
“Mevrouw Serotto? Die is een uurtje geleden op de recovery aangekomen, ik zal eens checken of jullie erbij kunnen. Ja hoor, dat is in orde, ga maar naar het operatiekwartier, om 19:45 komt er iemand alle bezoekers halen en mogen jullie haar een kwartiertje bezoeken.”
Wat volgde was een combinatie van tien minuten marteling en tien minuten het gevoel van een kind dat zo meteen Toys ‘R’ Us binnen mag. Marteling vanwege een praatzieke vrouw die er geen graten in zag dat niet alleen haar dochter, maar heel Gasthuisberg hoorde dat ze naar een opendeurdag geweest was. En wat voor ne schonen agenda dat ze had. Oh, en of de dochter er al de communies van de klein mannen kon in schrijven. Kind aan de speelgoedwinkel omdat ik compleet helemaal kick op behind the scenes toestanden, en dit al mijn tweede was vandaag. Nu ben ik al wel drie keer op de recovery geweest, maar daar herinner ik me niets meer van. Rumour has it dat ik daar ooit iemand een mep in het gezicht verkocht, en ik zal daar op dat moment wel een grondige reden voor gehad hebben, alleen kan ik me ook dat niet meer herinneren. Damn you, verdoving. Must have been quiet a show.
“Mevrouw Serotto? Loop maar door, jullie krijgen zo meteen een schort en een haarnet, en dan wijst iemand jullie waar ze ligt.” We volgden de rest van de schuifelende bezoekers en ik ontdekte dat dat nogal op de lachstuipen werkt, stil en bedrukt moeten doen om niet uit de triestige plantentoon te vallen terwijl uw vader naast u met een haarnet staat. Op zoek naar afleiding gaf ik mijn ogen goed de kost behind the scenes, en achter het eerste gordijn zag ik al direct een bekend gezicht. Alleen sperde dat gezicht de ogen open zoals het nog nooit gedaan had, en zag ik twee handen uitgestrekt naar ons. “Ah, je hebt ze al gevonden, ga maar hoor.”
“Ik had ulle direct herkend zene, ik ben al goe wakker,” viel ze met het gordijn in huis terwijl ze onze handen beetnam. “Ik zen al goe zene, ik heb gene zeer of niks!” (spert ogen zo mogelijk nog wat verder open) “Ah da’s goe!” “Wat heb ik hier?” (grabbelt in het rond) “Uw maagsonde, en uw zuurstof.” “En wat is dat hier allemaal achter mij?” (drukt hoofd helemaal achterover in het kussen) “Dat zijn uw baxters, wel zes! En nog twee pottekes bloed ook.” “Ja? Waar? Ik zen al goe zene, ik heb gene zeer of niks!’ (grabbelt nog is naar onze handen) “Wat heb ik hier?” “Dat zijn die plakkers van uw hartmonitor, blijft daar maar af.” “Ze zijn wel een uur bezig geweest aan mijne rug voor die pijnpomp, moete mijne rug is zien?” (probeert zich recht te trekken aan de spijlen van het bed) “How ma, blijft ma liggen, we zullen daar in de week wel is naar zien!” “Jama ik zen al goe wakker zene, en gene zeer he!” “Ah nee, de verpleegster heeft al is op uw pijnpomp komen duwen daarjuist.” “Wat heb ik hier?” (grabbel grabbel) “Heb ik ne snotneus?” “Neeje, dat is uw sonde en uw zuurstof, dat zit in uwe neus. Moete snutten?” “Neeje.” “Blijft daar dan maar af, da mag daar sebiet al uit, over een uur moogde al naar uw kamer.” “‘t Wachten is gedaan mannekes, we zijn ervan af. En gene zeer he!” “Goed he! Zijde ni mottig?” “Nee zene, ik zen goe. Hebde uwe kodak bij?” “Ja, moet ik ne foto trekken?” “Ja!” “Pa, doet die gordijn is wa meer toe da ze da ni zien.” *miihii bewijs op foto van mijn aanwezigheid achter de schermen* “‘t Wachten is gedaan mannekes!” “Jaja, en sebiet moogde al naar uw kamer he!” “Ah ja want ik zen wakker he! Wat heb ik hier?” “Uw sonde en uw zuurstof, Alzheimerke, ge zijt precies nonkel Toinke, dieje vertelt ook alles acht keer na mekaar.” “Ja?” “Ja. Oei, ze doen teken, we zullen voort moeten. Slaapt nu maar in ene trek door tot morgenvroeg, en daarna is papa er al terug he.” “Morgenvroeg??” “Neeje, op de middag, maar gij moet nu slapen tot morgenvroeg zeg ik.” “Jama ik zen wakker zene. Allee, tot morgen he!” (doet iets met zwevende handen dat hoogstwaarschijnlijk de beste imitatie was van wat een écht wakkere mens zwaaien zou noemen) “Salu he!” “Jow!”
Zó doet ge dus, een uur nadat ze in uw lijf gesneden hebben. Onnozel. Ik begin zo te vermoeden dat ik indertijd éérst een mep heb gekregen van een geërgerd publiek, voor ik mijn mep verkocht. Maar daar zijn natuurlijk geen bewijzen van.