Categorie Archieven: Emigration

U kent het vast wel onder één of andere vorm. Als u ooit in het gips gelegen hebt: “Oei, wat hebde nu voorgehad?” Als u ooit zwanger geweest bent: “En, voor wanneer ist?” Als u zich ooit in dat gevaarlijke huwelijksbootje hebt gewaagd: “En, wanneer komt de eerste kleine, al goed aan het oefenen zeker?” Als u uw ontslag gegeven heeft: “En, hoeveel weken nog voor ge ons verlaat?” Als u naar de kapper geweest bent: “Amai, een nieuw coiffure?”
Of, als u, zoals ik, zo dom bent geweest om mensen langer dan twee weken op voorhand op de hoogte te brengen van emigratieplannen: “En, hoever staan de plannen, al iets gevonden?”
Zucht. Hoeveel keer moet een mens steeds tegen diezelfde – als het dan nog nieuwe zouden zijn – vragenstellers blijven herhalen dat het wachten is tot het huis af is, ten allervroegste in oktober of november, en dat het bijgevolg niet de minste zin heeft om nu al op huizenjacht te gaan aangezien wat er rond de jaarwisseling vrijkomt, nu nog op geen enkele immosite te vinden is? Zal ik dié vraag eens tot in den treure toe aan iedereen stellen die ik tegenkom? Eh? Moet ik?

En als ge dan op een zomerse zaterdagavond duizenden stadsgenoten uitgelaten op zijn Noordkaaps ‘ik hou van u’ hoort zingen, kunt ge alleen maar denken: ik ook van u, en ik ga u godverdomme missen, kutstad.

Tussen het
* al  twee weken op regelmatige basis bijna tegen de vlakte gaan
* eerst bijna niet kunnen eten en het weinige niet kunnen binnenhouden
* daarna de honger niet meer gestild krijgen met als gevolg nog meer flauwtes
* twee maanden niet slapen en moe zijn
* af en toe een hele kostbare zaterdag plat liggen en nog meer moe zijn
* slaappillen proberen en nog langer wakker liggen dan anders 
* de dag erna evengoed het verdoofde gevoel van de pillen hebben
door, valt er nog nét genoeg leuks te beleven om overeind te blijven. Zoals een onverwacht blitsbezoek morgen van Maylens beste vriend Stijn en zijn verloofde, a.k.a. onze toekomstige Spaanse buren, die net lang genoeg in het land zullen zijn om samen een échte Belgische friet te verorberen. Ik ben daar zo blij om dat ik er geen woorden voor heb, dus ik ga gewoon zwijgen nu. En hopen dat die friet er in blijft, morgen.

