauze inlassen is geen overbodige luxe, ook al is het geen zicht zo op je buik in de sneeuw, maar geen kat die me hier kent - kreeg ik één van de meest hilarische taferelen die ik ooit aanschouwde voorgeschoteld. Het was nog niet genoeg dat mijn moeder weer bijna alleen in Noorwegen belandde dankzij onze pluizebolletjes, néé, ditmaal kantelde de slee gewoon om. En daar ging ze dan, mijn moeder, gierend van het lachen, nog een paar meter verder op haar zij. En daar lag ze nog toen ik had besloten dat ik genoeg uitgerust was om weer verder te gaan. Al had ze gewild, ze moest zo hard lachen dat ze gewoon de kracht niet vond zichzelf uit haar benarde positie te bevrijden. Dat, of ze was ook even aan een pauze toe. Ik moest haar zowaar tot de orde roepen, of ze lag er misschien nu nog. Waarop ze nog harder moest lachen door mijn strenge optreden, uiteraard. Moeders. Je moet ze soms echt onder controle houden.

78385522

Twee gedaanteverwisselingen op één week tijd, het toont wat aan, me dunkt. Nina is namelijk extreem zoekende nowadays. Surprise, surprise. Wat wel verrassend is aan dit zoekend zijn, is dat het zich zo anders voordoet dan alle andere keren. Het gaat dieper, alsof ik me op een ander niveau van bewustzijn bevind. Ik zoek anders dan anders. Naar andere dingen dan anders.
In de auto, bijvoorbeeld, naar de juiste muziek. Want muziek is alleen juist als ze bij je humeur past, en ik ondervind heel wat moeilijkheden om het muzikale af te stemmen op het mentale lately. Het hartverscheurende genre is me dezer dagen wat te triestig, de stomend hete r&b-beats krijgen me niet in een sexy mood.
In de kleerkast, bijvoorbeeld, op zoek naar de juiste outfit. Want je hebt pas de juiste outfit aan als die bij je humeur past, en ik ondervind heel wat moeilijkheden om het vestimentaire af te stemmen op het mentale lately. De zomerse meerderheid is – volgens ‘de mensen’ althans – wat te bloot voor dit weer, de winterse minderheid is ronduit saai en truttig. En jammer genoeg niet truttig als in primbo, want dan zou ik hot zijn dit seizoen.
Het lijkt me gewoon allemaal zo grijs, nu ik het eens goed bekijk. Zo basic. En Nina mag dan al haar hele leven een kleurloze no-nonsense figuur geweest zijn, ik wil hoe langer hoe meer gillend wegrennen van dat inspiratieloze bestaan. Ik wil kleuren. In mijn huis, op mijn foto’s, in mijn garderobe, in mijn leven. Vlammende kleuren. Wanna set the world on fire.
En daarom staak ik die andere zoektocht even. Die naar werk. Want als ik binnen mijn grijze, semi-administratieve hokje op zoek ga naar een soortgelijke job, zal ik geen kleuren vinden. Just another shade of grey. Het voelt aan als kiezen tussen de pest en de cholera. I want neither, obviously.
Ik wil creativiteit, vrijheid, uitdaging, zelfstandigheid. Mijn hele hebben en houden achterlaten en ergens in New York een crappy appartement delen met twee freaks, om de maand van job wisselen en met de vreemdste mensen terechtkomen op de vreemdste plaatsen. Mijn job opgeven, just like that, en zien waar het me brengt. Me gewoon laten meedrijven op een stroom van gevoelens, mijn intuïtie volgen en weten dat het goedkomt, either way. Me losmaken van alles waaraan ik met handen en voeten gebonden ben. Ik wil vandaag niet weten wat morgen brengt. Wanna take the plunge, knowing that the sky’s the limit.
We vertoeven dus nog altijd in onze weird place, met zijn tweeën. Controlefreak slash chicken shit Nina en dappere, onbezonnen Nina. Bij momenten in een rotvaart de dieperik ingezogen door het loodzware besef dat ik te bang ben om zo’n ingrijpende risico’s te nemen. Bang om alle (financiële) zekerheden die ik, zorgvuldig gepland en uitgestippeld, tot hiertoe opgebouwd heb, diezelfde dieperik in te keilen en er gewoon voor te gaan, voor die boeiendere versie van mijn grijze bestaan. Skyhigh de hoogte in gekatapulteerd op andere momenten, voortgedreven door een onstuitbare energie waarmee ik bergen verzet, gewoon door te denken hoe het zou kunnen zijn in een fluoroze-met-zilveren bestaan.
Ze vechten hele oorlogen uit, die twee Nina’s. Ze leven parallel naast elkaar, dan weer staan ze met getrokken messen tegenover elkaar om wat later in mekaar over te vloeien. En ze trékken. Ze trekken zo hard. God, wat trékken ze hard. Naar zo’n twee compleet verschillende richtingen, de ene omlaag, de andere omhoog, dat ik het soms fysiek voel, in mijn maag. Manic depression meets schizophrenia.
Die muziek, die vind ik wel weer. Die flashy garderobe, dat is slechts een kwestie van een nier te verkopen om vervolgens zwaar te investeren in een paar de la Renta’s en Prada’s. Maar de exacte plaats waar ik moet gaan staan om de sprong te wagen, die weet mijn inwendige gps met geen mogelijkheid te vinden. Damn you, ontbrekende oriëntatiehersencel.

