Categorie Archieven: Spirituality

manolo-blahnik

Op 09/09/09 vertrokken 9 wijzen en 9 getuigen voor 9 dagen naar Spanje om daar masterclasses te geven en levensvragen te beantwoorden. De masterclasses gingen telkens over een specialiteit, van meditatie over tai chi tot de eight dynamics of life, van één van de wijzen. Het project kreeg de naam Superwise me mee, met een vette knipoog naar Supersize me, en het verslag zal volgend jaar via boek en dvd te koop zijn. Maylen werd, door een paar vernuftige spelingen van het lot die uitmondden in ontmoetingen die op geen enkele manier toevallig genoemd kunnen worden, op de valreep uitgenodigd om één van de getuigen te zijn. Dat het intensief en levensveranderend was, is een understatement die zijn gelijke niet kent. Jarenlange relaties werden van de ene op de andere dag verbroken, mensen die elkaar letterlijk nog geen twee weken kenden gingen samenwonen en mensen die elkaar nog nooit gezien hadden leken elkaar vanaf de eerste oogopslag te herkennen uit vorige levens. Zij die jarenlang gebukt gingen onder trauma’s wierpen het gewicht van de wereld van hun schouders, en angsten die wel aangeboren leken, verdwenen door een simpele aanraking in het niets. Op de foto’s die ze mee naar huis brachten niets dan gelukkige mensen en op de achtergrond meer orbs dan er druppels water in de zee zijn.
Sinds de groep terug thuis is, ben ik mijn sidekick de helft van de tijd kwijt. Duizend-en-één projecten zijn er voortgevloeid uit die reis, want van alle mensen op deze planeet was er geen betere combinatie denkbaar dan de 18 die het uiteindelijk geworden zijn, en die door heel wat omstandigheden uiteindelijk helemaal afweken van de oorspronkelijke 18 die hieraan gingen deelnemen. Elk hebben ze hun eigen domein, en elk hebben ze wel een paar van de andere 18 waarmee ze samen grootse dingen kunnen bereiken. “Ik zet mijn zaak stop als ik terug ben,” was dan ook een sms die me halverwege de reis bereikte en me, eerlijk is eerlijk, toch wat verontrustte. Een wederhelft met een huis in verbouwing en plannen om naar Spanje te emigreren die zomaar even had beslist zijn goudmijn stop te zetten, ik kan me verstandigere mensen voor de geest halen. De hamvraag voor mij was dan ook: wie is dat rare volkje, waarvoor Maylen me een paar avonden per week en heelder weekends in de steek laat om in Amsterdam al die projecten op poten te zetten?
Gisteren heb ik eindelijk een gezicht kunnen kleven op een paar van hen. Eén van de wijzen kwam naar België om een presentatie te geven over Heilige Geometrie. Voor wie dat, net als voor mij, als Chinees in de oren klinkt: het is iets met de verschillende frequenties waaruit het universum is opgebouwd en de informatie die daarover wordt uitgewisseld. Gezien de expert ter zake het beter kan uitleggen dan ik en daar ook een hele site – en boek – voor heeft in plaats van één blogpost; neem eens een kijkje
Na de inleiding in de wondere wereld der zandcirkels – nee, geen graancirkels – moest er natuurlijk met zijn allen gedronken worden op het blije weerzien. En gekeurd, van mijn kant, want dat soort mens, dat kende ik niet, dat was in mijn ogen maar een raar ras. Zeker als ze op vrijdagnacht in een café thee bestellen en ik mij daarbij met mijn eeuwige Chardonnay in de hand een half drankorgel voel. Maar god, wat zijn dat fijne mensen zeg, en tot mijn grote opluchting dragen ze geen sandalen – seriously, ik heb een heilige schrik voor mensen met sandalen, guatemalasjaals en dreadlocks – maar Chanel. Eén van hen startte onlangs een feel good magazine op als tegengewicht voor al het slechte nieuws in de krant en de gemene roddels in de weekbladen. Geïnspireerd door haar sprankelende persoonlijkheid bladerde ik meteen door naar de pagina’s waar beschreven wordt hoe het magazine tot stand is gekomen. Ik was zo onder de indruk dat ik dat artikel nog eens ga lezen. En nóg eens, waarschijnlijk. De levenswijsheden en -filosofie die de vrouw achter dit blad – en bij uitbreiding iedereen met wat spirituele achtergrond – heeft, daar kan een mens nog wat van leren. En ik ga dat doen ook. En later, als ik slim genoeg ben, leer ik het jullie misschien. Want verdorie, wat kan er veel uit een leven gehaald worden, stelde ik bij het lezen vast, als je maar goed genoeg kijkt. Zoveel meer dan een job ‘die je wel graag doet’. Zoveel meer dan de vriendschappen ‘waar je wel wat aan hebt’. Zoveel meer dan de hobby’s ‘waar je wel plezier aan beleeft’. Zoveel meer dan het leven dat je leidt en ‘dat wel ok is’. Zoveel dieper dan de doorsnee ’serieuze gesprekken en overpeinzingen’ die een mens doorgaans heeft.
Het was de zoveelste keer op een paar maanden tijd dat mensen die al verder staan dan ikzelf me lieten zien na mijn hele leven blind geweest te zijn, en altijd opnieuw stel ik vast dat, eens een mens dàt gezien heeft, er no way back is. It’s the end of the world as you know it vanaf dat punt. En die nieuwe wereld, die is zoveel beter. Als ik ooit één mens dat kan laten zien, is mijn leven meer dan geslaagd. Tenzij die mens zijn Manolo’s van de slag over de haag gooit en sandalen aantrekt, that is.

