
Ik kon wel wat troost gebruiken vandaag, dus besloot ik het daar te gaan zoeken waar veel vrouwen het denken te vinden: op plaatsen waar kilometers textiel allemaal eerst om ter luidst schreeuwen om ze rond je lijf te draperen, je vervolgens doen geloven dat je er stunning uitziet dankzij hen en je er tot slot toe bewegen wat geld op tafel te leggen om je nieuwe beste vriendjes in een zak die pure luxe uitstraalt mee naar huis te nemen. De trieste werkelijkheid is dat het zelden zo vlot gaat, en de enige reden die ik kan bedenken is dat ontwerpers niet dezelfde gedachtengang toegedaan zijn als yours sincerely. De keren dat ik doodgemoedereerd heb uitgeroepen dat ik ooit nog eens zelf uit pure frustratie kleren begin te ontwerpen, zijn niet meer te tellen. Heelder boeken zou ik kunnen vullen met voorbeelden daaromtrent, maar voor de makkelijkheid zal ik me beperken tot de ergernis van de strooptocht van vandaag. Elke tocht heeft namelijk een eigen thema, veelal afhankelijk van het humeur van de dag. Soms is dat een SATC-thema, wanneer je beseft dat je nieuw materiaal nodig hebt voor die àndere strooptocht. Die die zich op weekendnachten afspeelt op plaatsen waar drank, muziek en veel medemensen gehuld in hopelijk niet dezelfde minuscule lapjes textiel de hoofdingrediënten zijn. Vlak voor en tijdens de winter kan het thema ook wel eens ‘Brr, wat is het koud, ik heb zin in iets lekker warms’ zijn, in de zomer viert het tegenthema, ‘Zo weinig mogelijk stof met zoveel mogelijk klasse’ hoogtij.
Ditmaal vond ik het tijd voor een thema dat ik zeer weinig gebruik; dat van de nachten die je niet SATC-gewijs doorbrengt. Die nachten breng ik namelijk veel te extreem overhellend naar het tegenovergestelde voor. Ondanks mijn voorliefde voor high heels als ik de deur uitga, moet het binnenshuis en -beds één en al comfort zijn. En wat straalt nu meer comfort uit dan dat gratis bekomen T-shirt waarin vorig jaar de badkamer geverfd werd en dat compleet onstrijkbaar is geworden wegens bijna mathematisch onmogelijk scheefgetrokken sinds die dag? Juist ja. Die niemendalletjes die gedurende zeer lange periodes onaangeroerd in de kast blijven liggen, mogen dan een streling voor het oog zijn, en niet in het minst voor het oog van de wederhelft, ze zijn gewoon niet comfortabel om de slapende uren in door te brengen. Niets wat een mens over zijn hoofd moet trekken en veel lager dan de navel komt, is in staat enig comfort te bieden in bed mijns inziens. Steevast lijkt de helft waar je op ligt, gewoon te blijven liggen terwijl je jezelf probeert om te draaien. Not good. En of het geheel er nog enigszins sexy uitziet als het zich langs de verkeerde kant van je lichaam bevindt, is ook maar de vraag.
Vandaag was dus de dag dat ik besloot om in de nachtafdeling de perfecte mix tussen sexy, makkelijk en speels te vinden. Little did I know. Naast het ongemakkelijke vrouw-op-straat-hoer-in-bed spul, hing, volledig zonder schaamte, angstaanjagend veel kindvrouw spul. Denk Minnie Mouse. Right. Daar ga ik me geweldig goed in voelen, en gaat mijn sidekick ongelooflijk op kicken. Not. Twee stappen meer naar links dan maar. Ow lowd! Tenten! Flanellen, geruite tenten! In zuurstokkleurtjes! Fleece tenten! Daarmee kan alleen een Zuid-Afrikaan in een iglo een plezier mee gedaan worden, was mijn eerste idee. Als ik het warm wil hebben, gebruik ik zo’n grote lap die ongeveer even groot is als de matras. Dekbed, noemen ze dat. De dag dat ik daaronder nog een fleece broek nodig heb, bel ik de ambulance en laat ik ze meteen zo’n thermodeken meebrengen, want dan ben ik vast net uit een bevroren kanaal geklauterd en heb ik zware onderkoelingsverschijnselen. De enige keer dat ik iets van die strekking heb aangetrokken, bevond ik me in Lapland en was het -25°C. En stond ik ook effectief buiten, en lag ik niet in bed. Just so you know.
Na een zeer magere vangst – leve de weinige fun ‘n’ sexy shorts en shorty’s – besloot ik me naar de afdeling die er het dichtst bijligt te begeven: de lingerie. Wat ik daar zag, heeft mij diep geraakt. Heel veel leuke shorty’s weerom, maar waar was de andere helft die maakt dat je van een set kan spreken? Oh. Wacht. Nergens. Kakafonie is blijkbaar het nieuwe zwart in de wereld van dat wat je als eerste aantrekt wanneer je uit de douche komt. Mix & match, zullen de goeroes terzake dat wel noemen. Veel mix, weinig match, noem ik dat. Voor wie wel wil matchen, is er in het merendeel van de gevallen enkel een string voorhanden. De string. Ah, de string. Zou een mens er niet poëtisch van worden, van dat ene stuk kledij dat kleiner is dan een Kleenex? Nog steeds aan het snotteren ja, dankjewel. Het mag dan een handig ding zijn om pijnlijke esthetische situaties te voorkomen bij het dragen van een dunne, aanpassende broek, dat zijn de iets grotere broertjes zonder naden ook. En nee, ik vind het niet eens ongemakkelijk, zo’n string. Mijn hoofdprobleem ligt ‘em voornamelijk bij de hygiëne. Die is er naar mijn gevoel niet bij het dragen van dat onding, het zit me gewoon te dicht op het vel. Niets mis met wat ademruimte, als je het mij vraagt. Bovendien is er maar 1% van de bevolking dat ermee wegkomt, en daar hoor ik niet bij. Waar ik wel bijhoor, is het groepje vrouwen waarvan mannen eerder ‘te weinig’ dan ‘te veel’ zullen zeggen, als het op de derrière aankomt. Niks geen gezegend met een J-Lo ass. Niks geen string dus. Niks geen minimum vijf gehoopte setjes. Eentje, dat was me nog net gegeven. Eentje waarvan ik nog net het laatste in mijn maat vond op het verder bijna lege rek. De rest ervan was namelijk allang uitverkocht. Hmm. Ik vraag me af hoe dàt zou komen.