Categorie Archieven: Travel

Amsterdam is…

 

patc1

 

patc2

 

patc3

 

patc4

 

patc5

 

patc7

 

patc8

 

patc9

 

patc10

 

patc11

a shitload of good stuff. Nuff said.

BF

Omdat het niet altijd kommer en kwel moet zijn: vanmiddag om 14:00 stipt zit mijn werkweek er al op. Rond 14:30 zal ik met mijn luie doch welgevormde kont op mijn terras nog wat aan mijn kleur annex vitamine-inname liggen werken. Ik zal pas na zonsondergang iets nuttigs doen, zoals inpakken bijvoorbeeld. Want vanaf morgen zit ik voor een paar dagen in Amsterdam. Ik ga daar De Zomerschoen 2009 vinden, en nog een hoop ander hip & trendy spul. Ik ga daar uren en uren doorbrengen op het terras van The Bulldog. Ik ga zoveel foto’s nemen dat ik nooit de moed ga vinden om daar achteraf ooit iets mee te doen, zoals bewerken en god weet waar ergens online zetten. Ik ga mij geen zak aantrekken van de al dan niet fobieën, dat pakt niet meer bij mij. Ze hebben me al genoeg gekoeioneerd, dat ze een ander slachtoffer zoeken. Ik ga in een jacuzzi liggen weken tot mijn nagels een centimeter gegroeid zijn. Ik ga misschien in het Hard Rock Café eten. Het is daar niet eens zo lekker, maar what the heck, het is traditie geworden.  Ik moet en zal een Double Whopper eten, want een Burger King, dat hebben we hier niet. Het worden er waarschijnlijk twee. Ik eet als een vent, ja. Maar ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat de meereizende entourage daar geen bezwaar tegen zal hebben en me zelfs de loef zal proberen afsteken. Ze mogen. Want we zijn in Amsterdam dan, en daar kan en mag alles. Zegt nu nog dat ik een triestige mens ben, zeg.

153941806KVPbeK_fs

Dingen die men kan kopen voor 300 à 350 euro:

* Een Gucci bag van een paar seizoenen geleden
* Een gsm met 67 functies waarvan ik er maar drie begrijp. Bellen, smsen en de wekker zetten
* Bijna tien fardes Marlboro Menthol
* 150 broden
* Alles wat Snoop, P. Diddy, Black Eyed Peas, Beyonce, Kanye West, Outkast en, om er een gouwe ouwe tussen te smijten, NWA ooit bij elkaar gezongen hebben
* Prada shoes die al door iemand anders werden ingelopen
* Een vliegtuigticket tot op een paar zeemijl van New York, voor wie de laatste kilometers zwemmend wil afleggen
* Een matras
* De volledige reeksen van Sex and the City, Ghost Whisperer, Will & Grace, Medium, Prison Break, Lie to me en The Mentalist
* Dertig bakken Cola
* Een accessoire dat hoort bij eender wat waar een i in voorkomt
* Verf om de badkamer eindelijk eens toonbaar te maken

Althans, als ‘men’ net geen gsm-rekening ter waarde van dat bedrag onder ogen kreeg. Damn you, buitenlandse avonturen. Waar is de tijd dat een mens overleefde op een gesprek van 20 frank met het thuisfront vanuit zo’n typisch groen-met-blauw telefoonhok vanop een Spaanse dijk. Damn toch.