Kennissen, kameraden, vrienden. Niet altijd een even makkelijk gegeven. Vooral niet als je je in de fase bevindt nà grondige inwendige veranderingen en vòòr stevige geografische veranderingen.
Er zijn zij die niet meer bij de nieuwe versie van jezelf passen, en wat je daarmee aanvangt, is  niet zo’n moeilijk vraagstuk: afvloeiingen, op zijn economisch, niet meer of niet minder. De meesten vloeien trouwens quasi vanzelf af, zonder al te veel leed. De klik is weg, het wederzijdse begrip en gemeenschappelijke interesses zijn iets uit het verleden. Zonder veel spijt laat je samen iets los waar geen van beiden nog iets aan heeft.
Er zijn ook zij die nu je leven binnen komen, en dat is een ander paar mouwen. Er zitten een paar potentieel waardevolle exemplaren tussen, but I can’t help but wonder: hoeveel moet je – zonder de waarde van zij in deze categorie te willen afzwakken – nog investeren in iets wat al snel weer tot een vorig leven zal behoren? Hoe lang overleven vriendschappen die na verloop van tijd enkel nog op elektronische manier onderhouden worden? Want laten we een kat een kat noemen, de ’oh, dan kom ik eens langs hoor’-s waren niet van de lucht sinds de aankondiging van de verhuis, maar we weten allemaal wel dat, met veel geluk, slechts één procent van zij die dat uitriepen, ook effectief zal langskomen. Tot nog toe antwoordde ik steevast met een al dan niet fake smile dat ze altijd welkom zijn, maar even steevast dacht ik bij de ene helft dat ze gewoon verrukt zijn bij het idee van een gratis verblijf in een wereldstad zonder zich al teveel aan te trekken wie nu precies die gratis slaapplaats aanbiedt, en bij de andere helft dat ze gewoon het zoveelste voornemen uiten waar nooit iets van in huis zal komen. Het beruchte ‘we moeten nog eens afspreken’ of ‘ik bel je nog’, weet je wel. Ik wil ze wel eens zien, die massa’s die nu allemaal beweren langs te komen.
Het zijn niet eens zij waaraan ik me de laatste tijd het meest erger. Er blijkt immers plots een forse categorie vervelende etters op te staan. Er zijn zij die middenin een mail-, sms- of andere conversatie van de ene op de andere minuut de communicatie stopzetten en van de aardbol verdwijnen. Just like that, na soms jarenlang – al dan niet sporadisch – contact. Ik dank de heer op mijn blote knieën dat ik gezegend ben met een wel heel extreme uit het oog uit het hart houding. Lijsten allerhande - telefoon, msn, facebook, mail – worden kordaat ingekort. In geen enkel kader moet een mens blijven vasthangen aan die categorie, maar al helemaal niet in het kader van een emigratie. Er zijn binnen die ettercategorie ook zij die elke beweging die ik maak beginnen analyseren en onderzoeken als waren ze Horatio-met-de-stoere-oneliners die een moordverdachte tijdens een strenge ondervraging nauwgezet in de gaten houdt om hem op de kleinste fout te betrappen en zo te veroordelen. Elke uiting van mijnentwege moet een plaats krijgen, elk plan moet in vraag gesteld worden. Alsof ik de verhuis verzin, in het ene geval. Alsof het het domste, meest risicovolle idee is dat een mens ooit heeft bedacht, in een ander geval. Alsof ik nu werkelijk geloof dat emigreren betekent dat ik daar ga aankomen, me op het strand in dertig graden met een cocktail ga neerzetten en er pas veertig jaar later tussen zes planken weer afkom, uitgeruster dan ooit na vier decennia niets doen, klaar om nog wat verder te rusten tot in het oneindige. Alsof een mens maar één plan tegelijk kan hebben en de rest van zijn leven tot die tijd on hold moet zetten. Alsof ik, wanneer ik aankondig dat ik verhuis, ook nog diezelfde dag effectief het land verlaat, leerde ik vandaag nog in een ander, verbazingwekkend geval.
What is up with you people, vraag ik me dan af. Ben ik een nooit eerder geziene trendsetter omdat ik uitwijk en in afwachting daarvan gewoon nog het beste wil maken van de tijd die me hier rest? Ben ik een leugenaar omdat ik nu nog niet precies kan zeggen of het nu november, januari, dan wel februari zal zijn dat we vertrekken? Moet ik me nu ineens al maar laten afschrijven en afscheid nemen van iedereen in afwachting van de nog niet nader bepaalde datum van vertrek? Is het gangbaar dat diegene die emigreert daar rustig onder blijft en al de rest plots rare streken vertoont?
Kennissen, kameraden, vrienden. Niet altijd een even makkelijk gegeven. Maar je schijnt ze nodig te hebben, soms. Wat een brute pech zeg. Ik denk dat ik maar eens op zoek ga naar de kerel die zaterdagmiddag naar zijn vriend “Oh my God! Look at her, she’s amazing!” riep toen ik voorbij liep. Die zag tenminste meteen wat ik waard ben. Ha!

