Categorie Archieven: Life

Is er iemand die toevallig mijn leven effe wilt lenen? Liefst per twee aanmelden, want alleen krijgt ge alles niet gedaan. Ik ook niet.

Ik heb het helemaal gehad met die bende onverlaten die zich op vier poten door huis en tuin voortbeweegt. Ze maken er namelijk een sport van om onnozel te beginnen doen op het moment dat ik naar mijn werk moet vertrekken. Gisteren besloot de kat last minute alles wat ik haar vijf minuten eerder te eten had gegeven op de kast achter te laten. In die tijdspanne van vijf minuten waren de twee fretten al, terwijl ik hun kattenbak leegmaakte, naar een andere kamer getrippeld om daar, netjes naast elkaar gezeten, dat wel, één en ander achter te laten. Het is maar dat ze hele dagen niets anders te doen hebben dan te slapen, eten tot zich te nemen en daar weer afstand van te doen. Moet dat toch wel juist gebeuren op het moment dat hun bak twee minuten niet beschikbaar is, zeker. Het is als gepensioneerden die op zaterdag het werkvolk de gordijnen injaagt door juist dan te gaan winkelen.
Het hele stel was zo druk bezig met de spijsvertering dat geen kat – ha! – de muis had opgemerkt die ondertussen een opmerkelijk rustige wandeling maakte door de keuken. Ik heb ze dan zelf maar gevangen, ah ja, de rest had belangrijker zaken aan zijn hoofd, of achterste, de niksnutten.
Vanochtend hoorde en voelde ik dan weer iets verontrustends toen ik een deur opende en wou binnenstappen. Jawel, ik stond in een gele plas, gelukkig niet op blote voeten. Er is een vaag vermoeden van de dader, maar zolang ik hem niet op heterdaad betrap, kan ik weinig beginnen. Behalve alles opkuisen en de zin om iedereen bij zijn nekvel te grijpen en definitief buiten te smijten onderdrukken.
Al moet ik toegeven dat ik zelf ook niet al te best bezig ben. Er prijkten drie gemiste oproepen van de wederhelft op het scherm van mijn gsm bij het opstaan. Het was pas toen ik aan de mascara was, dus na het douchen, aankleden, tandenpoetsen en wat nog meer, dat het me begon te dagen. Halverwege de nacht heb ik hem weten aankomen van zijn trip, maar het feit dat hij tot in de slaapkamer is geraakt, gaat vermoedelijk niet mijn verdienste geweest zijn. Ik heb dan wel de achterdeur losgelaten – de andere huissleutel is tijdelijk in het bezit van de logé -, de gangdeur heb ik, uit gewoonte, wel op slot gedaan. Oeps.
Benieuwd wat hij heeft moeten doen om de logé wakker én zover te krijgen dat die beneden gaan kijken is wat er gaande was, terwijl ik in een halve coma lag. Ik zal het ongetwijfeld horen straks, als ik om 16:00 gedaan heb met werken, terwijl ik eigenlijk helemaal niet om 08:00 moest beginnen vandaag, zoals ik verkeerdelijk dacht. Hmpf. Het zal wel beteren, zeker?

Ge komt wat tegen vantijd. Zoals toen die keer, gewoon een uur geleden eigenlijk, dat ik, terwijl de sidekick weer een paar dagen in Amsterdam  vertoefde, op restaurant zat met een kerel die ik nog geen week kende, waarvan hij al een halve week bij ons woonde. Omdat mijn sidekick, die hij toch al wel de volle vijf weken kende, de meest logische leek om bij te crashen nadat zijn madame hem buitenzette.
Grappig vind ik dat, zo’n situaties. Of om het in marginale, oldskool Marinataal te zeggen: fars. Haha.