De huizenjacht dus. Hoewel streekjacht meer van toepassing is, gezien het feit dat we niet naar het Zuiden zijn afgezakt om nu al meteen met een nieuwe thuis terug te komen. Deze eerste trip was immers meer bedoeld als verkenning, iets waar we, al zeg ik het zelf, goed in geslaagd zijn. Zeker als je de manier waarop we potentiële nieuwe woonplaats uitkozen in beschouwing neemt. Nadat Zakynthos, een Grieks eiland waaraan Spanje eigenlijk niet kan tippen, lang als grote kanshebber gold, vond de wederhelft een tijd geleden een villa in het land van de stier waarvoor we allebei een moord zouden begaan. Of toch minstens een bankoverval om ze te kunnen bekostigen. De ligging, de constructie, de inrichting; als we het zelf hadden kunnen kiezen en ontwerpen, er zouden geen zeven verschillen te vinden zijn met wat ons vanop de desbetreffende Spaanse immosite toelachte die Maylen vond in zijn zoektocht naar een woonst die zich in eerste instantie op Zakynthos zou bevinden. Op exact hetzelfde moment waarop één van zijn spirituele soulmates na veelvuldige dromen over een huis eindelijk van hogere krachten duidelijkheid kreeg over de locatie van dat mysterieuze stukje vastgoed waarvan ze vooralsnog niet kon plaatsen waarom dat meerdere malen ’s nachts opdook. Guess what, haar ‘droom’huis bevond zich in hetzelfde dorp als ons droomhuis. Een godvergeten plaats waar geen van ons allen ooit van had gehoord, een plaats die zich eender waar ter wereld had kunnen bevinden. Uitgerekend daar troffen de twee huizen elkaar. Het feit dat die plaats maar een kleine dertig kilometer verwijderd is van de nieuwe woonplaats van Stijn, Maylens beste vriend, was een bonus van jewelste, en voor we het goed en wel zelf beseften, zaten we op het vliegtuig richting nieuwe thuis waarvan de locatie gebaseerd was op een visioen. Yup yup, we are a bunch of nutcases. But who cares, right?
Natuurlijk was het zonnige financiële plaatje dat Stijn, net als Maylen zelfstandige, ons schetste over de bijdragen die je daar aan de staat levert, een wel heel stevige extra duw in de rug na vergelijking met wat je in ons apenland als zelfstandige op de staatstafel mag gooien. We mogen dan al gek zijn, we hebben geen van beide de ambitie om in de goot te belanden, zelfs al is die plek waar niemand ooit hoopt terecht te komen zonovergoten. Na het blije weerzien met Maylens rots in de branding sinds jaar en dag, vertelde laatstgenoemde enthousiast over zijn nieuwe leven aan de zijde van zijn Spaanse liefde. Een leven dat bestaat uit veelvuldige zakenreizen over de hele wereld, zoals hij al gewend was, meerdere restaurantbezoekjes per week en weekends die geen weekends zijn zonder een partijtje golf op een prachtige, groene berg met zicht op zee. Hij toonde ons zijn gloednieuwe appartement in een buurt waar ik het best wel gewend kan raken, ware het niet dat je daar voor zo’n compacte leefruimte neertelt wat je een klein uur verderop al snel een afgelegen villa met zwembad oplevert. He’s living the good life, en het was hartverwarmend om te zien hoe hij van dat alles met volle teugen geniet.
Wij zijn echter op zoek naar een ander soort good life, en dus gingen we op pad in de door ons – of een paar sluwe vossen van hierboven – uitgekozen streek. Die in het echt zowel visueel als financieel trouwens nog beter bleek mee te vallen dan in welk soort droom dan ook; wij weten alvast waar we de komende jaren van ons leven willen slijten. Na wat onbetaalbaar advies van Stijn, het in overweging nemen van de huidige economische toestand en het feit dat geen enkele Spaanse bank zit te wachten op een koppel jong Belgisch geweld om haar kostbare geld aan uit te lenen, hebben we onze plannen echter ietwat aangepast. In plaats van meteen te kopen, blijkt het verstandiger om eerst één à twee jaar te huren om te bewijzen dat we in staat zijn maandelijks een steady & decent loon op tafel te gooien, om contacten te leggen én de streek beter te leren kennen voor we tot een definitievere stap overgaan. Een change of plans die het proces overigens aanzienlijk kan versnellen; over de aankoop van vastgoed ga je niet over één nacht ijs, over de huur kan eventueel wel op één zo’n bizar benoemde tijdspanne beslist worden.
Rest ons alleen nog het afhandelen van de verbouwing en verkoop van Maylens huis, twee huizen verder gelegen als het mijne. The One, aka Mister Optimistic, hoopt tegen september vertrekkensklaar te zijn, ondergetekende, aka Miss Realistic, gokt op het vroege voorjaar van volgend jaar, gezien de gebruikelijke, ellenlange vertragingen die onlosmakelijk verbonden zijn met (ver)bouwingen en het bouwverlof dat er binnenkort zit aan te komen. Either way hopen we tegen volgende zomer als Spaans burger door het leven te gaan. Op de verbouwingen van mijn huis, die wat later van start zullen gaan wegens mijn iets minder financieel benijdenswaardige positie, willen we geen van beiden wachten. Elke maand dat de wederhelft hier nog gevestigd is als zelfstandige, voelt immers plots aan als een verlies van het geld dat hij ginds kan binnenrijven na aftrek van de veel mindere bijdragen: vlotjes het dubbele. Er is dus geen enkele reden om nog langer te wachten om effectief de stap te zetten. Behalve dan die verbouwingen uiteraard. Waar ik meteen maar eens invlieg, denk ik zo. Na de voortzetting van mijn zes uur durende – naar villa’s kijken in een zonnig land, vermoeiend dat dat is – schoonheidsslaapje van vanmiddag, that is. Slaapwel.