Zou de wereld er voortaan een klein beetje mooier gaan uitzien?

Veel mensen gebruiken graag de term ‘emotionele rollercoaster’, waardoor het wat een cliché wordt. Bij deze ga ik ook maar eens een cliché gebruiken: de afgelopen twee maanden waren een emotionele rollercoaster waar ik ben opgestapt in aanloop naar het huwelijk van beste vriendin Kristel. Het organiseren van haar vrijgezellenmarathon heeft me opgezadeld met oververmoeidheid en een bescheiden zenuwinzinking, en eens die dag voorbij, was het nog niet gedaan met de pret. Ik had het namelijk in mijn, door mezelf weinig geliefde, hoofd gehaald een dagboek – denk Bridget Jones - voor haar te maken voor haar huwelijk, te beginnen bij de dag van haar geboorte tot de dag van het huwelijk. Die dag worden er vaak presentaties gemaakt met foto’s en anekdotes van het gelukkige koppel, maar ik wilde iets meer, iets blijvends. Iets wat ze af en toe nog eens kan bovenhalen, want de bloemen die ze krijgen, zijn volgende week verwelkt, en buiten de foto’s blijft er verder niets over van de duurste dag van je leven.
En zo ging ik, wegens tijdgebrek vòòr de vrijgezellenavond, een kleine twee weken geleden aan de slag met foto’s, anekdotes, tickets, briefjes en een verzameling wascokrijtjes, stickers en pennen in alle kleuren. Ik plakte alles netjes in chronologische volgorde in het ultieme pink-girly schrift dat ik had gekocht en voorzag alles van teksten, herinneringen en commentaren, soms hilarisch, soms ontroerend. Twee weken lang ben ik in haar leven gestapt, heb ik vragen gesteld aan haar familie en vrienden en heb ik grenzen verlegd. Grenzen als ‘hoeveel kan een mens doen in zo weinig mogelijk tijd’, want het was een heuse race tegen de klok om op twee weken dertig jaar in woord en beeld te brengen. Grenzen als ‘hoeveel kan een mens leren in zo weinig mogelijk tijd’, want ik moest leren een statief in elke mogelijke bocht wringen, leren foto’s maken van foto’s, leren foto’s bewerken, leren wat getorst, brede en smalle banen zijn, leren over kleuren, leren over creatief zijn, leren noodscenario’s opstellen en oplossingen zoeken bij een huwelijksfotoshoot in gietende regen en leren over huwelijkstradities. Grenzen als ‘hoeveel verschillende gevoelens kan je hebben over één persoon’, want ik heb haar vervloekt, mijn beste vriendin. Ik heb haar gehaat, ik heb haar niet willen horen of zien, ik heb geroddeld over haar en ik heb gezien hoe verschillend we eigenlijk wel zijn geworden in de loop der jaren, terwijl we als tieners wel één en dezelfde leken te zijn.
Het was pas gisteren, toen ik de heksenketel van kappers, visagisten, jurken die ineens niet meer zo mooi leken als toen ze in de winkel gepast werden en zien dat er niets vergeten werd overleefd had, dat de stress, en daarmee alle negatieve gevoelens van me afvielen. Het was pas vanmiddag, toen ik met Maylen, de fotograaf van dienst, mijn moeder, vrijwillig medefotograaf tijdens de shoot, drie camera’s en twee laptops naar de foto’s keek, dat ik haar eindelijk weer kon zien wie ze echt was; een prachtmeid met een spontaniteit waar maar weinigen aan kunnen tippen, een stralende lach en ogen waar de energie en levenslust lijkt vanaf te spatten. Het was pas toen ze me een sms stuurde waarin ze zei dat ze het boek met tranen in de ogen had bekeken en gelezen, en dat ze het voor altijd zal koesteren, net als onze vriendschap, dat ik weer voelde hoe belangrijk ze eigenlijk is voor mij, hoe ver de richtingen waarin we geëvolueerd zijn ook uit elkaar liggen.
