Categorie Archieven: Relations

Acht jaar lief en leed delen met iemand en dan op zeer korte tijd een heel nieuw iemand in de plaats krijgen, is niet makkelijk. Ik kan dat weten, want ik maakte het mee het voorbije jaar. De oorzaak van zijn plotse ommezwaai lag in het spirituele, een materie die zelfs voor mensen die ervoor open staan maar heel moeilijk te begrijpen is als je er de eerste stappen in zet. Hij zag, voelde, hoorde en deed dingen waar noch hijzelf, noch ik in eerste instantie een duidelijke verklaring voor konden vinden. De banden die hij aanging met nieuw gelijkgestemden zorgden voor meer pijn dan ik ooit voor mogelijk hield. Mekaar one night stands toestaan is nog net iets anders dan toekijken hoe hij een paar andere vrouwen in zijn hart sloot op een manier die beyond het aardse gaan, en dat mag zeer letterlijk genomen worden. Ik kon het niet plaatsen, hoe zij zo levensbelangrijk konden zijn voor hem zonder dat hij er een ‘aardse’ liefdesrelatie mee wou aangaan, zonder dat hij mij, de op spiritueel niveau minder belangrijke, wou verlaten.
Het heeft heel lang geduurd voor we weer op hetzelfde niveau konden praten. Zijn hogere doelen en handelingen probeerde ik steeds weer te vertalen naar gewone situaties, omdat dat het enige was wat ik begreep, het enige wat ik kende. De eerste doorbraak kwam er toen hij op een dag een gebruikte omslag nam en er een doolhof met een pac-man op tekende. “Kijk,” zei hij, “pac-man kent alleen voor en achter, links en rechts.” Gretig om eindelijk terug op dezelfde golflengte te komen met die vreemde die ooit de potentiële liefde van mijn leven was, knikte ik, wachtend op het vervolg van de uitleg. “Als ik mijn vinger nu in het doolhof zet, ziet hij alleen een punt vlak voor hem, want hij kan niet naar onder of boven kijken.” That made sense, so far so good. “Als ik roep, gaat hij mij wel horen, maar nog steeds niet zien wie of wat er aan dat punt voor hem hangt. Want hij heeft maar twee dimensies, terwijl er drie zijn, en die derde kennen wij, mensen, wel, maar pac-mannetjes niet.” In de verte begon er al een lamp te branden, maar voor de zekerheid liet ik hem zijn verhaal helemaal afmaken. “Als je dat op ons betrekt, krijg je net dezelfde situatie,” bevestigde hij mijn vermoeden, “er zijn nog meer dimensies dan de drie waar de mens in het algemeen mee vertrouwd is. Ik zie er meer, en ik sta vanuit die andere dimensies op jou te roepen, maar je ziet me niet omdat jij niet weet dat er nog meer is.”
Ik vond het een tekenend voorbeeld van niet alleen wat wij op dat moment onderling meemaakten, maar van zoveel meer. Van het onbegrip van mensen tegenover het feit dat wij geen monogame relatie hebben. Van de verbazing van mensen als we zeggen dat we geen kinderen willen. Van het ongeloof van mensen als we zeggen dat we nù willen emigreren, en niet wachten tot we met pensioen of ‘binnen’ zijn. Van ontelbare dingen. Want mensen zitten allemaal in andere, al dan niet symbolische, dimensies, waardoor ze niet naar boven of onder, naar de dimensies van anderen kunnen kijken. Niet meer of niet minder.
Heel zorgvuldig heb ik maandenlang de omslag met zijn pac-man bewaard. Voor zijn verjaardag begin dit jaar kocht ik hem – onder andere, anders zou er een te grote discrepantie zijn in het verjaardagscadeautjes kopen voor elkaar – een schrift waarin hij al zijn spirituele ervaringen en ideeën voor projecten allerhande in het kader van de emigratie, ook gestuurd door datzelfde, kwijt kon. Op het eerste blad schreef ik zelf wat, op het tweede blad plakte ik zijn pac-man, begeleid met een knipogend “Do you remember the days you had to explain us everyhting with your beautiful and funny drawings?”
Gisteren kreeg ik eindelijk het filmpje te zien waarop hij zijn tekening van toen gebaseerd had, en het leek alsof ik, na een tijd op de dool te zijn geweest, plots weer op het goede pad werd gedwongen. Ik wil het jullie niet onthouden, want volgens mij ziet iedereen er wel iets in. Het is heel leuk en verhelderend gedaan, zodat spiritualiteit begrijpelijk en aanvaardbaar wordt voor iedereen, en het loont écht de moeite om even te bekijken. Enjoy!