Drie vluchten op drie weken tijd, een paar duizend (letterlijk) kilometers met twee verschillende auto’s, een zestal keer inpakken, zeven landen doorkruisen met de auto, ontelbare bussen, een paar treinen, vijf verschillende bedden, een viertal verschillende talen, een rotstad, een prachtstad, een spuuglelijke countryside, natuur die je bijna je adem beneemt, twee dromen verwezenlijken en een derde een concretere vorm geven. Het is mooi geweest, maar het is welletjes geweest.
Het was dan ook zonder een greintje spijt dat ik vanochtend in alle vroegte op het laatste vliegtuig stapte richting homebase, waar ik van eigen bed, douche en bestek kan genieten, niet langer gehinderd door de smetvrees die steevast de kop opsteekt als ik moet slapen, eten en douchen in ruimtes die al door duizenden anderen voor mij gebruikt werden. Het gebruikelijke bedrukte einde-zonnige-vakantie-gevoel bleef geheel achterwege, aangezien het geen echte vakantie was, maar bovenal, omdat het een ‘tot binnenkort’ was. Een ‘tot binnenkort’ aan het land dat binnen dit en een heel klein jaar wel eens mijn nieuwe thuisland zou kunnen worden. Mijn eigen bed verhuist uiteraard mee, let there be no doubt about it.

Aangezien een mens geen hele dag kan huizen jagen, lig ik even met de laptop aan het zwembad in de zon, om zeven uur ’s avonds azo. Ha!

Amper uitgepakt, en alweer (bijna) ingepakt om vanavond op het volgende vliegtuig te springen. Wij gaan snel even een huis zoeken in het nieuwe thuisland. Hasta la vista!

Thuis. Eindelijk. Maar wel een kleine, frustrerende, week later dan gepland wegens onverwachte infecties, complicaties en nevenwerkingen allerhande.

Thuis. Eindelijk. Maar wel op een moment waarop het nu even niet lukt om op huizenjacht te gaan in het potentiële nieuwe thuisland.

Thuis. Eindelijk. Maar wel in een situatie die verdacht veel weg heeft van de thuiskomst na Lapland, met dank aan de wederhelft.

Thuis. Eindelijk. Maar ik ben er nog niet uit of ik daar nu zo blij mee ben.