Olé, ‘mijn’ club heeft gewonnen. Niet dat het mij een zier interesseert, ik vond de lancering – er was niet veel aan te zien, maar toch vond ik dat eindeloos fascinerend en spectaculair – van vanmiddag en zelfs de uiteenzetting van Dirk Frimout boeiender, maar alles voor het nieuwbakken Spanjegevoel en de integratie.
Sjonge jonge, wat een historische dag zeg, en dan heb ik het nog niet eens over de hoogst onverwachte en uiterst aangename after work ontmoeting, waaruit ik even later concludeerde dat sporten een pak beter gaat na wat wijn. Olé.

De huizenjacht dus. Hoewel streekjacht meer van toepassing is, gezien het feit dat we niet naar het Zuiden zijn afgezakt om nu al meteen met een nieuwe thuis terug te komen. Deze eerste trip was immers meer bedoeld als verkenning, iets waar we, al zeg ik het zelf, goed in geslaagd zijn. Zeker als je de manier waarop we potentiële nieuwe woonplaats uitkozen in beschouwing neemt. Nadat Zakynthos, een Grieks eiland waaraan Spanje eigenlijk niet kan tippen, lang als grote kanshebber gold, vond de wederhelft een tijd geleden een villa in het land van de stier waarvoor we allebei een moord zouden begaan. Of toch minstens een bankoverval om ze te kunnen bekostigen. De ligging, de constructie, de inrichting; als we het zelf hadden kunnen kiezen en ontwerpen, er zouden geen zeven verschillen te vinden zijn met wat ons vanop de desbetreffende Spaanse immosite toelachte die Maylen vond in zijn zoektocht naar een woonst die zich in eerste instantie op Zakynthos zou bevinden. Op exact hetzelfde moment waarop één van zijn spirituele soulmates na veelvuldige dromen over een huis eindelijk van hogere krachten duidelijkheid kreeg over de locatie van dat mysterieuze stukje vastgoed waarvan ze vooralsnog niet kon plaatsen waarom dat meerdere malen ’s nachts opdook. Guess what, haar ‘droom’huis bevond zich in hetzelfde dorp als ons droomhuis. Een godvergeten plaats waar geen van ons allen ooit van had gehoord, een plaats die zich eender waar ter wereld had kunnen bevinden. Uitgerekend daar troffen de twee huizen elkaar. Het feit dat die plaats maar een kleine dertig kilometer verwijderd is van de nieuwe woonplaats van Stijn, Maylens beste vriend, was een bonus van jewelste, en voor we het goed en wel zelf beseften, zaten we op het vliegtuig richting nieuwe thuis waarvan de locatie gebaseerd was op een visioen. Yup yup, we are a bunch of nutcases. But who cares, right?
Natuurlijk was het zonnige financiële plaatje dat Stijn, net als Maylen zelfstandige, ons schetste over de bijdragen die je daar aan de staat levert, een wel heel stevige extra duw in de rug na vergelijking met wat je in ons apenland als zelfstandige op de staatstafel mag gooien. We mogen dan al gek zijn, we hebben geen van beide de ambitie om in de goot te belanden, zelfs al is die plek waar niemand ooit hoopt terecht te komen zonovergoten. Na het blije weerzien met Maylens rots in de branding sinds jaar en dag, vertelde laatstgenoemde enthousiast over zijn nieuwe leven aan de zijde van zijn Spaanse liefde. Een leven dat bestaat uit veelvuldige zakenreizen over de hele wereld, zoals hij al gewend was, meerdere restaurantbezoekjes per week en weekends die geen weekends zijn zonder een partijtje golf op een prachtige, groene berg met zicht op zee. Hij toonde ons zijn gloednieuwe appartement in een buurt waar ik het best wel gewend kan raken, ware het niet dat je daar voor zo’n compacte leefruimte neertelt wat je een klein uur verderop al snel een afgelegen villa met zwembad oplevert. He’s living the good life, en het was hartverwarmend om te zien hoe hij van dat alles met volle teugen geniet.
Wij zijn echter op zoek naar een ander soort good life, en dus gingen we op pad in de door ons – of een paar sluwe vossen van hierboven – uitgekozen streek. Die in het echt zowel visueel als financieel trouwens nog beter bleek mee te vallen dan in welk soort droom dan ook; wij weten alvast waar we de komende jaren van ons leven willen slijten. Na wat onbetaalbaar advies van Stijn, het in overweging nemen van de huidige economische toestand en het feit dat geen enkele Spaanse bank zit te wachten op een koppel jong Belgisch geweld om haar kostbare geld aan uit te lenen, hebben we onze plannen echter ietwat aangepast. In plaats van meteen te kopen, blijkt het verstandiger om eerst één à twee jaar te huren om te bewijzen dat we in staat zijn maandelijks een steady & decent loon op tafel te gooien, om contacten te leggen én de streek beter te leren kennen voor we tot een definitievere stap overgaan. Een change of plans die het proces overigens aanzienlijk kan versnellen; over de aankoop van vastgoed ga je niet over één nacht ijs, over de huur kan eventueel wel op één zo’n bizar benoemde tijdspanne beslist worden.
Rest ons alleen nog het afhandelen van de verbouwing en verkoop van Maylens huis, twee huizen verder gelegen als het mijne. The One, aka Mister Optimistic, hoopt tegen september vertrekkensklaar te zijn, ondergetekende, aka Miss Realistic, gokt op het vroege voorjaar van volgend jaar, gezien de gebruikelijke, ellenlange vertragingen die onlosmakelijk verbonden zijn met (ver)bouwingen en het bouwverlof dat er binnenkort zit aan te komen. Either way hopen we tegen volgende zomer als Spaans burger door het leven te gaan. Op de verbouwingen van mijn huis, die wat later van start zullen gaan wegens mijn iets minder financieel benijdenswaardige positie, willen we geen van beiden wachten. Elke maand dat de wederhelft hier nog gevestigd is als zelfstandige, voelt immers plots aan als een verlies van het geld dat hij ginds kan binnenrijven na aftrek van de veel mindere bijdragen: vlotjes het dubbele. Er is dus geen enkele reden om nog langer te wachten om effectief de stap te zetten. Behalve dan die verbouwingen uiteraard. Waar ik meteen maar eens invlieg, denk ik zo. Na de voortzetting van mijn zes uur durende – naar villa’s kijken in een zonnig land, vermoeiend dat dat is – schoonheidsslaapje van vanmiddag, that is. Slaapwel.