89847281

Sinds Maylen zich verdiepte in het spirituele wereldje, heeft hij een shitload aan nieuwe mensen leren kennen. Hier en daar zit er, zoals in alle lagen van de bevolking, eentje tussen wiens bedoelingen niet zo oprecht zijn als je op het eerste zicht zou denken, maar met de grote meerderheid onderhoudt hij een band die benijdenswaardig is. Een band waarbij je je als ‘gewone’ sterveling maar weinig kan voorstellen en waarvan ik niet eens weet of ik ooit ga ervaren wat het is om op zo’n niveau omringd te worden door mensen. Velen onder hen zijn vrouwen, en aangezien vrouwen nogal tuk zijn op op tijd en stond eens een praatje slaan, wordt er bij momenten nogal wat heen en weer getelefoneerd. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Wij hebben dat soort relatie, en ik vind het eerder een luxe dat ik weet dat hij alles tegen mij zegt dan dat ik mij moet afvragen of hij er misschien stiekeme vriendschappen op nahoudt.
Sinds ik mij verdiepte in het blogwereldje, heb ik een shitload aan nieuwe mensen leren kennen. Sommigen blijven beperkt tot reacties en tegenreacties, anderen stappen over naar mail. Een paar zijn doorgedrongen tot het telefoon-Facebook-messenger niveau en een enkeling slaagde er – tot mijn grote plezier overigens, daar niet van – in zich tot in mijn huis en dagelijkse leven binnen te werken Sommige banden hebben een redelijk diep niveau bereikt, anderen blijven, hoewel heel aangenaam, toch eerder oppervlakkig. Onder hen bevinden zich uiteraard ook mannen. Mannen met vriendinnen, mannen met vrouwen. Mannen voor wie ik officieel niet besta wegens te moeilijk uit te leggen thuis, ook al gebeurt er niets wat niet kan of mag. Er wordt af en toe wat heen en weer getelefoneerd, maar niet voor ik eerst de regels heb gecheckt. Want ik ben de laatste die problemen wil veroorzaken binnen een relatie, de laatste die er zit op te wachten dat er ergens ten velde een vrouw een hoop onnodige pijn en achterdocht te verwerken krijgt omdat er een andere vrouw jolijtig wat wil bijkletsen met haar man. Ik check dus eerst, en leg me er bij neer dat het er in de meeste gevallen op neerkomt dat ik wacht tot de man in kwestie mij belt wanneer het hem past. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Jammer dat ik niet zomaar even de telefoon kan pakken en er snel de stress van de dag kan afkwebbelen als ik daartoe de behoefte voel, en zelf zou ik me zo’n achter-de-rug relatie niet – meer, eerlijk is eerlijk – kunnen voorstellen, maar ik heb er wel – nog – alle begrip voor en respecteer het.
But I can’t help but wonder: is er ooit een vrouw geweest die zich heeft afgevraagd of het voor mij wel ok is dat ze mijn wederhelft eender wanneer opbelt? Denken die vrouwen even ver na als ik en zijn ze erop beducht niemand in de problemen te brengen of te kwesten of trekken ze er zich niets van aan? En zo nee, moet ik mij het lot van andere vrouwen blijven aantrekken of net als zij worden en meedogenloos worden tegenover de tere hartjes van mijn eigenste soortgenoten? Moet alle goedheid van mij komen maar komt de goedheid nooit mijn kant op?
There’s only one way to find out, het hem gewoon eens vragen. And that’s exactly what I’m gonna do, want ik vraag het mij al een hele tijd af. Eens benieuwd hoeveel vrouwen slagen voor de test. Call me a pessimist, maar ik vrees dat het er niet veel gaan zijn. Van je eigen soort moet je het hebben, zeggen ze dan.

Afgelopen zaterdag kregen twee mensen uit het niets te horen dat hun huwelijk voorbij was, één verloving werd verbroken en één relatie zal het naar alle waarschijnlijkheid niet overleven. Allemaal dankzij het project in het buitenland waaraan ook Maylen deelnam. Mijn zorgen tijdens zijn afwezigheid, het oude zeer van afgelopen winter dat naar boven kwam en het gevoel weer de wederhelft te zijn van een vreemde, waren dus niet zo heel ongegrond. De souvenirs die wij overhouden aan dat project, een hoest slash verkoudheid slash griep die hij van ginds meebracht, zijn dus peanuts in vergelijking met wat de anderen meebrachten.
Het neemt niet weg dat mijn gedachten bij hen zijn. Zij die twee weken zaten af te tellen naar de thuiskomst van hun liefste, om dan koudweg te moeten horen dat het over is. Dat ze ingeruild worden voor iemand beter, zonder discussie, zonder kans op een tweede kans. Zij die zagen hoe hun wederhelft sinds jaar en dag bij terugkomst in plaats van een koffer uit te pakken, nog een extra koffer inpakte en voorgoed uit hun leven verdween. Just like that. Voor wie ooit zelf dicht in de buurt daarvan kwam, en een minimum aan empathie heeft, gaan zo’n verhalen door merg en been. Steekt de zin de kop op om de achterblijvers, ook al ken je hen niet, te contacteren, al was het maar om te zeggen dat je aan hen denkt.
Maar ik doe het niet, want ze hebben er vast geen boodschap aan, aan zo’n vreemde die zich, goed bedoeld, wat gaat mengen in hun plots niet meer bestaande liefdesleven. In plaats daarvan kijk ik naar wat ik wel nog heb. Een relatie die tegen meer bestand is dan ik dacht. Een karakter dat tegen meer bestand is dan ik dacht. Ik kijk ernaar, en zie dat het goed is. Meer dan dat hoef ik niet. Echt niet. Tenzij dan longen die iets minder branden en een neus die iets minder verstopt is.