Acht jaar lief en leed delen met iemand en dan op zeer korte tijd een heel nieuw iemand in de plaats krijgen, is niet makkelijk. Ik kan dat weten, want ik maakte het mee het voorbije jaar. De oorzaak van zijn plotse ommezwaai lag in het spirituele, een materie die zelfs voor mensen die ervoor open staan maar heel moeilijk te begrijpen is als je er de eerste stappen in zet. Hij zag, voelde, hoorde en deed dingen waar noch hijzelf, noch ik in eerste instantie een duidelijke verklaring voor konden vinden. De banden die hij aanging met nieuw gelijkgestemden zorgden voor meer pijn dan ik ooit voor mogelijk hield. Mekaar one night stands toestaan is nog net iets anders dan toekijken hoe hij een paar andere vrouwen in zijn hart sloot op een manier die beyond het aardse gaan, en dat mag zeer letterlijk genomen worden. Ik kon het niet plaatsen, hoe zij zo levensbelangrijk konden zijn voor hem zonder dat hij er een ‘aardse’ liefdesrelatie mee wou aangaan, zonder dat hij mij, de op spiritueel niveau minder belangrijke, wou verlaten.
Het heeft heel lang geduurd voor we weer op hetzelfde niveau konden praten. Zijn hogere doelen en handelingen probeerde ik steeds weer te vertalen naar gewone situaties, omdat dat het enige was wat ik begreep, het enige wat ik kende. De eerste doorbraak kwam er toen hij op een dag een gebruikte omslag nam en er een doolhof met een pac-man op tekende. “Kijk,” zei hij, “pac-man kent alleen voor en achter, links en rechts.” Gretig om eindelijk terug op dezelfde golflengte te komen met die vreemde die ooit de potentiële liefde van mijn leven was, knikte ik, wachtend op het vervolg van de uitleg. “Als ik mijn vinger nu in het doolhof zet, ziet hij alleen een punt vlak voor hem, want hij kan niet naar onder of boven kijken.” That made sense, so far so good. “Als ik roep, gaat hij mij wel horen, maar nog steeds niet zien wie of wat er aan dat punt voor hem hangt. Want hij heeft maar twee dimensies, terwijl er drie zijn, en die derde kennen wij, mensen, wel, maar pac-mannetjes niet.” In de verte begon er al een lamp te branden, maar voor de zekerheid liet ik hem zijn verhaal helemaal afmaken. “Als je dat op ons betrekt, krijg je net dezelfde situatie,” bevestigde hij mijn vermoeden, “er zijn nog meer dimensies dan de drie waar de mens in het algemeen mee vertrouwd is. Ik zie er meer, en ik sta vanuit die andere dimensies op jou te roepen, maar je ziet me niet omdat jij niet weet dat er nog meer is.”
Ik vond het een tekenend voorbeeld van niet alleen wat wij op dat moment onderling meemaakten, maar van zoveel meer. Van het onbegrip van mensen tegenover het feit dat wij geen monogame relatie hebben. Van de verbazing van mensen als we zeggen dat we geen kinderen willen. Van het ongeloof van mensen als we zeggen dat we nù willen emigreren, en niet wachten tot we met pensioen of ‘binnen’ zijn. Van ontelbare dingen. Want mensen zitten allemaal in andere, al dan niet symbolische, dimensies, waardoor ze niet naar boven of onder, naar de dimensies van anderen kunnen kijken. Niet meer of niet minder.
Heel zorgvuldig heb ik maandenlang de omslag met zijn pac-man bewaard. Voor zijn verjaardag begin dit jaar kocht ik hem – onder andere, anders zou er een te grote discrepantie zijn in het verjaardagscadeautjes kopen voor elkaar – een schrift waarin hij al zijn spirituele ervaringen en ideeën voor projecten allerhande in het kader van de emigratie, ook gestuurd door datzelfde, kwijt kon. Op het eerste blad schreef ik zelf wat, op het tweede blad plakte ik zijn pac-man, begeleid met een knipogend “Do you remember the days you had to explain us everyhting with your beautiful and funny drawings?”
Gisteren kreeg ik eindelijk het filmpje te zien waarop hij zijn tekening van toen gebaseerd had, en het leek alsof ik, na een tijd op de dool te zijn geweest, plots weer op het goede pad werd gedwongen. Ik wil het jullie niet onthouden, want volgens mij ziet iedereen er wel iets in. Het is heel leuk en verhelderend gedaan, zodat spiritualiteit begrijpelijk en aanvaardbaar wordt voor iedereen, en het loont écht de moeite om even te bekijken. Enjoy!