Om tot aan het bureau van De Nina te komen en het begrip te aanschouwen, heb je een badge nodig om een paar deuren te openen, en liefst een lift die werkt. Deze week was dat laatste, ondanks tussentijdse reparaties, maar twee keer waarheid, en we zijn nog maar donderdag. Wie er lang genoeg werkt, raakt daar wel aan gewend, die lift is, zonder overdrijven, élke week wel een dag buiten strijd. Helaas is daar ook de eindeloze trap, die je liever niet neemt, en al helemaal niet als verstokt roker.
Het is dus niet zo makkelijk om tot bij mij te raken als je geen collega bent. Ik zit daar veilig verstopt voor vreemde meneren enzo. Echter, vandaag stond er plots toch een vreemde meneer naast mij, die alle obstakels wist te overwinnen als was hij MacGyver – wie kent die nog?? – en ineens opdook vanuit de trappenhal. Hij kwam recht op mij afgelopen en sprak me aan met mijn volledige naam en al. Dat is schrikken, zoiets. Neem daarbij het feit dat de dag nog niet zo heel ver gevorderd was in mijn niet zo uitgeslapen wereld, en u krijgt een vaag idee van wat die vreemde meneer te zien kreeg: een schaapachtig starende Nina die het hoorde donderen in Keulen en niet verder kwam dan de mond wat laten open vallen.
Gelukkig hield dat donderen op toen hij een grote omslag op mijn bureau legde. Dit kon maar één vreemde meneer zijn, en wel diegene van wiens blog ik grote fan ben. We raakten aan de praat en voor ik het wist, werd er op een dag de eerste omslag op het werk afgeleverd. In die omslag de eerste versie van zijn boek en de vraag of ik het wou nalezen. Want, lieve menschen, ik heb een hoofd om aan te vragen schrijfsels allerhande na te lezen. (note to self: begin daar geld voor te vragen!) Ik ben nochtans heel toevallig in het perswereldje beland, en heb daar geen opleiding whatsoever voor, dus aan mijn doorgedreven kennis of ervaring zal het niet liggen. Het zal mijn haat jegens spellingsfouten zijn die van mijn gezicht af te lezen valt ofzo.
Anyways, vandaag lag er, geheel onverwacht, versie twee op mijn bureau te blinken. En uit de mond van de vreemde meneer de vraag of ik nog eens wou lezen. Met veel plezier haal ik binnenkort dus weer de rode pen boven – nee, er schuilt allesbehalve een schooljuf in mij, laat dat duidelijk zijn – en wanneer ik die heb neergelegd, zal Maylens boek ook bijna liggen wachten om nagelezen te worden.
En dààrna, dààrna, begin ik aan mijn eigen boek. Godganse dagen met een shiny witte laptop op mijn Spaans terras, en maar schrijven. Voor de echtheid kweek ik mij dan een alcoholverslaving aan enzo. Wel wat sneu dat ik daar – het boek, niet de verslaving – al jaren van droom, maar nog altijd geen onderwerp heb gevonden om een boek mee te vullen. Misschien is vreemde meneren met na te lezen boeken wel een ideetje.