In de donkere januarimaand nam ik, gebroken en onderuit gehaald door datgene wat me al bijna tien jaar rechthield, twee voor mijn doen héél dappere beslissingen. Ik zou eindelijk een maand onbetaald verlof nemen en me niet langer laten tegenhouden door een ‘wat gaan de mensen daar van denken, ik heb niet eens kinderen als excuus’. Ook het feit dat het financieel een behoorlijk domme zet is, waarvan ik minstens nog tot september de gevolgen zal dragen, kon me er niet van weerhouden mijn aanvraag in te dienen. Dit was wat ik wou, en dit zou ik doen. Punt. Ook die andere lang gekoesterde droom, het oplossen van een aanslepend gezondheidsprobleem, zou ik omzetten in werkelijkheid. Ik had genoeg afgezien, en ik had het recht om de dingen te doen die voor anderen zo vanzelfsprekend zijn dat ze er, en daar durf ik mijn armtierige fortuintje op te verwedden, nog nooit een seconde over nagedacht hebben in hun hele leven, maar waarvan ik me niet kan voorstellen wat het moet zijn, zo’n zorgeloos leven.
Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om beiden samen te doen vallen, maar ik hield het doodsbange been stijf, en nu is het eindelijk zover. Vanmiddag trok ik voor een maand de werkdeur achter me dicht, en wanneer iedereen morgen aan de lunch zit, stap ik op de eerste van drie treinen, vurig hopend dat deze reis niet hetzelfde verscheurende einde krijgt als mijn vorige uitstap. Tegen de tijd dat ik anders aan het avondeten zit, stap ik doodsbenauwd op het vliegtuig, en op het moment dat iedereen languit voor de televisie zit of zich klaarmaakt voor een avondje stappen, zet ik voet aan grond en gaat het rechtstreeks naar het ziekenhuis voor de eerste x-rays. Waar ik op zaterdag anders op dat uur opsta of boodschappen doe, komt dit weekend datgene wat nu al een hele week spijsverteringsproblemen van angst veroorzaakt. Maar eens dat achter de rug – vermoedelijk een vijf- à zestal lange uren later - kan ik al een eerste keer heel opgelucht ademhalen, want dan heb ik meteen al het zwaarste achter de rug. De rest van de week word ik, onderbroken door enkele kortere ziekenhuisbezoekjes, entertaind door de ouders, die gisteren al ter plekke waren. En dat het entertainment wordt, dat staat vast. Zo lieten ze me gisteren al weten dat ze al een uitgehongerde hond hebben waarover ze zich ontfermen en dat ze “wel tien kilometer gestapt hebben” want ze hadden de lokale munt nog niet afgehaald en dus geen geld om de bus te betalen. Hoe ze dan die hond willen onderhouden zonder geld, wil ik nog wel eens zien. Bovendien kost een pakje sigaretten ginds maar één euro. Feest. Marlboro Menthol kennen ze echter niet. Minder feest. Maar ach, het is er 25°C. Dat ik de koffers gepakt én meegegeven heb met kledij afgestemd op het kwakkelweer dat ze ons hier voorschotelen, is maar een detail.
Dat het niet de maand wordt waarop ik gehoopt had - eentje van zalige eenzame opsluiting, een paar spoedcursussen, me creatief uitleven en kijken of het samenwerken met The One een fulltime optie zou kunnen worden – maar ze daarentegen begint met de confrontatie met één van mijn grootste angsten, maakt dat het aftellen geen leuke bezigheid was. In plaats van het gehoopte ‘yes, yes, yes!!!’ was het vanmiddag dan ook eerder een ’shit, het is zover, ik wil niieett!!!’. ‘I’m a freaking nutcase’, dacht ik gisteren nog, ‘wat ga ik in godsnaam vijf landen verder van angst liggen sterven, wat bezielde me toch weer om dit soort beslissing te nemen?’ Maar dat is muggenzifterij. Want als alles goed gaat, heb ik na volgende week – geen idee wanneer ik terug zal zijn – een droom verwezenlijkt. En dan is het tijd voor droom nummer drie. Als alles goed gaat. Als. Slik.

Een mens zou eraan beginnen twijfelen, maar er lopen wel degelijk hier en daar nog mooie mensen rond op deze aardkloot, en wij hebben er twee gevonden. Twee Nederlanders meer bepaald, die in de buurt wonen van waar ik mezelf over twee weken met een heel bang hart zal gaan laten fiksen. Het oorpsronkelijke plan, op het vliegtuig stappen, een weekje daar op hotel en dan met het vliegtuig weer terug, is lichtjes gewijzigd. Mijn ouders, enerzijds beruchte wereldreizigers, anderzijds bezorgd om hun dochter moederziel alleen naar een land met een ietwat louche reputatie te laten vertrekken om daar een medische procedure te laten ondergaan, springen namelijk volgend weekend al gezwind in hun mobilhome om eerst wat rond te trekken en me vervolgens de vrijdag erna netjes op tijd op te pikken van de luchthaven, wanneer ik, nog niet in pensioen en dus met minder tijd, met het vliegtuig aankom op de gevreesde bestemming.
Aangezien er, dankzij hun rijdende huis, geen beperkingen zijn wat betreft bagage, heeft mijn moeder wat speurwerk verricht op het internet en een paar geëmigreerde en bereidwillige Nederlanders gevonden, die ons dit weekend onderstaande mail stuurden:

“Het is een heel lief en goed idee van je om wat pakketjes mee te nemen, want de mensen zijn hier arm. Ook voelen ze nog steeds dat de hele wereld tegen hen is en dat ze overal de schuld van hebben gekregen. Daarom zijn kadootjes meer dan alleen kadootjes.
 Hier wonen veel arme mensen, zigeuners (Roma) en vluchtelingen. Gemiddelde inkomsten per gezin per maand zo’n 200 euro, mensen met pensioen zelfs nog minder. Hoe ze kunnen rondkomen hier vragen wij ons altijd af. In de grote stad valt de armoe minder op dan hier op het platteland. 
 