89847281

Sinds Maylen zich verdiepte in het spirituele wereldje, heeft hij een shitload aan nieuwe mensen leren kennen. Hier en daar zit er, zoals in alle lagen van de bevolking, eentje tussen wiens bedoelingen niet zo oprecht zijn als je op het eerste zicht zou denken, maar met de grote meerderheid onderhoudt hij een band die benijdenswaardig is. Een band waarbij je je als ‘gewone’ sterveling maar weinig kan voorstellen en waarvan ik niet eens weet of ik ooit ga ervaren wat het is om op zo’n niveau omringd te worden door mensen. Velen onder hen zijn vrouwen, en aangezien vrouwen nogal tuk zijn op op tijd en stond eens een praatje slaan, wordt er bij momenten nogal wat heen en weer getelefoneerd. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Wij hebben dat soort relatie, en ik vind het eerder een luxe dat ik weet dat hij alles tegen mij zegt dan dat ik mij moet afvragen of hij er misschien stiekeme vriendschappen op nahoudt.
Sinds ik mij verdiepte in het blogwereldje, heb ik een shitload aan nieuwe mensen leren kennen. Sommigen blijven beperkt tot reacties en tegenreacties, anderen stappen over naar mail. Een paar zijn doorgedrongen tot het telefoon-Facebook-messenger niveau en een enkeling slaagde er – tot mijn grote plezier overigens, daar niet van – in zich tot in mijn huis en dagelijkse leven binnen te werken Sommige banden hebben een redelijk diep niveau bereikt, anderen blijven, hoewel heel aangenaam, toch eerder oppervlakkig. Onder hen bevinden zich uiteraard ook mannen. Mannen met vriendinnen, mannen met vrouwen. Mannen voor wie ik officieel niet besta wegens te moeilijk uit te leggen thuis, ook al gebeurt er niets wat niet kan of mag. Er wordt af en toe wat heen en weer getelefoneerd, maar niet voor ik eerst de regels heb gecheckt. Want ik ben de laatste die problemen wil veroorzaken binnen een relatie, de laatste die er zit op te wachten dat er ergens ten velde een vrouw een hoop onnodige pijn en achterdocht te verwerken krijgt omdat er een andere vrouw jolijtig wat wil bijkletsen met haar man. Ik check dus eerst, en leg me er bij neer dat het er in de meeste gevallen op neerkomt dat ik wacht tot de man in kwestie mij belt wanneer het hem past. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Jammer dat ik niet zomaar even de telefoon kan pakken en er snel de stress van de dag kan afkwebbelen als ik daartoe de behoefte voel, en zelf zou ik me zo’n achter-de-rug relatie niet – meer, eerlijk is eerlijk – kunnen voorstellen, maar ik heb er wel – nog – alle begrip voor en respecteer het.
But I can’t help but wonder: is er ooit een vrouw geweest die zich heeft afgevraagd of het voor mij wel ok is dat ze mijn wederhelft eender wanneer opbelt? Denken die vrouwen even ver na als ik en zijn ze erop beducht niemand in de problemen te brengen of te kwesten of trekken ze er zich niets van aan? En zo nee, moet ik mij het lot van andere vrouwen blijven aantrekken of net als zij worden en meedogenloos worden tegenover de tere hartjes van mijn eigenste soortgenoten? Moet alle goedheid van mij komen maar komt de goedheid nooit mijn kant op?
There’s only one way to find out, het hem gewoon eens vragen. And that’s exactly what I’m gonna do, want ik vraag het mij al een hele tijd af. Eens benieuwd hoeveel vrouwen slagen voor de test. Call me a pessimist, maar ik vrees dat het er niet veel gaan zijn. Van je eigen soort moet je het hebben, zeggen ze dan.

Haunted_Homes_s2_940x321_v3

Ik weet niet of u Smekkie kent. Waarschijnlijk niet, en al zeker niet onder die naam, aangezien wij die zelf verzonnen hebben. Smekkie noemt eigenlijk Mia, en heeft op Vitaya een programma dat Haunted Homes heet, waarin ze telkens opnieuw volgens een vast stramien de jacht opent op geesten die al dan niet rondwaren in de huizen van bange Britten. Smekkie is grappig, want ze smekt een beetje als ze praat, maar dat was wellicht een weggevertje. Ze heeft ook eigenaardig lange vingers die ze in de gekste bochten kronkelt terwijl ze contact zoekt met zij die ons voorgingen naar het hiernamaals. Nu ben ik een absolute fan van programma’s als Medium en Ghost Whisperer in de fictie-afdeling en Lisa Williams en het Zesde Zintuig in de non-fictie-afdeling. 
Smekkie valt ook onder die tweede afdeling, maar is eigenlijk gewoon hors catégorie. De manier waarop ze steeds doodernstig beschrijft hoe misselijk ze wordt, hoe koud ze het krijgt en wat een hoofdpijn er opsteekt, kan niet anders dan zorgen voor nog wat meer massahysterie bij de zo al genoeg geplaagde bewoners van het bespookte huis. De verhalen die ze krijgt over het verleden van de geest, die in de Middeleeuwen gevangen werd gehouden in de kelder van het huis, getuigen van een levendige fantasie, en wanneer ze met haar lange vingers naar de deuropening wijst en verbaasd uitroept dat haar dode broer daar staat, zijn legendarisch. Tussendoor meet haar ijverige assistent Marc met speciale apparatuur temperatuurschommelingen en geluiden die echter nooit te horen zijn bij het achteraf afspelen van zijn bandje. Om het helemaal af te maken, bazelt ze nog een Latijnse tekst om de arme stakker die vasthangt aan zijn voorbije leven te laten overgaan en eindigt ze met een traantje weg te pinken. Net echt.
Toen ze gisteren, na een lange afwezigheid, ver na het verstrijken van het spookuur nog eens voorbij gegriezeld kwam op het scherm, was ik dan ook helemaal in mijn nopjes. Een half uurtje gieren en brullen voor het slapengaan, wie wil dat nu niet? Het gieren en brullen heeft welgeteld vijf minuten geduurd. Tot ik ontdekte dat mijn wederhelft alweer in een ander buitenland vertoeft en ik helemaal alleen was in een donker, verdachte geluiden producerend huis. Ik maakte me sterk dat ik al zoveel nachten alleen had doorgebracht zonder dat er geesten mij gezelschap kwamen houden. Dat ik soms zelfs zin had om er zelf eens eentje te zien, maar dat ze zelfs dan niet kwamen opdagen. Van een blauwtje oplopen gesproken. Het ligt vast en zeker aan mijn scheefgetrokken T-shirt dat ik pyjama noem. Dat ze echt niet ineens tevoorschijn komen omdat er toevallig een programma over hun collega’s uitgezonden wordt, pepte ik mezelf nog wat op terwijl er al genoeg adrenaline door mijn lichaam raasde.
Het mocht niet baten. De foto die ze toonden waarop het gezicht van een geest me onheilspellend vanachter een slaapkamerraam aangaapte, de reconstructie van hoe diezelfde plaaggeest ’s nachts aan het uiteinde van het bed kwam staan en vanuit de deuropening meekeek naar de film die de bewoners hadden opgezet, waren me iets teveel van het goede. Ik geef toe, ik ben geen held in het donker. Zelfs als ik om half 6 ’s ochtends naar het werk vertrek, zie ik bij het in de auto stappen alle personages uit The Village door het struikgewas spoken en bekruipt mij een onbehaaglijk gevangen gevoel als ik bij een overweg moet wachten tot de trein voorbij geraasd komt. In het belang van mijn gemoeds- en nachtrust, die op dat uur toch al behoorlijk in het gedrang aan het komen was, heb ik maar weggezapt en ben ik blijven hangen bij iets over doodseskaders en agenten die het recht in eigen handen nemen in één van die landen waar meer lijm dan water verbruikt wordt.
Ook dat heb ik niet lang volgehouden. Het deed mijn adrenaline zo razendsnel zakken, dat ik na tien minuten als een blok in slaap viel. Bij het opstaan twijfelde ik wel even of mijn happy socks wel degelijk op dezelfde plaats lagen als waar ik ze had achtergelaten. Maar dat kan ook gewoon aan mijn rommelige brein gelegen hebben.