09:50 Telefoon; Chief: “Zeg, ge weet toch dat we om 10:00 meeting hebben met de foto he?” “Bwah, een beetje…maar ja, ik zal er wel zijn zene!”
09:56 Mail; Fotoredactie: Reminder: 10:00 meeting
11:00 2 gemiste oproepen, 2 sms’en
Sms 1; Maylen: “Ik was helemaal vergeten dat ik vanavond moet gaan eten met Evert, om 18:30…”
 Antwoord: “Zeeheeg, ik had vanochtend al patatten geschild, en besides, ik moet deze week 3 dagen tot 20:00 werken,  kan dat dan niet?”
 Sms 2; Maylen: “Oh en trouwens, mama is opgeroepen geweest door Gasthuisberg, ze moet straks binnen en morgen al opereren, maar ze zal ondertussen wel gebeld hebben.”
Gemiste oproep 1: Ma
Gemiste oproep 2: Ma
11:10 Telefoon naar Ma: “Awel, ge zijt straks al de piste in?” “Jaja, het gaat rap ineens.” (…) “Allee, laat dan maar iet weten strak he!” ”Ja da’s goe, tot strak!”
11:30 Mail naar Maylen: “Kunt gij dan zorgen dat er vlees is voor mij dat ik zelf niet te veel moet lopen, want ik zal dan pas tegen 20:30 ten vroegste thuis zijn?”
14:00 Mail; Maylen: “Eten is afgezegd, maar ben ondertussen Kevin gaan halen, ‘t is gedaan met Fleur dus hij blijft effe bij ons logeren.”
Antwoord: “Ah ja. Ik ga proberen van om 17:30 te stoppen, het kan zijn dat ik eerst thuis kom eten, maar ik laat nog wel iet weten van uit den auto.”
16:30 Telefoon naar Pa: “En, hoe zit het daar?” “We zitten wij hier nog te wachten he.” “Oei, da’s ni goe. Maar nu da’k u toch heb, dat bed, staat dat er al?” “Jaja.” “Ah, ist goe als ik die matras effe kom halen straks, ik zit met volk.” ”Ah ja, da’s goe. Allee, ik geef ze is.” “Jah.” “Jah.” “Awel, dat gaat daar niet vooruit precies?” “Ma nee gij, ik krijg het hier al serieus op mijn systeem, ik moet hier om 15:00 zijn en nu is mijn kamer nog niet gereed. We zitten wij hier onnozel te gapen gelijk als een koei op nen trein, ik heb al veel goesting om terug naar huis te gaan zene.” “Jama hou u maar kalm, gaat is tot buiten.” “Hmm.” “Allee, ge laat maar iets weten als ge geïnstalleerd zijt.” “Jow.” “Jow.”
16:38 Telefoon naar Maylen: “Dus. Ze heeft nog altijd geen kamer, en om daar in de wachtzaal op bezoek te gaan is ook wat onnozel, dus ik kom eerst allegauw iet eten he. Maar ik ga proberen van om 17:00 te stoppen, want ik moet dan nog om die matras ook he. Ik ga dus tegen 18:00 thuis zijn, en ik ga gepresseerd en hongerig zijn.” “Ah ja. Gepresseerd. En hongerig. Das goe, tot strak.” “Jow.”
16:40 Mail naar Chief: “Effe zeggen dat ik er een uurke afpits vandaag en om 17:00 vertrek in plaats van om 18:00″
17:15 Sms; Pa: “Kamer zoveel, zoveelste verdiep, dieje pijl”
Antwoord: “Ok, ik ga thuis allegauw iet eten en dan ben ik daar.”
17:43 Sms; Chief: “Die meeting morgen bij Televisiezender is met sandwichen!”
Antwoord: “Die weten hoe het moet, dat ziet ge direct!”
17:55 “Ha Kevin, ik zou vragen, hoe ist, maar das een stomme vraag nu he.” “Bwah ja, een beetje crappy he. Maar allee, we zullen rap friet gaan halen dan.” “Ja, met de nadruk op rap he.”
18:20 “Zeg, terwijl dat gijle om friet waart heb ik boven al plaats gemaakt he, nu moet ik nog juist rap die matras gaan halen strak.” “Ah maar ik heb een hotel gevonden voor een paar nachten, ik wil efkes alleen zijn.”
18:40 Telefoon; Ma: “Belt als ge op de parking zijt he!” “Ja. Voorwa?” “Ik zit niet op mijn kamer, we zitten in den hof.” “Den hof.” “Ja, één te smoren.” “Ah. Tis goe, ik zal bellen, ik ben daar over 10 minuten.”
19:55 Telefoon, Pa: “Als ge sebiet naar de parking gaat, ge moet niet betalen, den bareel staat open.” “Oh da’s goe da!”
20:30 Blog: “09:50, Telefoon; Chief”

Ander dagen ben ik niet met mijne privé bezig op het werk zene, het is maar dat de privé vandaag zonder voorbereiding wat in het honderd zou gelopen zijn. En anders ook.

