
Net als een mens denkt dat hij alles gezien heeft, kruist er een Carter uw pad. Hij weer, ja. Wanneer hij niet, sinds ergens vorige week, schijnt de vraag. Tijdens het eerste gesprek online dat tegelijkertijd het tweede gesprek ooit was, prijkte ineens zijn telefoonnummer op mijn scherm. Iemand die mij in dat stadium zijn telefoonnummer op een gouden schotel aanbiedt, verdenk ik ervan mij een vals nummer te geven, want in mijn paranoïde wereld loopt iemand met ook maar een beetje verstand niet zo te koop met dat soort gegevens over zichzelf. Ofwel een bedrieger ofwel op een mij nog onbekende – zou ik durven zeggen bijna zielige? – manier op zoek naar mensen die na verloop van tijd misschien onder de categorie vrienden kunnen vallen, was mijn besluit nadat ik snel zijn situatie en een paar opmerkingen van zijnentwege had geanalyseerd die wel eens in de richting van optie twee zouden kunnen wijzen.
Aangezien misverstanden nergens goed voor zijn, liet ik maar meteen verstaan dat ik dat nummer noch vertrouwde, noch nodig had. Teleurstelling een paar dorpen verder, en wat later toch nog eens het nummer met een ‘als ge ooit eens niet weet wat doen’. Twijfel in het eigen dorp, en het opslaan van het nummer, maar niet zonder er, eerlijk als we zijn, bij te zeggen dat ik echt niet kon garanderen dat ik er ooit wat mee ging aanvangen. After all, we delen dezelfde stamkroeg, het lijkt me sterk dat we mekaar daar nooit meer tegen het lijf zouden lopen.
Als bij een mirakel was hij de daaropvolgende dagen steevast wel ergens in de buurt als ik mij op de informatiesnelweg waagde en op zondag zorgde hij er bijna voor dat ik een trip naar Lourdes uitstippelde door in de stad miraculeus op te duiken aan het terrastafeltje waaraan ik luttele seconden voor zijn heilige verschijning plaatsnam met beste vriendin Kristel. For those wondering: in het licht ziet hij er nog beter uit. Ik denk niet dat ik sinds Y2K al iets van die schoonheid aanschouwde. I kid you not. Snel tot de conclusie komend dat ik mijn nummer over onbepaalde doch niet zo heel lange tijd moet inwisselen voor iets met waarschijnlijk veel meer rare cijfers waar ik nooit aan zal wennen, besloot ik het erop te wagen en belde het nummer dat hij me gaf terwijl hij zich bij ons zette. Een duik naar zijn gsm maakte me duidelijk dat hij al niet de grote bedrieger was waar ik hem voor hield en clever als hij is, wist hij natuurlijk meteen van wie dat onbekende nummer kwam.
Amper twaalf uur later maakte hij er al meteen gebruik van om me zijn andere nummer te geven waarop hij bereikbaar zou zijn wanneer hij dinsdag op vakantie vertrok. Wel verhip, denk ik dan, wat een slinkse manier – hoe lang zou hij daarop gebroed hebben? – om een conversatie te starten. Alsof ik van plan ben binnen dit en twee weken te sterven en hem opbellen mijn enige reddingsmiddel zou zijn. Voor de zoveelste keer, immer in de veronderstelling dat dit nu écht onze laatste conversatie zou zijn tot na zijn terugkomst, wenste ik hem een goede vakantie.
Maar u hoort me al op kousevoeten, ook al draag ik niets wat maar in de buurt komt van kousen, aankomen, snugger als u bent. Yours sincerely werd inderdaad vandaag netjes op de hoogte gesteld van zijn aankomst onder een palmboom. En voor de tweede keer op korte tijd vraag ik me af: wat wil die man toch van me?
Het is maar dat hij zo geweldig ad rem is en ik daar verschrikkelijk dolletjes op ben. Hoe scherper, hoe liever. Iets met intellectuele uitdaging om zelf nog scherper uit de hoek te komen en het gevoel van victorie als de tegenpartij klem kan gezet worden, iets wat met mijn stel hersenen uiteraard met de regelmaat van de klok voorvalt. Anders had ik het geheid een rare vogel gevonden. Nu ook, eigenlijk. Een rare vogel met een sms-verslaving onder een palmboom. Wel heb je ooit.
Clean house
Moet ik nog opruimen, vroeg hij. Ik heb gezegd dat dat niet nodig was, ik denk dat er wel betere dingen zullen zijn om naar te kijken als zijn rommel. Ha!