88527407

* Hoe mensen je zien
* Hoeveel je daarvan bewust naar voren schuift
* Hoeveel er strookt met de  – oude en/of nieuwe – realiteit
* Hoeveel mixed signals je de wereld instuurt
* Hoe en wat daaraan te veranderen indien nodig
* Hoe consequent te blijven in die signalen als het karakter niet consequent blijkt
* Hoe met dat gegeven voor zo weinig mogelijk verwarring zorgen bij de buitenwereld
* Hoeveel je overneemt van de mensen met wie je vaak optrekt
* Hoeveel daarbij nog van jezelf overblijft, zeker wanneer er permanent een significant other bij je inwoont
* Of de theorie klopt dat je van die inwoner minder overneemt dan van anderen
* In hoeverre je bepaalde karaktertrekken – in eerste instantie onbewust – uitvergroot wanneer je merkt dat diegene die je tegenover je hebt, die trekken vrij tot zeer duidelijk ook vertoont
* Hoe gek het is om te beseffen dat je dat doet
* Hoe al even gek het is als je ziet wie diegene is die je daarover – ook weer geheel onbewust – met de neus op de feiten drukt
* Hoe nog altijd gek het is om soms tijdens een gesprek met een min of meer vreemde meer te leren dan uit ontelbare gesprekken met bekenden
* Waarover andere mensen denken nadat ze uitgedacht zijn over wat ze nog moeten doen/kopen/opschrijven/….
* Of andere mensen het überhaupt nodig vinden om zich het hoofd te breken over zulks vermoeiends dan wel gelukzalig over de mogelijkheid beschikken om gewoon numb te gaan en in het nu te leven zonder hersenspinsels
* Of ik nog veel moeër kan worden dan dit

De ochtendfile, dat is hard labeur met al dat denken. En dan heb ik het nog niet eens over de nachtelijke uren, wanneer ik op kruissnelheid ben. Zucht.