We gaan week vijf in van mijn moeders mysterieuze ziekte. Een paar ziekenhuisopnames, een eindeloze reeks onderzoeken en twee ziekenhuizen verder staat de medische wereld nog steeds voor een raadsel. Zelfs de maagspecialisten in Gasthuisberg, een ziekenhuis waarvan wel mag gezegd worden dat ze tot ver buiten de landsgrenzen gekend is voor haar expertise, heeft nog nooit gezien wat zich momenteel in mijn moeders maag ontwikkelt. Veel verder dan, als ze de eerste week van november tijd hebben that is, de hele maag en bijhorende klieren weghalen omdat de tumor te groot is, komen ze niet. Veel beter dan ons daarna nog eens vier weken laten wachten op de resultaten om te weten welke chemo zal volgen, kunnen ze ons niet geven. In totaal dus tien weken wachten op god weet welk vonnis, en we zijn nog maar halfweg. Tot dusver heb ik gedaan wat ik kon. De was en de strijk overgenomen, bezocht wanneer ik kon, gebeld wanneer ik kon, gesteund wanneer ik kon.
Toen ze me donderdagavond belde met de vraag of ik zaterdag met haar mee wou gaan shoppen om nog wat makkelijke kledij in te slaan voor de dagen nadat ze haar hele voorkant hebben opengesneden en zal vasthangen aan een hele reeks pijnpompen, baxters en buizen door de neus om eventuele lekken op te sporen, voelde ik me wat in het nauw gedreven. Mijn zaterdagmiddag was namelijk al naar de vaantjes door het verjaardagsfeest van Maylens neefje, en de voormiddag wou ik eens zonder wekker, maar wel met poetsgerei in de aanslag, doorbrengen. Ik kon dus niet anders dan mijn geheim prijsgeven: de dag vakantie die ik mezelf op vrijdag cadeau wou doen en waarvan alleen beste vriendin Kristel op de hoogte was. Voor haar en haar pasgeboren dochter wou ik nog wel een uurtje vrijmaken op die dag, maar de rest zou eindelijk eens gewoon voor mezelf zijn na de drukte van afgelopen weken, de afspraak die ’s avonds al op de planning stond niet meegerekend. Een andere oplossing dan mijn voormiddag ook aan iemand weg te schenken, zag ik echter niet, aangezien op zondag de winkels gesloten zijn en ik het niet over mijn hart kreeg om nee te zeggen tegen mijn zieke moeder.
Amper binnen in het ouderlijke huis stak de eerste ergernis de kop op. “Kijk eens wat ik heb meegebracht uit het ziekenhuis,” verwelkomde ze me terwijl ze naar de keukentafel wees die bezaaid was met brochures over kanker. “Heb je ze allemaal aandachtig gelezen?” vroeg ik haar streng. “Wees gerust, ze kent ze ondertussen vanbuiten,” antwoordde mijn vader in haar plaats. “Wil je ze dan alstublieft wegleggen?” vroeg ik gepikeerd. “Zeg, ik moet toch niet wegstoppen dat ik kanker heb?” vroeg ze me verontwaardigd. “Nee,” zei ik, “maar dit is geen kwestie van dingen wegstoppen. Ik wil niet dat je de hele dag opnieuw en opnieuw kankerlectuur doorneemt, want als je het nog niet had, zou je het daar wel van krijgen. Je weet wat je moet weten, en dat is meer dan voldoende, vul je gedachten nu maar weer met positievere dingen tot het zover is of je geeft de moed bij voorbaat op. Je moet je focussen op de genezing, maar zo focus je je op de ziekte, dat is nergens goed voor.”