Het is nu dus tijd om van die zogeheten rollercoaster te stappen en weer het leven van alledag te hervatten. Het leven waar ik voortaan met een paar nieuw geleerde, kostbare lessen door wandel, en vele mooie herinneringen rijker. Want het was een geweldige dag gisteren. Samen zenuwachtig zijn, samen ontroerd zijn, samen gelukkig zijn, samen feesten, vanop de eerste rij toekijken hoe ze ja zei tegen de man van haar leven en als getuige mijn zegen mogen geven over een verbintenis waarin ik rostvast geloof, want die twee zijn voor elkaar gemaakt.
Dat is wat ik me altijd zal blijven herinneren, wat ik in de loop der tijd zal vergeten, zijn de feiten en cijfers. Maar thank god voor blogs, want die kan ik hier kwijt. Om 7 uur ’s ochtends is de dag begonnen, tegen 4 uur was hij voor ons voorbij. Maylen heeft meer dan vijfhonderd foto’s genomen, mijn moeder rond de 130 en ikzelf ook nog een dertig- à veertigtal met een iets minder professioneel ‘toeristen’toestelletje. Samen met de anderen die foto’s hebben genomen, gaan we aan een totaal van om en bij de 1000 foto’s zitten. De shoot duurde drie uur en ging door op vijf verschillende locaties. Mijn hele outfit kostte 250 euro, omdat ik mijn kleed toevallig tijdens de solden heb gespot, anders was het 400 euro geweest. Mijn kapsel heeft me nog eens 100 euro armer gemaakt, maar als ik kon, ik zou het elke dag laten doen. Maar alleen maar omdat het mooi was. ’s Ochtends heeft de kapster 20 minuten nodig gehad om het zo te krijgen, ’s nachts heb ik exact evenveel tijd nodig gehad om het ongedaan te maken. Er waren 51 spelden, één rekker en een paar liters lak nodig voor die constructie, en heel wat wilskracht, een schaar en een paar krampen in mijn armen om dat er weer uit te krijgen, want mijn haar leek wel van beton. Daarom zou ik het nooit meer laten doen. Maar het was het waard. De complimenten die ik heb gekregen over kapsel en outfit heb ik niet geteld, maar het waren er een pak meer dan op een doordeweekse dag. Mijn favoriete complimenten, dat ik er als een Griekse schone uitzag, heb ik wel geteld. Het waren er vier. Gek hoe dat door de jaren heen verandert; over Spaans en Italiaans naar Braziliaans tot dit jaar blijkbaar Grieks. Misschien omdat ik morgennacht daar naartoe ga. Ofwel is mijn wipneus overnight veranderd van vorm. Er waren drie gangen, allemaal in buffetvorm. Negen sigaren hebben we, jawel we, de meisjes, gerookt. Just for the fun of it, en het was pretty cool. De ‘animatie’ bestond uit twee speeches, twee presentaties en één spel. In de witte wijn zat blijkbaar weinig alcohol, want ik heb zo maar eventjes letterlijk het dubbele verbruikt van wat ik normaal aankan. Hierover kan ik geen cijfers vrijgeven, dat begrijpt u wel. Ik heb vijf pleisters, twee speciale gelkussens en twee paar schoenen moeten gebruiken om niet te sterven van de pijn aan mijn voeten, en toch is het bijna gebeurd. Vandaag gaat het al iets beter, dank u. Zolang ik geen schoenen aanheb.
Het was me wat, my best friend’s wedding. Ik zou er zelf nooit zoveel geld tegenaan gooien, en ik zou tot in de kleinste details in de compleet tegenover gestelde richting van de gebruikelijke tradities wandelen, maar boy, het was meer dan de moeite. Too bad dat Rupert en Dermot niet konden komen.

Ik ben een beetje gestorven vannacht. Op de lekkerst mogelijke manier. Na acht jaar met dezelfde man de lakens te delen, gaat seks nog altijd in stijgende lijn. Awesome.