noah-wyle-20070131-205048

Let me tell you a little story about last nite. It was a great nite. And a surprising one too, met dank aan Kleine – mijn grootste, drie heel intense maanden durende fout voor mijn relatie, of het voor mezelf een fout was, laat ik in het midden - die ik niet meer gezien had sinds Marktrock vorig jaar, wist hij zich nog haarscherp te herinneren. Hij is dan ook bijna vijf jaar jonger, dus zijn geheugen staat nog scherper dan het mijne. Hij was al bijna een jaar gelukkig met zijn vriendin, praatte hij me bij. Welgeteld vijf minuten is hij gelukkig geweest, en toen kwam de waarheid naar boven. Dat ze de laatste tijd toch wel meer ruzie maakten. Ik plaatste het in perspectief door hem erop te wijzen dat de periode en situatie waarin ze zaten die hij me net uit de doeken had gedaan, bij veel koppels voor wat spanningen zorgden, en dat het daarna wel weer zou loslopen. Zichtbaar opgelucht reageerde hij dat hij alleen met mij zo goed kon praten, zo rechtuit kon zeggen wat hij écht voelde. “Maar ja, als je het zo stelt heb je wel gelijk”, gaf hij toe, “ik ben echt wel gelukkig met haar.” Hij keek me even aan alvorens iets te zeggen wat me weer deed beseffen hoe diep alles ooit heeft gezeten, en dat die ooit minder lang geleden blijkt dan ik dacht. “Als er op de hele wereld ook maar één iemand is die me zo gelukkig kan maken als jij zou gekund hebben, is zij het wel”, gooide hij me in het gezicht. “Aha,” deed ik luchtig om het allemaal niet te zwaar te maken, “dan is mijn gelijke opgestaan, maar ik heb dan toch lang standgehouden.” Hij lachte even voor me opnieuw van mijn – ingebeelde, want in pumps staat dat niet bijster sexy – sokken te blazen. “We hadden gewoon moeten trouwen, zes jaar geleden, ik was er echt klaar voor.” Come again? Hij had me toenertijd gelijkaardige dingen verteld, over hoe hij zijn onvervalste playerlife wou opgeven, hoe hij alles wou opgeven, om zich definitief met mij te settelen. Over hoe speciaal ik was voor hem, en hoe hij me nooit zou vergeten. Gezien ik vijf jaar ouder en evenveel ervaring meer en naïviteit minder had, heb ik hem meermaals gezegd dat ik zo’n dingen niet wou horen. Je vergeet iedereen na verloop van tijd, hoe speciaal hij of zij ook ooit geweest mag zijn, is mijn nuchtere kijk op de zaken. Die liefde van je leven die altijd een speciale plek in je hart zou hebben is snel vergeten eens de nieuwe liefde van je leven zijn intrede maakt. Besides, hij was negentien op het moment dat hij zulke zware uitspraken deed. No way in hell dat ik zoiets serieus kon nemen. Maar nu, zes jaar later, blijkt dat hij nog steeds staat achter wat hij toen tijdens al dan niet zwaar beschonken nachten tegen me zei. Zes jaar later kan hij nog steeds feilloos mijn nummer opzeggen, zes jaar later suggereert hij nog steeds dat hij geen nee zou zeggen tegen mij. Zes jaar later is hij nog steeds van mening dat, als hij op voorhand had geweten wat hij zou moeten afgeven, het misschien beter niet gehad had, ook al is hij blij met wat hij, of beter wij, gehad hebben, en dat kan niemand hem ooit afpakken. Zeggen dat ik somewhat impressed was toen we even later afscheid namen met de belofte mekaar te smsen op Rock Werchter, ook al zou zijn vriendin er dan tot zijn spijt bij zijn, zou een understatement zijn.
Maar daar kwam al afleiding in de vorm van een vriend van Eva, zijn zus – al heel ver in de dertig maar nog steeds notoir feestbeest waar zelfs late twintigers niet aan kunnen tippen - die van plan was het feesten niet op te geven tot vlak voor het moment dat ze op het laatste nippertje het stemhokje zou binnenzwalpen. Dit land gaat naar de verdoemenis als ze die verkiezingen nog lang op een zondag plannen, ik zeg het je. But who cares als er naast je iets staat zoals dat wat vannacht naast mij stond. Ladies, picture this: een frisse, stoute kopie van niemand minder dan de waarschijnlijk al lang vergeten Dr. John Carter – enkele jaren geleden in de top 50 van mooiste mensen ter wereld van People Magazine – uit E.R. I know, I know, McDreamy is momenteel the hottest doctor in town, maar als je Dr. Carter voor je hebt, is die snel vergeten. Zeker als hij na een paar keer oogcontact en een paar woorden hard to get probeert te spelen door zichzelf als asociaal te omschrijven. Which suits me just fine, ik was dan ook de eerste om voor te stellen om mekaar dan maar verder te negeren. Wat ik even later ook effectief deed door Maylen en zijn gezelschap te vervoegen. Voor mij was de kous af, op dat punt had hij zijn Cartermagic immers nog niet op me losgelaten en stond ik er ook niet bepaald voor open. Voor Eva was de kous een verdacht lange sanitaire stop later echter nog verre van af. “Zég!” bralde ze ineens in mijn oor, “kom terug mee naar achteren, ik kan hier niet blijven staan, ik kan je nu niet vertellen waarom, maar kom gewoon mee terug.” Ik had er niet veel tegen in te brengen, dat heb je nooit tegen een Eva wanneer er in haar aders meer alcohol dan bloed stroomt, evenmin tegen het glas Chardonnay dat ze me al snel in de handen duwde.
Carter had bij het weerzien blijkbaar genoeg van onze niet-communicatie, en toonde dat niet alleen op een verbale manier. “Het is echt een schatje, en heel voorzichtig ook,” lispelde Eva slinks in mijn oor. “What the fuck, voorzichtig, what does that even mean?? En trouwens, hoe weet jij dat, heb jij hem al gehad ofzo?” vroeg ik, waarop ze heftig nee schudde. “Gosh, jij hebt hem dus al gehad, je schuift me gewoon je afdankertjes door!” riep ik verontwaardigd. “Néé echt niet,” hield ze voet bij stuk. Als het niet zo onbeleefd zou staan, ik had het meteen aan hem zelf gevraagd of zij al de eer had gehad de lakens met hem te delen. Iets wat ik – damn you, maandelijkse technische werkloosheid – overigens niet gedaan heb. Voor het te ver in die richting ging, besloot ik er op het meest onverwachte moment geheel mysterieus – ik ging de reden echt niet aan zijn neus hangen - en nog harder to get dan wat hij eerst poogde, vandoor te gaan, met de melding dat ik, als we elkaar ooit nog eens tegen het lekkere lijf zouden lopen, wel verwachtte dat de eer van een onvergetelijke nacht me dan wel te beurt zou vallen ten afscheid. He didn’t say no, I can tell you that. We even shook hands on it, as if we had a secret homies pact, waarna hij me als een volleerd gentleman een zedige kus op de wang gaf. Die dokters, dat is een welopgevoed ras.