Afgelopen zaterdag kregen twee mensen uit het niets te horen dat hun huwelijk voorbij was, één verloving werd verbroken en één relatie zal het naar alle waarschijnlijkheid niet overleven. Allemaal dankzij het project in het buitenland waaraan ook Maylen deelnam. Mijn zorgen tijdens zijn afwezigheid, het oude zeer van afgelopen winter dat naar boven kwam en het gevoel weer de wederhelft te zijn van een vreemde, waren dus niet zo heel ongegrond. De souvenirs die wij overhouden aan dat project, een hoest slash verkoudheid slash griep die hij van ginds meebracht, zijn dus peanuts in vergelijking met wat de anderen meebrachten.
Het neemt niet weg dat mijn gedachten bij hen zijn. Zij die twee weken zaten af te tellen naar de thuiskomst van hun liefste, om dan koudweg te moeten horen dat het over is. Dat ze ingeruild worden voor iemand beter, zonder discussie, zonder kans op een tweede kans. Zij die zagen hoe hun wederhelft sinds jaar en dag bij terugkomst in plaats van een koffer uit te pakken, nog een extra koffer inpakte en voorgoed uit hun leven verdween. Just like that. Voor wie ooit zelf dicht in de buurt daarvan kwam, en een minimum aan empathie heeft, gaan zo’n verhalen door merg en been. Steekt de zin de kop op om de achterblijvers, ook al ken je hen niet, te contacteren, al was het maar om te zeggen dat je aan hen denkt.
Maar ik doe het niet, want ze hebben er vast geen boodschap aan, aan zo’n vreemde die zich, goed bedoeld, wat gaat mengen in hun plots niet meer bestaande liefdesleven. In plaats daarvan kijk ik naar wat ik wel nog heb. Een relatie die tegen meer bestand is dan ik dacht. Een karakter dat tegen meer bestand is dan ik dacht. Ik kijk ernaar, en zie dat het goed is. Meer dan dat hoef ik niet. Echt niet. Tenzij dan longen die iets minder branden en een neus die iets minder verstopt is.

De stem van een vreemde. Oude pijnen die weer beginnen zeuren. Een hart in overdrive. De confrontatie met het eigen eindeloze egoïsme. Een blik op een voor de grote massa utopische wereld. Het gevoel een buitenstaander te zijn. Een knoop in de maag. Het steeds weerkerend besef hoe zielig angsten zijn, zonder ze zonder verpinken aan de deur te kunnen zetten. Een gevoel van wantrouwen. Een brok in de keel. Een schuldgevoel. De angst om niet te voldoen. Een moeilijke stilte. Het opborrelen van hoop. Een afstand die oncomfortabel groot aanvoelt. De vraag of er nog liefde is. Het vervloeken van de omgeving. Een niet weten wat de gevoelens zijn. Een gevoel van diep geluk, voor hem. Een gevoel van trots, op hem.
Te weinig woorden om duidelijk te maken wat er allemaal gaande is, veel woorden om gewoon te zeggen dat hij gebeld heeft.

paris-hilton

 