Toegegeven, ik was wat hard daar, maar ik had het al een tijdje aangezien en wist dat het de foute kant ging oplopen. Bovendien ken ik mezelf, en als ik mezelf ken, ken ik mijn moeder ook, want we hebben dezelfde genen die af en toe om Prozac schreeuwen. Hier hielp geen “arme moeder toch” meer. Wat later merkte ze zelf op dat, als ze dit tien jaar geleden had meegemaakt, ze nu al dood zou geweest zijn van pure angst, nog voor het eigenlijke vonnis gevallen was. Ik geloof graag dat ze al een heel eind verder staat dan vroeger omdat ze ziet dat de manier waarop haar dochter tegenwoordig tegen de dingen aankijkt, nog zo gek niet is en echt helpt om situaties als deze het hoofd te bieden.
Diezelfde dochter liet vandaag echter een steek vallen toen ze opgebeld werd door moederlief. “Ik had gedacht dat je vandaag eens ging langskomen,” viste ze. Handig huppelde ik om het onderwerp heen, maar een paar zinnen later wierp ze haar tweede steen door te vragen wat we gingen eten. Ze stelt me wel meer die vraag op zondag, en ik weet wat dat betekent: ze heeft zin in take-away, en als wij het halen, trakteert zij. Meestal gaan we daar gretig op in, want dat betekent niet koken, geen afwas, free food en een leuke babbel. Vandaag hield ik me echter van de domme en hing een vaag verhaal op over restjes die dringend op moesten voor ze slecht werden. Ik kreeg mezelf niet zover om wéér het huis uit te komen, om wéér tijd van mezelf af te geven, goed wetende dat de volgende vijf dagen ook weer door iemand anders, a.k.a. mijn werkgever, opgeëist worden. Duidelijk teleurgesteld hing ze wat later op en uitte ik wat vervloekingen tegen Maylen over iedereen die steeds wat van me wil.
En nu zit ik hier, met mijn eigen eten en mijn eigen afwas. En een joekel van een schuldgevoel. Want ik weet dat mijn moeder verloren loopt dezer dagen. Dat ze de muren opkruipt, wachtend op dat telefoontje dat ze tijd hebben voor de operatie en de vier weken wachten op het 36ste definitieve resultaat eindelijk kunnen ingaan. Dat ze niet liever heeft dan dat haar enige dochter op zo’n moment gewoon komt eten en even haar gedachten verzet door moeilijke gesprekken waarin ze haar angsten kan uiten, afgewisseld met wat lachstuipen.
Maar de dochter zei nee vandaag. De dochter koos voor zichzelf. En de dochter is daar niet zo trots op, eigenlijk.