LA5189-001

Nina De Vos verliest haar streken, deel één. Vroeger, toen ook de andere dieren nog spraken, ging ik niet zo goed om met de waarheid – zoals de die hards zich nog wel herinneren enzo – en met verleidingen. Om correct te zijn; de waarheid ging ik waar mogelijk uit de weg, de verleiding nooit. Daar aan weerstaan was geen optie. Een tijdje geleden werd ik er voor het eerst sinds lang weer aan blootgesteld, en op een wel heel gevaarlijk moment. In de nasleep van al het voorjaarsdrama bevond ik me op een punt waarop ik nog kwetsbaar genoeg was om ontvankelijk te zijn voor oprechte interesse, maar waarop ik tegelijkertijd al net genoeg bekomen was om de fun van het eeuwenoude spel der verleiding weer in te zien. Net op dat punt stond hij ineens voor mijn neus. Lekker, sexy, ad rem en helemaal in de ban van yours sincerely, die niet meer nodig heeft om zich als een enthousiaste puppy in een nieuw avontuur te storten. Er werd geplaagd, er werd afgetast, er werd geflirt, en ik herleefde helemaal. I was back in the game and I loved it.
Althans voor even. Want al snel begon het me te dagen dat mijn beweegredenen niet helemaal zuiver op de graat waren, voor zover dat al kan in zo’n geval. In een poging om eerlijk te zijn met mezelf, kon ik niet anders dan toegeven dat ik misschien toch een beetje uit was op wraak. The One had me pijn gedaan, nu zou ik dat eens lekker gaan terug doen. Ik had genoeg afgezien, ik had recht op een verzetje als troostprijs. Ik besefte echter al snel dat ik er eigenlijk geen plezier uithaalde zoals ik mezelf eerst wijsmaakte. It just didn’t feel right. Gulzig als ik ben, was ik uit op alles, en ik wist ook dat ik het kon krijgen. Alleen heb ik er op een onbepaald moment in het recente verleden ook een geweten en verantwoordelijkheidsgevoel bijgekregen. Flirten, spelen en een lekkere portie hete seks, ok. Iemand oprecht graag hebben, veel met elkaar gemeen hebben en ellenlange gesprekken voeren, ook ok. Beide opties samen, not ok. Can’t have it all cos it’s a lethal combination. Been there, done that. De gevolgen ervan gedragen en het niet voor herhaling vatbaar bevonden. 
En dus, beste hoogst verbaasde lezertjes, heeft deze diva voor het eerst in haar leven haar verantwoordelijkheid genomen en voor één van beide opties beleefd bedankt. Van de andere optie geniet ik echter occasioneel – en met medeweten van The One, dat spreekt voor zich – nog volop. It’s not like I’m a Mother fucking Theresa all of a sudden. If I ever become one, please do kill me.

paris-hilton

 