De eerste twee weken doorgebracht in een land waar ik nooit meer hoop te belanden om een ingreep te ondergaan die synoniem stond voor de confrontatie met één van mijn ultieme angsten. Geheel volgens mijn voorgevoel – noem het gerust vrouwelijke intuïtie – thuis gekomen in een situatie die wat weg had van die andere thuiskomst eerder dit jaar a.k.a. iets met andere vrouwen slash spirituele ommezwaai slash relatiecrisis. Mezelf en mijn koffer een paar dagen later bij elkaar geraapt om op minder tijd dan gepland de rest van ons leven uit te stippelen. Op de valreep nog op Spaans grondgebied de zoveelste relatiecrisis het hoofd geboden. Bij thuiskomst de laatste week oververmoeid doorgebracht in bed, waar ik net niet uitviel toen er nog een laatste relatielijk uit de kast kwam vallen.
Gotta face it, de balans is niet fraai. Mijn droommaand had veel meer weg van een nachtmerriemaand. Ik was bijna dankbaar toen de wekker maandagochtend om half vijf het einde ervan aankondigde, niettegenstaande het feit dat ik absoluut niet – welke woorden zijn gepast om een nog grotere ontkenning uit te drukken, want dit dekt de lading niet? – uitkeek naar de terugkerende dagelijkse tripjes richting hoofdstad, en nog minder naar wat er de acht uren nà die trip kwam.  Maar toegegeven, het heeft me de nodige schop onder de niet meer zo afgetrainde kont gegeven. Nog geen kwartier na thuiskomst stond ik voor ongeveer de derde keer dit jaar op de Powerplate, die ik mezelf met zoveel enthousiasme afgelopen winter cadeau deed. Opgepept door het fysieke afbeulen en dreunende beats, besefte ik eindelijk wat ik al die tijd gemist had, en realiseerde ik me ook met een schok wat er van me geworden was. Een wezen het woord schaduw – van mezelf, voor de minder alerten onder ons – nog niet waardig. Want dat wat ik op dat moment aan het doen was, ook wel sporten genaamd, was somewhere along the way só 2008 geworden. Iets wat ik vroeger driemaal per week deed, lukte me nu amper drie keer per half jaar. En wat was toch dat issue met parfum? Wat wàs parfum ook weer? Ik moet het bestaan ervan vergeten zijn nadat ik het laatste restje, zo ergens vlak na de jaarwisseling, ervan had opgebruikt. De moed om nieuwe te kopen, raakte ik vervolgens een vijftal maanden kwijt. Wat was immers de zin van schandalig duur geprijsd water met een geurtje dat na twee uur vervliegt als je wereld net compleet was ingestort? (Note to self: zaterdag nieuwe voorraad inslaan en de prijs negeren. Drrringend.) Ik viel bij Blondine binnen met net geen doos Kleenex onder de arm maar wel met haarband om het ongewassen haar te verhullen én in trainingsbroek. Wat ook wel een leuk kantje had; zelf liep ze er ook niet bij alsof ze op het punt stond naar een VIP-party te vertrekken, en het gaf een leuk thuisgevoel: thuiskomen bij je peoples die je binnenlaten no matter what, ook al loop je erbij alsof je wil concurreren met de huidige trends onder daklozen. De sorry excuses for outfits waar ik me de laatste tijd in heb gehuld, zouden echter door de plaatselijke container van Spullenhulp gedegouteerd uitgespuwd worden, mocht ik een poging doen er via die weg – bij nachte, bewijsmateriaal moet subtiel vernietigd worden – van af te raken. Om nog maar van de naggellak te zwijgen. De nagellak. Of beter, het gebrek eraan. Meer dan een maand heb ik zonder dat hemelse goedje, dat het verschil maakt tussen een vrouw en een Vrouw, rondgelopen. Ik. Zonder. Miss ‘Ik ben vast geboren met nagellak op mijn piepkleine nageltjes, daar ben ik zéker van!’ Serotto. Niet minder dan een schandaal is het. Over die blog die ik ooit dagelijks aanvulde, wil ik het niet eens hebben. Noch over die marginale uitgroei waarmee ik veel te lang rondliep en waar in sommige landen, ik gok die waar de letters V en S in komen, hoogstwaarschijnlijk de doodstraf op staat.
Get a grip woman, was de enige slotsom waartoe ik, even gedegouteerd als de Spullenhulpcontainer, kon komen. Samen met die conclusie kwam gelukkig ook de wil om uit die zielige-vrouwtjes-slachtofferrol te stappen en terug die diva van weleer boven te halen. Niet minder dan een moordgriet, dat moet ik zijn voor mijn favoriete festival het begin van de zomervakantie inluidt. Voor hem ja, zodat hij beseft wat hij in huis heeft, en nog meer wat hij op het spel heeft gezet. En inderdaad, snuggere tussen-de-lijnen-lezer, de scherpe kantjes zijn er af, ik ben terug in staat om graag te zien, een gevoel dat beschermingsmechanismegewijs even leek uitgevallen, maar er is nog een hoop onderliggende woede waar ik vanaf moet. Want hij mag dan geweldig zijn, hij is wel danig van zijn voetstuk gevallen en hij is zeker god niet. En, belangrijker, hij is na negen jaar ineens niet meer de illusie die me nooit zou kwetsen. Er is maar één iemand die me dat kan beloven, en dat is dat zielige restje Nina dat overblijft na het fiasco, en daarom staat hij nu op de tweede plaats, ver na mijn eigen eerste plaats.  
Het is voor mijn eigen, killerchick-self van weleer, dat ik nu ga doen wat ik even moet doen: me zwelgen in alles wat oppervlakkig is, want oppevlakkigheid kwetst nu eenmaal niet. Als dat onder de noemer ‘vluchten’ valt, so be it. Ik heb het voorlopig gehad met de discussies over het hogere zijn, het nu, moleculen, andere vrouwen en hun plaats binnen onze relatie, het ego, soulmates, pijn, graven naar je echte ik en het hogere doel. Alles wat ook maar enigszins naar oppervlakkigheid ruikt, zal hoogtij vieren de komende tijd.  Ik stort me op mijn dead-end job – als alles meevalt nog maar een half jaar, ha! - zoals een hond zich vastbijt in een bot gemaakt van vers kattenvlees en ga voor niet minder dan zes dagen per week hard labeur. Wel met de kanttekening dat ik daarna één en ander handig recupereer op het moment dat de tijd rijp is voor een tweede retourtje Barcelona, of wat dacht je. Elke vrouwennaam die niet begint met N en eindigt op ina valt onder de categorie ‘those we don’t speak of’. Magazines met handtassen en ander in-het-grotere-plan-onbenulligheden van 2000 euro+ worden minutieus uitgepluisd, en de inwendige discussie over welk oh welk parfum ik me toch ga aanschaffen, laait hoog op terwijl ik besluiteloos naar mijn vers gelakte nagels staar. I need it. Ik ga voluit voor de titel van Queen of Superficiality Summer 2009. Move over, Paris. And keep an eye on your latest toy boy. Grin.