manolo-blahnik

Op 09/09/09 vertrokken 9 wijzen en 9 getuigen voor 9 dagen naar Spanje om daar masterclasses te geven en levensvragen te beantwoorden. De masterclasses gingen telkens over een specialiteit, van meditatie over tai chi tot de eight dynamics of life, van één van de wijzen. Het project kreeg de naam Superwise me mee, met een vette knipoog naar Supersize me, en het verslag zal volgend jaar via boek en dvd te koop zijn. Maylen werd, door een paar vernuftige spelingen van het lot die uitmondden in ontmoetingen die op geen enkele manier toevallig genoemd kunnen worden, op de valreep uitgenodigd om één van de getuigen te zijn. Dat het intensief en levensveranderend was, is een understatement die zijn gelijke niet kent. Jarenlange relaties werden van de ene op de andere dag verbroken, mensen die elkaar letterlijk nog geen twee weken kenden gingen samenwonen en mensen die elkaar nog nooit gezien hadden leken elkaar vanaf de eerste oogopslag te herkennen uit vorige levens. Zij die jarenlang gebukt gingen onder trauma’s wierpen het gewicht van de wereld van hun schouders, en angsten die wel aangeboren leken, verdwenen door een simpele aanraking in het niets. Op de foto’s die ze mee naar huis brachten niets dan gelukkige mensen en op de achtergrond meer orbs dan er druppels water in de zee zijn.
Sinds de groep terug thuis is, ben ik mijn sidekick de helft van de tijd kwijt. Duizend-en-één projecten zijn er voortgevloeid uit die reis, want van alle mensen op deze planeet was er geen betere combinatie denkbaar dan de 18 die het uiteindelijk geworden zijn, en die door heel wat omstandigheden uiteindelijk helemaal afweken van de oorspronkelijke 18 die hieraan gingen deelnemen. Elk hebben ze hun eigen domein, en elk hebben ze wel een paar van de andere 18 waarmee ze samen grootse dingen kunnen bereiken. “Ik zet mijn zaak stop als ik terug ben,” was dan ook een sms die me halverwege de reis bereikte en me, eerlijk is eerlijk, toch wat verontrustte. Een wederhelft met een huis in verbouwing en plannen om naar Spanje te emigreren die zomaar even had beslist zijn goudmijn stop te zetten, ik kan me verstandigere mensen voor de geest halen. De hamvraag voor mij was dan ook: wie is dat rare volkje, waarvoor Maylen me een paar avonden per week en heelder weekends in de steek laat om in Amsterdam al die projecten op poten te zetten?
Gisteren heb ik eindelijk een gezicht kunnen kleven op een paar van hen. Eén van de wijzen kwam naar België om een presentatie te geven over Heilige Geometrie. Voor wie dat, net als voor mij, als Chinees in de oren klinkt: het is iets met de verschillende frequenties waaruit het universum is opgebouwd en de informatie die daarover wordt uitgewisseld. Gezien de expert ter zake het beter kan uitleggen dan ik en daar ook een hele site – en boek – voor heeft in plaats van één blogpost; neem eens een kijkje
Na de inleiding in de wondere wereld der zandcirkels – nee, geen graancirkels – moest er natuurlijk met zijn allen gedronken worden op het blije weerzien. En gekeurd, van mijn kant, want dat soort mens, dat kende ik niet, dat was in mijn ogen maar een raar ras. Zeker als ze op vrijdagnacht in een café thee bestellen en ik mij daarbij met mijn eeuwige Chardonnay in de hand een half drankorgel voel. Maar god, wat zijn dat fijne mensen zeg, en tot mijn grote opluchting dragen ze geen sandalen – seriously, ik heb een heilige schrik voor mensen met sandalen, guatemalasjaals en dreadlocks – maar Chanel. Eén van hen startte onlangs een feel good magazine op als tegengewicht voor al het slechte nieuws in de krant en de gemene roddels in de weekbladen. Geïnspireerd door haar sprankelende persoonlijkheid bladerde ik meteen door naar de pagina’s waar beschreven wordt hoe het magazine tot stand is gekomen. Ik was zo onder de indruk dat ik dat artikel nog eens ga lezen. En nóg eens, waarschijnlijk. De levenswijsheden en -filosofie die de vrouw achter dit blad – en bij uitbreiding iedereen met wat spirituele achtergrond – heeft, daar kan een mens nog wat van leren. En ik ga dat doen ook. En later, als ik slim genoeg ben, leer ik het jullie misschien. Want verdorie, wat kan er veel uit een leven gehaald worden, stelde ik bij het lezen vast, als je maar goed genoeg kijkt. Zoveel meer dan een job ‘die je wel graag doet’. Zoveel meer dan de vriendschappen ‘waar je wel wat aan hebt’. Zoveel meer dan de hobby’s ‘waar je wel plezier aan beleeft’. Zoveel meer dan het leven dat je leidt en ‘dat wel ok is’. Zoveel dieper dan de doorsnee ’serieuze gesprekken en overpeinzingen’ die een mens doorgaans heeft.
Het was de zoveelste keer op een paar maanden tijd dat mensen die al verder staan dan ikzelf me lieten zien na mijn hele leven blind geweest te zijn, en altijd opnieuw stel ik vast dat, eens een mens dàt gezien heeft, er no way back is. It’s the end of the world as you know it vanaf dat punt. En die nieuwe wereld, die is zoveel beter. Als ik ooit één mens dat kan laten zien, is mijn leven meer dan geslaagd. Tenzij die mens zijn Manolo’s van de slag over de haag gooit en sandalen aantrekt, that is.