De eerste twee weken doorgebracht in een land waar ik nooit meer hoop te belanden om een ingreep te ondergaan die synoniem stond voor de confrontatie met één van mijn ultieme angsten. Geheel volgens mijn voorgevoel – noem het gerust vrouwelijke intuïtie – thuis gekomen in een situatie die wat weg had van die andere thuiskomst eerder dit jaar a.k.a. iets met andere vrouwen slash spirituele ommezwaai slash relatiecrisis. Mezelf en mijn koffer een paar dagen later bij elkaar geraapt om op minder tijd dan gepland de rest van ons leven uit te stippelen. Op de valreep nog op Spaans grondgebied de zoveelste relatiecrisis het hoofd geboden. Bij thuiskomst de laatste week oververmoeid doorgebracht in bed, waar ik net niet uitviel toen er nog een laatste relatielijk uit de kast kwam vallen.
Gotta face it, de balans is niet fraai. Mijn droommaand had veel meer weg van een nachtmerriemaand. Ik was bijna dankbaar toen de wekker maandagochtend om half vijf het einde ervan aankondigde, niettegenstaande het feit dat ik absoluut niet – welke woorden zijn gepast om een nog grotere ontkenning uit te drukken, want dit dekt de lading niet? – uitkeek naar de terugkerende dagelijkse tripjes richting hoofdstad, en nog minder naar wat er de acht uren nà die trip kwam.  Maar toegegeven, het heeft me de nodige schop onder de niet meer zo afgetrainde kont gegeven. Nog geen kwartier na thuiskomst stond ik voor ongeveer de derde keer dit jaar op de Powerplate, die ik mezelf met zoveel enthousiasme afgelopen winter cadeau deed. Opgepept door het fysieke afbeulen en dreunende beats, besefte ik eindelijk wat ik al die tijd gemist had, en realiseerde ik me ook met een schok wat er van me geworden was. Een wezen het woord schaduw – van mezelf, voor de minder alerten onder ons – nog niet waardig. Want dat wat ik op dat moment aan het doen was, ook wel sporten genaamd, was somewhere along the way só 2008 geworden. Iets wat ik vroeger driemaal per week deed, lukte me nu amper drie keer per half jaar. En wat was toch dat issue met parfum? Wat wàs parfum ook weer? Ik moet het bestaan ervan vergeten zijn nadat ik het laatste restje, zo ergens vlak na de jaarwisseling, ervan had opgebruikt. De moed om nieuwe te kopen, raakte ik vervolgens een vijftal maanden kwijt. Wat was immers de zin van schandalig duur geprijsd water met een geurtje dat na twee uur vervliegt als je wereld net compleet was ingestort? (Note to self: zaterdag nieuwe voorraad inslaan en de prijs negeren. Drrringend.) Ik viel bij Blondine binnen met net geen doos Kleenex onder de arm maar wel met haarband om het ongewassen haar te verhullen én in trainingsbroek. Wat ook wel een leuk kantje had; zelf liep ze er ook niet bij alsof ze op het punt stond naar een VIP-party te vertrekken, en het gaf een leuk thuisgevoel: thuiskomen bij je peoples die je binnenlaten no matter what, ook al loop je erbij alsof je wil concurreren met de huidige trends onder daklozen. De sorry excuses for outfits waar ik me de laatste tijd in heb gehuld, zouden echter door de plaatselijke container van Spullenhulp gedegouteerd uitgespuwd worden, mocht ik een poging doen er via die weg – bij nachte, bewijsmateriaal moet subtiel vernietigd worden – van af te raken. Om nog maar van de naggellak te zwijgen. De nagellak. Of beter, het gebrek eraan. Meer dan een maand heb ik zonder dat hemelse goedje, dat het verschil maakt tussen een vrouw en een Vrouw, rondgelopen. Ik. Zonder. Miss ‘Ik ben vast geboren met nagellak op mijn piepkleine nageltjes, daar ben ik zéker van!’ Serotto. Niet minder dan een schandaal is het. Over die blog die ik ooit dagelijks aanvulde, wil ik het niet eens hebben. Noch over die marginale uitgroei waarmee ik veel te lang rondliep en waar in sommige landen, ik gok die waar de letters V en S in komen, hoogstwaarschijnlijk de doodstraf op staat.
Get a grip woman, was de enige slotsom waartoe ik, even gedegouteerd als de Spullenhulpcontainer, kon komen. Samen met die conclusie kwam gelukkig ook de wil om uit die zielige-vrouwtjes-slachtofferrol te stappen en terug die diva van weleer boven te halen. Niet minder dan een moordgriet, dat moet ik zijn voor mijn favoriete festival het begin van de zomervakantie inluidt. Voor hem ja, zodat hij beseft wat hij in huis heeft, en nog meer wat hij op het spel heeft gezet. En inderdaad, snuggere tussen-de-lijnen-lezer, de scherpe kantjes zijn er af, ik ben terug in staat om graag te zien, een gevoel dat beschermingsmechanismegewijs even leek uitgevallen, maar er is nog een hoop onderliggende woede waar ik vanaf moet. Want hij mag dan geweldig zijn, hij is wel danig van zijn voetstuk gevallen en hij is zeker god niet. En, belangrijker, hij is na negen jaar ineens niet meer de illusie die me nooit zou kwetsen. Er is maar één iemand die me dat kan beloven, en dat is dat zielige restje Nina dat overblijft na het fiasco, en daarom staat hij nu op de tweede plaats, ver na mijn eigen eerste plaats.  
Het is voor mijn eigen, killerchick-self van weleer, dat ik nu ga doen wat ik even moet doen: me zwelgen in alles wat oppervlakkig is, want oppevlakkigheid kwetst nu eenmaal niet. Als dat onder de noemer ‘vluchten’ valt, so be it. Ik heb het voorlopig gehad met de discussies over het hogere zijn, het nu, moleculen, andere vrouwen en hun plaats binnen onze relatie, het ego, soulmates, pijn, graven naar je echte ik en het hogere doel. Alles wat ook maar enigszins naar oppervlakkigheid ruikt, zal hoogtij vieren de komende tijd.  Ik stort me op mijn dead-end job – als alles meevalt nog maar een half jaar, ha! - zoals een hond zich vastbijt in een bot gemaakt van vers kattenvlees en ga voor niet minder dan zes dagen per week hard labeur. Wel met de kanttekening dat ik daarna één en ander handig recupereer op het moment dat de tijd rijp is voor een tweede retourtje Barcelona, of wat dacht je. Elke vrouwennaam die niet begint met N en eindigt op ina valt onder de categorie ‘those we don’t speak of’. Magazines met handtassen en ander in-het-grotere-plan-onbenulligheden van 2000 euro+ worden minutieus uitgepluisd, en de inwendige discussie over welk oh welk parfum ik me toch ga aanschaffen, laait hoog op terwijl ik besluiteloos naar mijn vers gelakte nagels staar. I need it. Ik ga voluit voor de titel van Queen of Superficiality Summer 2009. Move over, Paris. And keep an eye on your latest toy boy. Grin.