Een paar maanden geleden lichtte ik hier al een tipje van de spirituele sluier op die mezelf en mijn One al een tijdje verblindt en tegelijkertijd laat zien. In tussentijd is er enorm veel gebeurd, maar tot op de dag van vandaag vond ik de tijd niet rijp om het in de groep te gooien. Omdat ik geen manier vond om het verstaanbaar, aanvaardbaar en geloofwaardig voor een buitenstaander te verwoorden. Omdat het verschillende malen, waarvan zaterdagnacht de (voorlopig?) laatste keer bijna een breuk veroorzaakte tussen mijn One en mij, maar ik zelfs op momenten dat ik geconfronteerd werd met een haat en woede tegenover hem die ik nooit eerder voelde, pertinent weigerde om hier eenzijdig mijn kant van het verhaal te doen en hem afvallig te zijn, ongeacht de portie pijn die hij me op het sowieso al volle bord van werkbesognes en buitenlandse operaties gooide. Het zou misschien even voor opluchting gezorgd hebben, zo’n lekker haatdragend potje schelden en zwartmakerij, maar het is iets wat ik niet kan en wil. Want hij is zoveel meer dan de oorzaak van mijn pijn, waarover ik hem een paar dagen geleden nog vertelde dat, als ik kon kiezen tussen mijn verleden van depressies en dat wat hij me nu aandoet, ik zonder aarzelen een sprong terug naar dat Prozactijdperk maakte.
Want ja, hij heeft me onmetelijk veel pijn gedaan de laatste maanden. Een rauwe, allesverwoestende pijn die ik nog niet kende en die me dreef tot reacties en zo’n diepgewortelde haat, woede, agressie en onverschilligheid die op hun beurt ook nieuw en behoorlijk angstaanjagend waren voor mezelf. Maar ik denk dat we zaterdagnacht, in een hotel in Barcelona, amper twee uur voor we weer moesten opstaan om het vliegtuig te halen, tot een keerpunt zijn gekomen waardoor we beter bestand zijn tegen de vele, aartsmoeilijke spirituele en relationele crisissen die ons in de nabije toekomst nog staan te wachten. Het is onbegonnen werk om het verhaal tot in detail en begrijpelijk voor iedereen te vertellen, maar het komt er op neer dat hij een behoorlijk grote taak te vervullen heeft hier op aarde, waarover ik bewust nog even niet zal uitwijden. Om die taak te kunnen vervullen, moet hij heel veel loslaten: in de eerste plaats zijn angsten, maar bij uitbreiding zo ongeveer zijn hele leven zoals hij het tot nu toe kende. Alles wat hem tegenhoudt om zijn doel te bereiken, moet hij cru gezegd elimineren, en hij moet doen wat hij moet doen zonder zich iets aan te trekken van wat anderen daarvan vinden of zeggen.
En daar lag nu net het probleem; ik was of leek op één of andere manier ook terechtgekomen in het vakje ‘mensen en dingen waarvan hij zich niets meer moet aantrekken’. En dat is hard. Heel hard. Wat ik tot op bepaalde hoogte wel kon begrijpen, was het feit dat hij moest doen wat hij moest doen. Dat moet tenslotte ieder van ons eigenlijk doen. Wat ik dan weer niet kon begrijpen, was dat hij daar heel rechtlijnig in geworden was. In mijn ogen is het niet onmogelijk om je pad te volgen en trouw te blijven én indien nodig nog wat rekening houden met diegene met wie je samenleeft, als die bereid is je te steunen. Telkens ik zijn harde woorden hoorde, sloegen mijn gekwetste gevoelens al snel om in agressieve aanvallen, waardoor ik het verwijt naar mijn hoofd geslingerd kreeg dat ik er zelf voor koos om zo te reageren. Dat ik zo reageerde uit angst om hem te verliezen, wat nergens voor nodig was aangezien geen haar op zijn hoofd eraan denkt mij te verlaten. Het verwijt dat ik koos voor de pijn die hij me aandeed, werkte als een rode lap op een stier, en het ging van kwaad naar erger.
Het was pas afgelopen week dat we tot elkaar doordrongen. Na een heel intens gesprek onder het genot van een geweldig Spaans diner met Stijn, die ik eeuwig dankbaar ben, viel er een grote last van mijn schouders. Eindelijk iemand die het voor me opnam in woorden die wél kant en wal raakten bij Maylen, iets waartoe ik zelf blijkbaar niet in staat was omdat ik tijdens dat soort gesprekken vermoedelijk te emotioneel reageerde, gedreven door pijn, verdriet en angst. Eindelijk iemand die hem zei dat hij iets heel waardevols aan het weggooien was door zijn harde houding van de afgelopen maanden. En eindelijk, eindelijk, eindelijk Maylen die bijdraaide en zei dat ik nog altijd diegene was die hij het allerliefst ziet op de hele wereld, ook al leerde hij de afgelopen maanden wat ik noem een paar – vrouwelijke – ’spirituele soulmates’ kennen waarvoor hij naar het einde van de wereld zou stappen en terug. Wat had ik op die woorden gewacht na alles wat er gebeurd en gezegd was.
Maar amper achtenveertig uur later betekenden ze niets meer voor mij, na het zoveelste incident van de afgelopen maanden. Binnen de minuut stonden we weer met getrokken messen tegenover elkaar en ging het hard tegen hard. Er werd gescholden, er werd gekleineerd, er werd met alle middelen gevochten voor het eigen gelijk. Tot op het punt dat ik de hotelkamer weer uitstormde om buiten af te koelen. Daar stond ik dan, in het midden van de nacht in een voorlopig nog wildvreemd land, te beslissen dat het genoeg was geweest, dat voor mij de relatie over was. Na al de moeite die ik had gedaan om hem en zijn nieuwe leefwereld en levenshouding te begrijpen, aanvaarden en steunen, was het enige wat ik vroeg begrip voor mijn kant van het verhaal, iets wat hij me blijkbaar niet kon geven, hoewel hij zelf meer dan dertig jaar had gedacht en geleefd zoals ik. Ik keek naar de gitzwarte lucht en vroeg me af waarom het allemaal zo was moeten lopen. Want een breuk betekende immers zoveel meer dan het verlies van de liefde van mijn leven. Het betekende ook het verlies van mijn emigratiedroom en alles wat daarbij komt kijken, van mijn hele toekomst, die hiermee aan diggelen lag.
Bij terugkomst op de kamer maakte ik hem na nog wat gekibbel duidelijk dat ik eiste dat hij de verantwoordelijkheid nam voor onze breuk. Ik had immers niet gekozen voor deze hele verandering, ik had nooit gewild dat mijn allerliefste beste vriendje na negen jaar ineens veranderde in een in mijn ogen egoïstisch monster dat zich God waande en wou dat de hele wereld naar zijn pijpen danste, uitgerekend op het moment dat ik voor mezelf had beslist voortaan met mijn vuist op tafel te slaan als ik dat nodig achtte en niet langer altijd maar braaf zou ja knikken en over me heen laten lopen. Toen hij me vroeg of er iets was wat hij kon doen om mij op mijn beslissing te laten terugkomen, legde ik het met de moed der wanhoop nog een laatste keer uit. Ik probeerde hem aan het verstand te brengen dat wat wij hebben nog steeds een ‘aardse’ relatie is, en dat het daarin fundamenteel is dat beide partijen respect hebben voor elkaar en rekening houden met elkaar, een engagement waartoe hij niet meer bereid leek. Dat het enige wat ik vraag, is dat hij begrip toont voor mijn gekwetste reacties op zijn woorden en even luistert naar mijn kant van het verhaal, in plaats van meteen zelf in de tegenaanval te gaan. Op die manier ben ik uiteraard ook niet meer bereid om naar zijn kant te luisteren, wat een pijnlijk straatje zonder gelukkig eind is.
De laatste keer bleek de goede keer. Eindelijk kreeg ik een sorry voor de laatste maanden, eindelijk zag ik zijn besef én spijt van wat hij had aangericht, samen met de belofte er heel hard aan te werken in de toekomst. That was all I ever wanted. En ik moet het hard genoeg gewild hebben, want ik heb het gekregen. Samen met hernieuwde moed om er de komende, loodzware maanden weer tegenaan te gaan. Samen, als het even kan.

