Categorie Archieven: Flirting

a0064-000143a

Eens om de zoveel maanden droomt IT’er over mij, kinders. Hoe absurder, hoe liever, maar altijd hebben we seks in zijn dromen. Vorige nacht heeft hij weer geweldig goed zijn best gedaan, wat die absurditeit betreft dan. Dit keer deden we het in een cafetaria. Achter een design lamp. Niet zomaar een designlamp he lieve mensen, een design hànglamp. Cos lord knows dat ik uitblink in mij op twee meter hoogte te bevinden en daar een stevige portie seks te hebben met een collega, en wel zonder achter een design hanglamp uit te komen. Of toch niet veel, want even later kwam een ex-collega van hem ons naar verluidt vertellen dat het wel wat opviel. Daar in de cafetaria. Achter de lamp. Makes perfect sense, dontcha think?
And so the game is back on. Hij die zegt dat hij nog altijd zin heeft in mij, ik die antwoord dat ik niet ga lopen jagen op een vent die al een jaar trots verkondigt hoe braaf hij, op een paar uitschuivers na, is geworden. Dat is zoveel als zeggen: ik ben niet meer available. Hij die tegenwerpt dat hij niet goed is in versieren – you’d think? – ik die voet bij stuk hou en zeg dat hij dan maar alles in de strijd moet werpen als hij me echt nog eens wil, en ik wel zal zien wat ik ermee doe – gosh what would that be? Hij die me op zijn eigen, niet te weerstaan arrogante manier beveelt om maandag, als hij terug is van het buitenland, iets korts aan te doen voor hem, ik die knipogend vraag of we mekaar in de lift treffen en in stilte denk dat ik allesbehalve iets korts ga aandoen. Maar wel iets dat sexy as hell is. Cos he’ll feel so good on my lips. Even though he’s a million miles away.

patc1

Jaja. Het was al de moeite, dag één. Het persoonlijke record ‘met behulp van alcohol zo snel mogelijk op een andere planeet vertoeven’ verbroken enzo. Ontdekt wat ik eigenlijk al wist ook, namelijk dat pumps geen goed idee zijn voor dat soort gelegenheden, en de tent dan maar op blote voeten gesloten. Een trutje van straat geplukt om met Carter op de foto te gaan, just for the fun of it. Het kind is er waarschijnlijk nog niet goed van. Handtastelijk geworden met Blondine. Beflirt geweest door iemand die geheel onverwacht na jaren nog eens een kans waagde. Mission not accomplished, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat hem dat vanavond niet gaat tegenhouden om nog eens te proberen. Een semi-spiritueel gesprek gevoerd. Denk ik. Niet gelet op de rommel in Carters huis. Oude bekenden tegengekomen. Beseft dat ik mij niet aan mijn voornemen heb gehouden om het op dag één kalm aan te doen om op dag twee alles te kunnen geven. Er nog vrij goed vanaf gekomen, alles in beschouwing genomen. Allee hup, op naar dag twee.

Moet ik nog opruimen, vroeg hij. Ik heb gezegd dat dat niet nodig was, ik denk dat er wel betere dingen zullen zijn om naar te kijken als zijn rommel. Ha!

Alarmerende vaststelling: al twee dagen na elkaar een wel vérrry bad hairday, en dat terwijl het morgen Marktrock is. Turn the tide Sylver, turn the tide. De rest van de look as stunning as you possibly can-voorbereidingen verlopen gelukkig wél naar wens. Men weet immers nooit wie men op zo’n gelegenheden tegen het lijf loopt. Jawel, eigenlijk wel. Carter, die onder zijn palmboom uitgekomen is en maar twee sms’en nodig had om van ‘Dan ontsnap ik uit de stad als dat dit weekend is hoor’ naar ‘Ok, ik laat iets weten wanneer ik er ben’.
Of zoals ik eerder deze week tegen Blondine orakelde: weet ge, over tien jaar ben ik veertig, dan graak ik niet meer weg met zo’n stoten, dus ik kan er nu maar zo hard mogelijk van profiteren. Right?

Dan heeft IT-er na meer dan een jaar – zou hij nog in mijn plaats kunnen bestellen omdat hij weet wat ik het liefst eet? – nog eens het lumineuze idee om samen een pizza weg te werken, dan blijkt dat we alletwee te lui zijn om ons effectief op hetzelfde moment naar dezelfde plaats te begeven. Hij te lui om na het werk nog naar mijn stad te komen, ik te lui om na mijn ochtendshift naar huis te gaan en een paar uur later nog eens opnieuw naar de hoofdstad af te zakken. Oh well. Andere keer zeker?