Een paar maanden geleden lichtte ik hier al een tipje van de spirituele sluier op die mezelf en mijn One al een tijdje verblindt en tegelijkertijd laat zien. In tussentijd is er enorm veel gebeurd, maar tot op de dag van vandaag vond ik de tijd niet rijp om het in de groep te gooien. Omdat ik geen manier vond om het verstaanbaar, aanvaardbaar en geloofwaardig voor een buitenstaander te verwoorden. Omdat het verschillende malen, waarvan zaterdagnacht de (voorlopig?) laatste keer bijna een breuk veroorzaakte tussen mijn One en mij, maar ik zelfs op momenten dat ik geconfronteerd werd met een haat en woede tegenover hem die ik nooit eerder voelde, pertinent weigerde om hier eenzijdig mijn kant van het verhaal te doen en hem afvallig te zijn, ongeacht de portie pijn die hij me op het sowieso al volle bord van werkbesognes en buitenlandse operaties gooide. Het zou misschien even voor opluchting gezorgd hebben, zo’n lekker haatdragend potje schelden en zwartmakerij, maar het is iets wat ik niet kan en wil. Want hij is zoveel meer dan de oorzaak van mijn pijn, waarover ik hem een paar dagen geleden nog vertelde dat, als ik kon kiezen tussen mijn verleden van depressies en dat wat hij me nu aandoet, ik zonder aarzelen een sprong terug naar dat Prozactijdperk maakte.
Want ja, hij heeft me onmetelijk veel pijn gedaan de laatste maanden. Een rauwe, allesverwoestende pijn die ik nog niet kende en die me dreef tot reacties en zo’n diepgewortelde haat, woede, agressie en onverschilligheid die op hun beurt ook nieuw en behoorlijk angstaanjagend waren voor mezelf. Maar ik denk dat we zaterdagnacht, in een hotel in Barcelona, amper twee uur voor we weer moesten opstaan om het vliegtuig te halen, tot een keerpunt zijn gekomen waardoor we beter bestand zijn tegen de vele, aartsmoeilijke spirituele en relationele crisissen die ons in de nabije toekomst nog staan te wachten. Het is onbegonnen werk om het verhaal tot in detail en begrijpelijk voor iedereen te vertellen, maar het komt er op neer dat hij een behoorlijk grote taak te vervullen heeft hier op aarde, waarover ik bewust nog even niet zal uitwijden. Om die taak te kunnen vervullen, moet hij heel veel loslaten: in de eerste plaats zijn angsten, maar bij uitbreiding zo ongeveer zijn hele leven zoals hij het tot nu toe kende. Alles wat hem tegenhoudt om zijn doel te bereiken, moet hij cru gezegd elimineren, en hij moet doen wat hij moet doen zonder zich iets aan te trekken van wat anderen daarvan vinden of zeggen.
En daar lag nu net het probleem; ik was of leek op één of andere manier ook terechtgekomen in het vakje ‘mensen en dingen waarvan hij zich niets meer moet aantrekken’. En dat is hard. Heel hard. Wat ik tot op bepaalde hoogte wel kon begrijpen, was het feit dat hij moest doen wat hij moest doen. Dat moet tenslotte ieder van ons eigenlijk doen. Wat ik dan weer niet kon begrijpen, was dat hij daar heel rechtlijnig in geworden was. In mijn ogen is het niet onmogelijk om je pad te volgen en trouw te blijven én indien nodig nog wat rekening houden met diegene met wie je samenleeft, als die bereid is je te steunen. Telkens ik zijn harde woorden hoorde, sloegen mijn gekwetste gevoelens al snel om in agressieve aanvallen, waardoor ik het verwijt naar mijn hoofd geslingerd kreeg dat ik er zelf voor koos om zo te reageren. Dat ik zo reageerde uit angst om hem te verliezen, wat nergens voor nodig was aangezien geen haar op zijn hoofd eraan denkt mij te verlaten. Het verwijt dat ik koos voor de pijn die hij me aandeed, werkte als een rode lap op een stier, en het ging van kwaad naar erger.
Het was pas afgelopen week dat we tot elkaar doordrongen. Na een heel intens gesprek onder het genot van een geweldig Spaans diner met Stijn, die ik eeuwig dankbaar ben, viel er een grote last van mijn schouders. Eindelijk iemand die het voor me opnam in woorden die wél kant en wal raakten bij Maylen, iets waartoe ik zelf blijkbaar niet in staat was omdat ik tijdens dat soort gesprekken vermoedelijk te emotioneel reageerde, gedreven door pijn, verdriet en angst. Eindelijk iemand die hem zei dat hij iets heel waardevols aan het weggooien was door zijn harde houding van de afgelopen maanden. En eindelijk, eindelijk, eindelijk Maylen die bijdraaide en zei dat ik nog altijd diegene was die hij het allerliefst ziet op de hele wereld, ook al leerde hij de afgelopen maanden wat ik noem een paar – vrouwelijke – ’spirituele soulmates’ kennen waarvoor hij naar het einde van de wereld zou stappen en terug. Wat had ik op die woorden gewacht na alles wat er gebeurd en gezegd was.
Maar amper achtenveertig uur later betekenden ze niets meer voor mij, na het zoveelste incident van de afgelopen maanden. Binnen de minuut stonden we weer met getrokken messen tegenover elkaar en ging het hard tegen hard. Er werd gescholden, er werd gekleineerd, er werd met alle middelen gevochten voor het eigen gelijk. Tot op het punt dat ik de hotelkamer weer uitstormde om buiten af te koelen. Daar stond ik dan, in het midden van de nacht in een voorlopig nog wildvreemd land, te beslissen dat het genoeg was geweest, dat voor mij de relatie over was. Na al de moeite die ik had gedaan om hem en zijn nieuwe leefwereld en levenshouding te begrijpen, aanvaarden en steunen, was het enige wat ik vroeg begrip voor mijn kant van het verhaal, iets wat hij me blijkbaar niet kon geven, hoewel hij zelf meer dan dertig jaar had gedacht en geleefd zoals ik. Ik keek naar de gitzwarte lucht en vroeg me af waarom het allemaal zo was moeten lopen. Want een breuk betekende immers zoveel meer dan het verlies van de liefde van mijn leven. Het betekende ook het verlies van mijn emigratiedroom en alles wat daarbij komt kijken, van mijn hele toekomst, die hiermee aan diggelen lag.
Bij terugkomst op de kamer maakte ik hem na nog wat gekibbel duidelijk dat ik eiste dat hij de verantwoordelijkheid nam voor onze breuk. Ik had immers niet gekozen voor deze hele verandering, ik had nooit gewild dat mijn allerliefste beste vriendje na negen jaar ineens veranderde in een in mijn ogen egoïstisch monster dat zich God waande en wou dat de hele wereld naar zijn pijpen danste, uitgerekend op het moment dat ik voor mezelf had beslist voortaan met mijn vuist op tafel te slaan als ik dat nodig achtte en niet langer altijd maar braaf zou ja knikken en over me heen laten lopen. Toen hij me vroeg of er iets was wat hij kon doen om mij op mijn beslissing te laten terugkomen, legde ik het met de moed der wanhoop nog een laatste keer uit. Ik probeerde hem aan het verstand te brengen dat wat wij hebben nog steeds een ‘aardse’ relatie is, en dat het daarin fundamenteel is dat beide partijen respect hebben voor elkaar en rekening houden met elkaar, een engagement waartoe hij niet meer bereid leek. Dat het enige wat ik vraag, is dat hij begrip toont voor mijn gekwetste reacties op zijn woorden en even luistert naar mijn kant van het verhaal, in plaats van meteen zelf in de tegenaanval te gaan. Op die manier ben ik uiteraard ook niet meer bereid om naar zijn kant te luisteren, wat een pijnlijk straatje zonder gelukkig eind is.
De laatste keer bleek de goede keer. Eindelijk kreeg ik een sorry voor de laatste maanden, eindelijk zag ik zijn besef én spijt van wat hij had aangericht, samen met de belofte er heel hard aan te werken in de toekomst. That was all I ever wanted. En ik moet het hard genoeg gewild hebben, want ik heb het gekregen. Samen met hernieuwde moed om er de komende, loodzware maanden weer tegenaan te gaan. Samen, als het even kan.