Een straffe madam is gisteren van ons heengegaan. Amper 30, en een leven dat al voorbij is. Zondag stuurde ik haar nog een mailtje, maar ze heeft nooit meer kunnen antwoorden. Slaap zacht, lieve Tilly, je was een steun voor velen. We zullen je missen.

Acht jaar lief en leed delen met iemand en dan op zeer korte tijd een heel nieuw iemand in de plaats krijgen, is niet makkelijk. Ik kan dat weten, want ik maakte het mee het voorbije jaar. De oorzaak van zijn plotse ommezwaai lag in het spirituele, een materie die zelfs voor mensen die ervoor open staan maar heel moeilijk te begrijpen is als je er de eerste stappen in zet. Hij zag, voelde, hoorde en deed dingen waar noch hijzelf, noch ik in eerste instantie een duidelijke verklaring voor konden vinden. De banden die hij aanging met nieuw gelijkgestemden zorgden voor meer pijn dan ik ooit voor mogelijk hield. Mekaar one night stands toestaan is nog net iets anders dan toekijken hoe hij een paar andere vrouwen in zijn hart sloot op een manier die beyond het aardse gaan, en dat mag zeer letterlijk genomen worden. Ik kon het niet plaatsen, hoe zij zo levensbelangrijk konden zijn voor hem zonder dat hij er een ‘aardse’ liefdesrelatie mee wou aangaan, zonder dat hij mij, de op spiritueel niveau minder belangrijke, wou verlaten.
Het heeft heel lang geduurd voor we weer op hetzelfde niveau konden praten. Zijn hogere doelen en handelingen probeerde ik steeds weer te vertalen naar gewone situaties, omdat dat het enige was wat ik begreep, het enige wat ik kende. De eerste doorbraak kwam er toen hij op een dag een gebruikte omslag nam en er een doolhof met een pac-man op tekende. “Kijk,” zei hij, “pac-man kent alleen voor en achter, links en rechts.” Gretig om eindelijk terug op dezelfde golflengte te komen met die vreemde die ooit de potentiële liefde van mijn leven was, knikte ik, wachtend op het vervolg van de uitleg. “Als ik mijn vinger nu in het doolhof zet, ziet hij alleen een punt vlak voor hem, want hij kan niet naar onder of boven kijken.” That made sense, so far so good. “Als ik roep, gaat hij mij wel horen, maar nog steeds niet zien wie of wat er aan dat punt voor hem hangt. Want hij heeft maar twee dimensies, terwijl er drie zijn, en die derde kennen wij, mensen, wel, maar pac-mannetjes niet.” In de verte begon er al een lamp te branden, maar voor de zekerheid liet ik hem zijn verhaal helemaal afmaken. “Als je dat op ons betrekt, krijg je net dezelfde situatie,” bevestigde hij mijn vermoeden, “er zijn nog meer dimensies dan de drie waar de mens in het algemeen mee vertrouwd is. Ik zie er meer, en ik sta vanuit die andere dimensies op jou te roepen, maar je ziet me niet omdat jij niet weet dat er nog meer is.”
Ik vond het een tekenend voorbeeld van niet alleen wat wij op dat moment onderling meemaakten, maar van zoveel meer. Van het onbegrip van mensen tegenover het feit dat wij geen monogame relatie hebben. Van de verbazing van mensen als we zeggen dat we geen kinderen willen. Van het ongeloof van mensen als we zeggen dat we nù willen emigreren, en niet wachten tot we met pensioen of ‘binnen’ zijn. Van ontelbare dingen. Want mensen zitten allemaal in andere, al dan niet symbolische, dimensies, waardoor ze niet naar boven of onder, naar de dimensies van anderen kunnen kijken. Niet meer of niet minder.
Heel zorgvuldig heb ik maandenlang de omslag met zijn pac-man bewaard. Voor zijn verjaardag begin dit jaar kocht ik hem – onder andere, anders zou er een te grote discrepantie zijn in het verjaardagscadeautjes kopen voor elkaar – een schrift waarin hij al zijn spirituele ervaringen en ideeën voor projecten allerhande in het kader van de emigratie, ook gestuurd door datzelfde, kwijt kon. Op het eerste blad schreef ik zelf wat, op het tweede blad plakte ik zijn pac-man, begeleid met een knipogend “Do you remember the days you had to explain us everyhting with your beautiful and funny drawings?”
Gisteren kreeg ik eindelijk het filmpje te zien waarop hij zijn tekening van toen gebaseerd had, en het leek alsof ik, na een tijd op de dool te zijn geweest, plots weer op het goede pad werd gedwongen. Ik wil het jullie niet onthouden, want volgens mij ziet iedereen er wel iets in. Het is heel leuk en verhelderend gedaan, zodat spiritualiteit begrijpelijk en aanvaardbaar wordt voor iedereen, en het loont écht de moeite om even te bekijken. Enjoy!

Het is hoog tijd om nog eens op mijn lijf te laten schrijven en/of tekenen. Alleen heb ik zoveel ideeën dat ik een lijf of drie zal nodig hebben om alles er ooit op te krijgen. Na acht jaar wikken en wegen is het echter stilaan tijd om eens knopen door te hakken, en deze creatieveling zou mij daar wel eens bij kunnen helpen. 
Inhoud en plaats liggen zo goed als vast, voor de vorm is het nog wat staren naar onderstaande bronnen van inspiratie om daar dan een eigen draai aan te geven. Een afspraak vastleggen moet ook nog gebeuren, maar ik weet niet of dat nu al kan voor in 2017, wanneer ik eindelijk ga beslist hebben. Tegen die tijd is  de mens waarvan ik wil dat hij het doet, waarschijnlijk ook al in pensioen enzo. Hmpf.

tattoo

 

tattoo2tattoo2

 

tattoo3

 

tattoo4

 

tattoo5