Sure, ik was wel wat nieuwsgierig naar hoe zijn snode plannen voor gisteravond – iets met geen hotelverblijf voor die eerste nacht en een plaatselijke schone verleiden in ruil voor een gratis overnachting – waren uitgedraaid waarover hij me vanonder zijn palmboom had ingelicht. Echter, mijn nieuwsgierigheid rekte lang niet ver genoeg om er zelf naar te informeren. And what do you know, het bleek niet eens nodig. Vanmiddag werd ik automatisch - I’m telling ye, die man is stipter dan de NMBS - op de hoogte gesteld dat het plan feilloos gewerkt had.
I couldn’t help but wonder: willen en denken mannen verkeerdelijk dat dat ook maar een tikje jaloezie opwekt of wil dat zeggen dat je tot een ‘buddy’ of  ‘maatje’ met wie je zo’n streken deelt gepromoveerd bent? En dan zeggen ze van vrouwen dat die zich in bochten wringen om iets duidelijk te maken. Mannen zijn in hetzelfde bedje ziek, neem het van mij aan. Manicaanse griep zeg ik u, Manicaanse griep.

88806930

Net als een mens denkt dat hij alles gezien heeft, kruist er een Carter uw pad. Hij weer, ja. Wanneer hij niet, sinds ergens vorige week, schijnt de vraag. Tijdens het eerste gesprek online dat tegelijkertijd het tweede gesprek ooit was, prijkte ineens zijn telefoonnummer op mijn scherm. Iemand die mij in dat stadium zijn telefoonnummer op een gouden schotel aanbiedt, verdenk ik ervan mij een vals nummer te geven, want in mijn paranoïde wereld loopt iemand met ook maar een beetje verstand niet zo te koop met dat soort gegevens over zichzelf. Ofwel een bedrieger ofwel op een mij nog onbekende – zou ik durven zeggen bijna zielige? – manier op zoek naar mensen die na verloop van tijd misschien onder de categorie vrienden kunnen vallen, was mijn besluit nadat ik snel zijn situatie en een paar opmerkingen van zijnentwege had geanalyseerd die wel eens in de richting van optie twee zouden kunnen wijzen.
Aangezien misverstanden nergens goed voor zijn, liet ik maar meteen verstaan dat ik dat nummer noch vertrouwde, noch nodig had. Teleurstelling een paar dorpen verder, en wat later toch nog eens het nummer met een ‘als ge ooit eens niet weet wat doen’. Twijfel in het eigen dorp, en het opslaan van het nummer, maar niet zonder er, eerlijk als we zijn, bij te zeggen dat ik echt niet kon garanderen dat ik er ooit wat mee ging aanvangen. After all, we delen dezelfde stamkroeg, het lijkt me sterk dat we mekaar daar nooit meer tegen het lijf zouden lopen.
Als bij een mirakel was hij de daaropvolgende dagen steevast wel ergens in de buurt als ik mij op de informatiesnelweg waagde en op zondag zorgde hij er bijna voor dat ik een trip naar Lourdes uitstippelde door in de stad miraculeus op te duiken aan het terrastafeltje waaraan ik luttele seconden voor zijn heilige verschijning plaatsnam met beste vriendin Kristel. For those wondering: in het licht ziet hij er nog beter uit. Ik denk niet dat ik sinds Y2K al iets van die schoonheid aanschouwde. I kid you not. Snel tot de conclusie komend dat ik mijn nummer over onbepaalde doch niet zo heel lange tijd moet inwisselen voor iets met waarschijnlijk veel meer rare cijfers waar ik nooit aan zal wennen, besloot ik het erop te wagen en belde het nummer dat hij me gaf terwijl hij zich bij ons zette. Een duik naar zijn gsm maakte me duidelijk dat hij al niet de grote bedrieger was waar ik hem voor hield en clever als hij is, wist hij natuurlijk meteen van wie dat onbekende nummer kwam.
Amper twaalf uur later maakte hij er al meteen gebruik van om me zijn andere nummer te geven waarop hij bereikbaar zou zijn wanneer hij dinsdag op vakantie vertrok. Wel verhip, denk ik dan, wat een slinkse manier – hoe lang zou hij daarop gebroed hebben? – om een conversatie te starten. Alsof ik van plan ben binnen dit en twee weken te sterven en hem opbellen mijn enige reddingsmiddel zou zijn. Voor de zoveelste keer, immer in de veronderstelling dat dit nu écht onze laatste conversatie zou zijn tot na zijn terugkomst, wenste ik hem een goede vakantie.
Maar u hoort me al op kousevoeten, ook al draag ik niets wat maar in de buurt komt van kousen, aankomen, snugger als u bent. Yours sincerely werd inderdaad vandaag netjes op de hoogte gesteld van zijn aankomst onder een palmboom. En voor de tweede keer op korte tijd vraag ik me af: wat wil die man toch van me?
Het is maar dat hij zo geweldig ad rem is en ik daar verschrikkelijk dolletjes op ben. Hoe scherper, hoe liever. Iets met intellectuele uitdaging om zelf nog scherper uit de hoek te komen en het gevoel van victorie als de tegenpartij klem kan gezet worden, iets wat met mijn stel hersenen uiteraard met de regelmaat van de klok voorvalt. Anders had ik het geheid een rare vogel gevonden. Nu ook, eigenlijk. Een rare vogel met een sms-verslaving onder een palmboom. Wel heb je ooit.