85257568

Een wederhelft die doodleuk komt te vertellen dat hij een hele nacht op stap is geweest met een vrouw die hij amper vierentwintig uur eerder op internet had ontmoet én onverwacht een nacht in het bed van één van zijn Nederlandse spirituele soulmates is beland, en niet om kaarten te leggen; zelfs voor een ervaren rot in het open relatievak als ik is dat een behoorlijk bittere thuiskomst na een twee weken durende medische uitputtingsslag in een na-oorlogs gebied. Nog maar eens de boodschap krijgen dat ik over een twee- à drietal maanden definitief zal beslissen of ik die compleet veranderde wederhelft met bijhorende, soms onbegrijpelijke, soms hartverscheurend pijnlijke, nieuwe houding en theorieën aankan of dat ik ervoor kies dat het me genoeg kapot heeft gemaakt en ermee kap; zelfs voor iemand die zo omringd wordt door spiritualiteit als ik, is het moeilijk om niet te reageren zoals ieder normaal mens zou doen: met woedeaanvallen – ditmaal buiten, ik wil de net opgelapte badkamermuur niet weer stukmaken – en huilbuien en dies meer.
Wat ik in eerste instantie toch gedaan heb. Maar niet lang, want alles wat me de laatste maanden net niet ten gronde heeft gericht, heeft me veel bijgeleerd. Zoveel dat ik me er, nog geen achtenveertig uur later, al heb overgezet en het allemaal begrijp en zie. Zo hard, dat ik niet kan geloven dat ik het een dag geleden niét helemaal zag. Oh, the lessons we need to learn. I hate em, but I love em.

0602

In de laatste rechte lijn naar de finish hebben we het eventjes ongemeen spannend gemaakt, kapoenen dat we zijn, maar ik denk dat ik wel mag zeggen dat we glansrijk geslaagd zijn en als we dan toch ook eens aan een cliché moeten doen, we er stronger than ever zijn uitgekomen. Vandaag is het immers weer nul zes nul twee, de dag waarop het allemaal begon negen jaar geleden.
Happy anniversary baby, let’s not even let death do us part.