85257568

Een wederhelft die doodleuk komt te vertellen dat hij een hele nacht op stap is geweest met een vrouw die hij amper vierentwintig uur eerder op internet had ontmoet én onverwacht een nacht in het bed van één van zijn Nederlandse spirituele soulmates is beland, en niet om kaarten te leggen; zelfs voor een ervaren rot in het open relatievak als ik is dat een behoorlijk bittere thuiskomst na een twee weken durende medische uitputtingsslag in een na-oorlogs gebied. Nog maar eens de boodschap krijgen dat ik over een twee- à drietal maanden definitief zal beslissen of ik die compleet veranderde wederhelft met bijhorende, soms onbegrijpelijke, soms hartverscheurend pijnlijke, nieuwe houding en theorieën aankan of dat ik ervoor kies dat het me genoeg kapot heeft gemaakt en ermee kap; zelfs voor iemand die zo omringd wordt door spiritualiteit als ik, is het moeilijk om niet te reageren zoals ieder normaal mens zou doen: met woedeaanvallen – ditmaal buiten, ik wil de net opgelapte badkamermuur niet weer stukmaken – en huilbuien en dies meer.
Wat ik in eerste instantie toch gedaan heb. Maar niet lang, want alles wat me de laatste maanden net niet ten gronde heeft gericht, heeft me veel bijgeleerd. Zoveel dat ik me er, nog geen achtenveertig uur later, al heb overgezet en het allemaal begrijp en zie. Zo hard, dat ik niet kan geloven dat ik het een dag geleden niét helemaal zag. Oh, the lessons we need to learn. I hate em, but I love em.