Wel wel wel, net als ik aan het bestaan van Doctor Carter herinnerd word doordat hij foto’s op zijn Facebook geplaatst heeft en ik besluit dat het maar een saaie kerel is, spreekt hij me aan. Zijn plan om vroeg naar bed te gaan werd daarmee vlotjes van tafel geveegd. Dan hield hij zich liever bezig met eerst opnieuw de ongenaakbare te spelen, waarna hij me meermaals uitnodigde voor een film en ongevraagd zijn telefoonnummer mijn richting uit gooide. Beetje een herhaling van vorige keer, dat hard to get spelen en wanneer blijkt dat ik net iets harder ben, voor de softere aanpak gaan. Other than that blijkt hij toch ongeveer even interessant te zijn als ik me die nacht eventueel had ingebeeld. Single sinds kort bovendien.
Ik wist dat ik zaterdagnacht nog wat moest vrijhouden. Dat zesde zintuig van mij, dat is onfeilbaar. Mijn gave om mezelf in nesten te werken waarschijnlijk ook.

88515588

Een paar dagen geleden had iemand het over De Eerste Kus. Tot mijn grote ontsteltenis was het even graven in het geheugen, maar eens ik hem teruggevonden had, wist ik ook meteen waarom het zo’n graven was. De leeftijd was niet de oorzaak van de langer dan verwachte zoektocht naar deze mijlpaal in het bestaan van elke tiener, laat dat duidelijk zijn. Het lag ‘em in het grasduinen in de clichéplaatsen. Tussen de herinneringen aan fuiven in Parochiezaal Onder den Toren of op de tot openluchtfuifdecor omgetoverde wei van boer Charel in de tijd dat het woord pogo nog bestond, zou ik hem immers nooit gevonden hebben. Evenmin in de talrijke café’s die mijn stad rijk is en waar ik menig nacht sleet. Ook de discotheken van bedenkelijk allure waar Bonzai elk weekend opnieuw door de boxen schalde – als plant had ik een beste vriendin die Marina was, want een open geest beleeft meer, beweert een krant, en zo had ik het beste van beide werelden - was niet de juiste plaats om te gaan zoeken. Wegens een aangeboren afkeer van scouts, chiro’s en kampen, kon ik ook die regionen van de zoeklijst schrappen.
Uiteindelijk vond ik hem op een plaats waarvan ik bij het opdoemen van de lang vervlogen herinnering meteen dacht dat ik het had kunnen en moeten weten. Het heuglijke feit speelde zich immers niet zoals men zou kunnen verwachten af tijdens een donkere nacht die gemarkeerd werd door muziek die nu zo fout is dat er hele party’s rond dat thema georganiseerd worden, maar op klaarlichte dag. Niet op een vloer waar je ofwel aan blijft kleven ofwel bijna tegen de vlakte gaat na het strompelen over het zoveelste gesneuvelde glas bier, noch in één of ander – in koor: wat ruist er door het – struikgewas dat het parochiale etablissement veelal omringde en waarvan door velen dankbaar gebruikt werd gemaakt. Wel tussen de kledingrekken in de winkel van een oudere – waarom liet ze zich eigenlijk in met zo’n snotneuzen als ons? – vriendin. Natuurlijk. Dat ik mezelf niet beter kende dan dat zeg, tsss.
En u, ook outside the box gedacht bij het bepalen van uw eerste-kus-locatie?   

so I spilled some paint
so I take a tissue to wipe it off
but I drop it
so I reach over and grab it
and then there’s his smell
can’t be there
I think to myself
but yet it is
maybe I’m just happy
he still tells me his secrets