Er zijn een paar mogelijkheden om iets uit te delen. Ten eerste kan je ervan uitgaan dat je onderweg door het land zeker wel bestemmingen tegen komt. Maar je bent in een vreemd land en misschien onzeker om zelf een bestemming te vinden.
 
Ik besprak jullie idee hier met mijn petekind uit het dorp, die zelf arm is. Zij schudde zo direct al de namen van 12 hele arme families uit haar mouw met babies (dat vanwege de dekentjes) en bood aan om mee te gaan om aan jullie de weg te wijzen (zou ik natuurlijk ook mee gaan). Ook oude mensen die onder hele sobere omstandigheden moeten leven zijn in dit dorp volop aanwezig. Ik ga zelf ook wel eens wat brengen.
Mijn petekind zei verder dat er in het naburige hoofddorp een Sociaal Centrum is, dat de allerarmsten bijstaat. Zij vertelde dat deze mensen zeker ook een goede plek voor jullie pakketten weten.

Wij redden ons prima in het Servisch inmiddels en dat zou jullie misschien ook van pas kunnen komen, als het nodig is.
 
Op internet hebben we het adres van een weeshuis gevonden, mochten jullie de dekens en knuffels daar willen brengen. 
Kortom mogelijkheden genoeg en als jullie hier in het dorp iets willen doen, kunnen jullie op onze assistentie rekenen.
 
Tot slot, last but not least, zijn jullie natuurlijk ook welkom bij ons. Camper kan in de voortuin.”

Kijk, dít vind ik wondermooi; een paar mensen die wildvreemde Belgen willen helpen met het uitdelen van spullen die voor ons bijna waardeloos zijn, maar voor de allerarmsten aldaar een godsgeschenk blijken te zijn, en op de koop toe nog voorstellen om met ons hele hebben en houden een paar dagen in hun voortuin te verblijven. Iets wat we niet kunnen laten liggen, dus ben ik aan het verzamelen geslagen. Ik schaam me er een beetje voor, maar ik had amper een uur nodig om drie dozen te vullen met kledij waarin wij nog niet dood willen gevonden worden wegens so nineties, haarproducten die ik, als rotverwend West-Europees nest na één keer gebruiken niet goed genoeg bevond en ergens in een vergeethoekje stopte om prompt naar de winkel te hollen voor een ‘beter’ product, dekens, schrijfgerei, knuffels, kartonnen ladebakjes die nutteloos in de kast staan ‘omdat ze niet meer passen bij het huidige interieur’, schoenen en handtassen die ‘al vijf seizoenen echt niet meer kunnen’ en dies meer. Schamen moesten we ons – jaahaa, ik niet alleen, in jullie kasten is ook wel wat te vinden durf ik wedden -, diep, diep schamen. Amper enkele landen verder zijn er mensen die moeten rondkomen met wat wij hier op een maand oproken, oprijden aan benzine of uitgeven aan, laat ons zeggen, een broek en een paar schoenen.
Ik hoop dat ik het ginds toch een klein beetje kan goedmaken. Ik hoop, met dank aan die twee lieve Nederlanders, door te dringen tot de kern van de bevolking in het na-oorlogse gebied waar ik zal vertoeven, en weeshuizen en andere arme families te kunnen bezoeken, mijn dozen open te maken en hen te kunnen geven wat ze zo nodig hebben maar zelf niet kunnen kopen. Een broek, zodat de kinderen netjes naar school kunnen. Een paar sokken, zodat ze volgende winter geen koude voeten meer hebben. Een pakje rijst, zodat een moeder eens een echte warme maaltijd op tafel kan toveren voor het hele gezin. Een deken of een knuffeldier voor een kindje dat zonder toekomst zijn jongste jaren slijt in een weeshuis. Een paar pennen die een juf kan uitdelen aan haar leerlingen.
En als mijn dozen leeg zijn, gewoon wat menselijke warmte. Ik denk niet dat ik daarvoor hun taal moet kunnen spreken.