Categorie Archieven: Pets

Toen ik jaren geleden mijn huis kocht, leefde ik nog in de illusie dat ik binnen afzienbare tijd het hele ding zou verbouwen en bemeubelen met ondere andere een gigantische hoekzetel, die in de oorspronkelijk indeling niet zou passen zonder eerst een muur neer te halen of een voordeur van plaats te veranderen. Om geen onnodige kosten te maken, zou ik het tot die tijd wel stellen met de zetel die kon omgebouwd worden tot bed die beide functies vervulde in Maylens oude onderkomen. Het was niet zo’n Leenbakkerprul dat eigenlijk een bed met een extra leuning was, maar een volwaardige zetel waaraan je niet eens zag dat hij ook als bed kon dienen, dus dat was meer dan goed genoeg om te beginnen.
Zeven jaar later staan de muren er nog steeds. De zetel dus ook. Wat er ondertussen wel veranderd is, is het frettenbestand; sinds vorig jaar is de oude generatie uitgestorven en hebben we er twee nieuwe monsters bij. Zij vinden die zetel dolletjes, want ze raken met hun kleine lijfje in en achter de uitschuifbare bak slash bedbodem die eronder zit. Meer dan eens heb ik het ding moeten opentrekken om er hun favoriete speelgoed, een piepend varken, terug uit te vissen. Bij het steeds opnieuw zoeken naar dat varken, zag ik wel dat er hier en daar al eens een stofje lag in, en vooral achter die bak, maar ach, ik ben Martha Stewart of Sien en Maria niet, dus ik had allerminst de ambitie om het stuk vloer dat toch nooit iemand zag, spic en span te houden.
Vanmiddag zag ik me echter genoodzaakt iets schoon te maken wat niemand ooit zou zien, en wel vanwege het hardnekkige weigeren van mijn brein om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit van het hebben van een brievenbus. Daar horen namelijk sleutels bij, en die was ik al meer dan een week kwijt. Ken uw huisdier, redeneerde ik, en ik ging ervan uit dat mijn twee monsters met uitstekende steeltalenten en nog betere hamstergaven achter het zoekraken van die toch wel belangrijke instrumenten in het ‘betaal af en toe eens uw rekeningen’-proces zaten. Want ik, ik raak nooit iets kwijt, georganiseerd als ik ben.
Na wat acrobatische toeren om de wel heel vervelend gelegen plek te bereiken en ontruimen, bleek dat ik mijn eigenste huisdieren maar matig ken. Blijkbaar houden die twee wel van stiekeme uitstapjes naar zee en de daarbij horende herinneringen, want ze bewaren hun schelpen onder de zetel. De hond, die vinden ze te dik, want diens maandvoorraad aan snoepjes houden ze voor hem achter, waarbij ze desondanks wel zo eerlijk zijn om ze niet zelf op te eten. Dat ze ook wat ander speelgoed achterhouden, vind ik persoonlijk iets minder sportief. De pennen die ik vond, gebruiken ze naar ik vermoed om aantekeningen te maken op hun facturen uit 2004, die ze ook netjes op die plek bewaren. Ze doen goede zaken zo te zien, want ik vond ook wat geld in hun zwarte kas, de gangsters. Dat ze ook schijnen gebruik te maken van oogdruppels die dienen om het gebruik van verboden middelen te maskeren, durf ik amper luidop te zeggen. Het enige waar ik nog niet uit ben, is waar ze in godsnaam een plastic banaan vandaan haalden, en waar de twee uiteinden van dat eigenaardige voorwerp gebleven zijn. Het is even geen geschikt moment om daarnaar te polsen, want hun verontwaardigde gekrab in de bak toen ze daarnet ontdekten dat ik hun stash had weggehaald, sprak boekdelen. Ze weten gelukkig niet dat ik dat deed omdat ik hen ervan verdacht sleutels te stelen die de wederhelft vijf minuten later vond na één blad papier op te heffen op zijn bureau. Oh well.

Het ene moment loop je te mopperen omdat je ze nergens kan vinden terwijl je ze in hun bedje wil stoppen, het volgende moment zitten ze lekker met zijn tweetjes in de koelkast – hoe hebben ze die deur in gòdsnaam opengekregen?? – te genieten van een stukje meloen die ze op moordlustige wijze van haar zilverpapieren jasje hebben ontdaan. Ik denk dat ik ze niet altijd in de hand heb, die fretsels van me.

Ik neem hem in mijn armen, zoals ik meerdere keren per dag doe. Ik hoop op niets, zoals ik anders ook nooit doe. Hij houdt er niet zo van, wil altijd zo snel mogelijk wegrennen als ik hem oppak. Spelen is leuker, zie je.
Maar dit keer stribbelt hij niet tegen. Een minuut lang blijft hij bij mij liggen. Stilletjes. Ik ook stilletjes, genietend. We zijn weer een stapje verder. Of net dichter.