sb10065663b-001

Meermaals per dag kom ik hier, maar echt veel gebeurt hier niet meer in vergelijking met vroeger. Als er iets geschreven wordt, is het maar om iéts te schrijven. Dat wat mijn leven de laatste maanden tot in de kleinste details beïnvloedt en bezighoudt, is iets wat door veel mensen als klinkklare onzin wordt afgedaan, en het laatste waar ik nu behoefte aan heb, is veroordeeld worden. En al helemaal als dat komt van de kortzichtigen onder ons. Zij wiens leven alleen bestaat uit werken en kinderen grootbrengen en die niet zien wat ik zie. Misschien zijn ze bang om verder te kijken, misschien denken ze dat zij de waarheid in pacht hebben, misschien denken ze nog iets heel anders. Wat er ook van zij, dat onbegrip heeft voor veel pijn gezorgd de laatste tijd, want jammer genoeg zijn de mensen die ik tot mijn vrienden rekende, waaronder zelfs mijn beste vriendin sinds mijn vijftiende, niet bereid of in staat om even ver te kijken als ik. Het heeft dan ook meer dan een week geduurd voor ik de moed had gevonden om haar te bellen en happy happy joy joy mijn relaas te doen over mijn reis naar Lapland. Eerder kon ik het niet opbrengen om fake vrolijk lopen te doen, en het drama dat zich op dat moment thuis voltrok en alle andere, essentiële delen van mijn leven die daarmee onlosmakelijk verbonden zijn, te verzwijgen. Mails van andere vrienden blijven onbeantwoord, want ook daar kan ik niet langer doen alsof. Momenteel interesseert het me ook niet meer om die banden nog langer te onderhouden. Of ze aanvaarden Nina in haar geheel, of ze verdwijnen, want het is mijn godverdomde recht om gewoon te zijn wie ik ben zonder dat mijn pijn weggelachen wordt en/of zonder daarop afgerekend te worden. Op voorwaarde dat ik daar zelf niemand mee kwets uiteraard, met dat mezelf zijn, maar dat is allerminst het geval, zeker gezien het feit dat ik slechts een klein handvol mensen laat zien wie ik ben.
Dat wat me zo hard bezighoudt, is namelijk voor veel mensen taboe, of fantasie die geenszins wetenschappelijk te bewijzen valt, hoewel ik zelf helemaal geen hoogdravende onderzoeken nodig heb om te ondervinden en weten dat het evenveel realiteit is als, laat ons zeggen, biologie of technologie. Het gevreesde vakgebied wordt namelijk bestempeld als spiritualiteit, een gebied waarop onnoemelijk veel gebeurd is ten huize Serotto de laatste tijd. Voor zij die er zich in willen verdiepen: het is een heel belangrijke periode momenteel op dat vlak, met heel veel awakenings, mensen die plots spiritueel ontwaken, waarschijnlijk met het oog op 2012. De gevolgen blijven niet uit, een verbijsterend aantal relaties hebben we op heel korte tijd op de klippen zien lopen, zowel dicht om ons heen als wereldwijd, bij meer ‘internationale’ vrienden. Het verloopt altijd volgens hetzelfde patroon; één van de twee ontwaakt en ontdekt dat hij of zij – veelal zij – een grotere taak heeft hier op aarde, en de ander blijft onbegrijpend achter. Jarenlange relaties worden op amper een week tijd uit het schijnbare niets op een heel definitieve manier ontbonden.
Ook ik stuurde na net geen negen jaar vanuit het hoge Noorden wel héél onverwacht maar toch overtuigd een mail met het verzoek nog thuis te blijven wonen tot ik terug was, maar wel al uit te kijken naar een nieuw onderkomen. Ik zou de achterblijver worden, hoewel ik er nochtans zelf al jaren zeer sterk in geloof. Zo sterk zelfs dat het voor mij eigenlijk niet eens een kwestie is van wel of niet geloven, het ís gewoon zo, dat heb ik oneindige keren gezien. Zo intens gezien, dat ik er met de beste wil van de wereld niet bij kan dat het voor zovelen zo hardnekkig onzichtbaar en onwerkelijk blijft. Daar ligt een stevige contradictie in, daar ben ik mij terdege van bewust. Ik wil begrip voor wat ik zie, maar kan maar moeilijk begrijpen dat velen het niét (willen?) zien. Daarom is het dan ook een probleem, obviously. Het probleem van ons was/is dan ook dubbel gecompliceerd; ik heb al één en ander gezien, maar, hoe graag ik ook zou willen, ik zie niet wat Maylen nu allemaal ziet, want dat is nog zoveel meer. Het probleem van ons was dan ook niet terug te brengen tot de traditionele relatieproblemen als ‘zij ziet hem niet meer graag’ of ‘hij heeft iemand anders’, waardoor het nog moeilijker te plaatsen was. Twee mensen die elkaar oneindig graag zien en tot de laatste snik willen vechten voor hun in de grond probleemloze relatie – als wij het eens om de twee jaar oneens zijn over iets en daar maximum een kwartier over discussiëren, niet eens echt ruzie maken, zal het al veel zijn – die door hogere krachten uit elkaar lijken getrokken te worden, is hartverscheurend.
Maylens taak hier op aarde blijkt namelijk gigantisch te zijn, en ‘ze’ – en hij ook – zullen er alles aan doen om hem die taak te doen volbrengen, ook als dat betekent dat hij de liefde van zijn leven moet laten gaan. Hence mijn gevoel dat vliegtuig te zijn dat het leger neerhaalt om een hele stad van een gewisse dood te redden. Dat besef roept honderd-en-één vragen op. Ten eerste natuurlijk waarom en óf ‘ze’ ons überhaupt wel uit elkaar willen. Want, in alle bescheidenheid, ik leg hem geen strobreed in de weg en probeer met elke vezel van mijn lichaam om hem zo goed mogelijk te begrijpen en te steunen. Een tweede vraag die door de wel heel verwarde hoofden bleef spoken, was waarom ‘ze’ ons dan in de eerste plaats bij elkaar hadden gezet. Koppels die elkaar een avondje vreemdgaan gunnen en daar, als dat dan ook effectief gebeurt, niet de minste problemen over maken, zijn niet dik bezaaid. Koppels waarbij geen van beiden kinderen willen, evenmin. Koppels waarbij de vrouw de man aanraadt om een weekendje te gaan logeren bij een vrouw die hem veel kan leren op spiritueel vlak maar in het buitenland woont, zijn niet de norm. Koppels waarbij de man de vrouw de vrijheid geeft om een half jaar in het buitenland haar dromen te gaan najagen, kom je ook niet elke dag tegen. Koppels die er allebei onze soms toch wel heel afwijkende gedachtengang en kijk op het leven op nahouden, ben ik, zeker in combinatie met al het bovenstaande en nog zoveel meer, ook nog nooit tegengekomen. Koppels die zo anders zijn dan wat onze maatschappij voorschrijft en toch onderling zo gelijkgezind zijn, die horen samen te blijven. Een mens komt dat soort eigenaardig evenbeeld maar één keer op een leven tegen. Geen van ons zou trouwens nog kunnen leven met een ‘traditionele’ partner of relatie. En dus blijven we vooralsnog samen, want als er iets is wat we uit de afgelopen weken geleerd hebben, is dat we elkaar veel liever zien en bereid zijn om veel verder te gaan dan we eigenlijk zelf beseften. Maar het gaat gepaard met heel wat obstakels, en nog meer vragen. Zoals de vraag of dit onze ultieme test is. Misschien is dit de test die we moeten doorstaan om te zien of ik de geschikte persoon ben om aan zijn zijde te staan bij het vervullen van zijn taak, om te zien of ik bestand ben tegen wat nog komen moet. Misschien is dit mijn test om het ware geluk te vinden, want ik ben het levende summum van alle angsten die er in de wereld zijn. Misschien moet ik nu mijn ultieme angst, hem verliezen, kunnen loslaten, om van al die andere angsten verlost te raken. Off the record: nadat die eerste ‘crisis’ overwonnen was, is mijn – niet-alcoholisch welteverstaan – drankverbruik zo maar eventjes méér dan verdubbeld omdat mijn slikangst voor 95% overnight als ware het een mirakel verdwenen was. Een geintje van het lot om aan te tonen hoeveel macht het heeft of het zoveelste bewijs van hoe sterk de geest het lichaam in de ban houdt?
Het enige wat we nu kunnen doen, is dan ook zo goed mogelijk de tekens herkennen en aanvoelen wat het grote plan is. Alles wat we ondernemen en daarvan afwijkt, zal automatisch falen, alle dingen die in het plaatje passen, gaan, zoals al gemerkt, als vanzelf. Het antwoord op mijn aanvraag voor een maand onbetaald verlof om de voorlopig nog ietwat vage optie ‘zelfstandige in de creatieve sector’ uit te vlooien, zal al een tipje van de sluier oplichten, het gesprek met de bank, de vastgoedzoektocht in het buitenland en gesprekken met onze connecties ter plaatse ook. Niet nodig om te vermelden op wat we hopen. Dat, en dat de wereld ooit zal zien wat wij zien.