Drie vluchten op drie weken tijd, een paar duizend (letterlijk) kilometers met twee verschillende auto’s, een zestal keer inpakken, zeven landen doorkruisen met de auto, ontelbare bussen, een paar treinen, vijf verschillende bedden, een viertal verschillende talen, een rotstad, een prachtstad, een spuuglelijke countryside, natuur die je bijna je adem beneemt, twee dromen verwezenlijken en een derde een concretere vorm geven. Het is mooi geweest, maar het is welletjes geweest.
Het was dan ook zonder een greintje spijt dat ik vanochtend in alle vroegte op het laatste vliegtuig stapte richting homebase, waar ik van eigen bed, douche en bestek kan genieten, niet langer gehinderd door de smetvrees die steevast de kop opsteekt als ik moet slapen, eten en douchen in ruimtes die al door duizenden anderen voor mij gebruikt werden. Het gebruikelijke bedrukte einde-zonnige-vakantie-gevoel bleef geheel achterwege, aangezien het geen echte vakantie was, maar bovenal, omdat het een ‘tot binnenkort’ was. Een ‘tot binnenkort’ aan het land dat binnen dit en een heel klein jaar wel eens mijn nieuwe thuisland zou kunnen worden. Mijn eigen bed verhuist uiteraard mee, let there be no doubt about it.

Aangezien een mens geen hele dag kan huizen jagen, lig ik even met de laptop aan het zwembad in de zon, om zeven uur ’s avonds azo. Ha!

Amper uitgepakt, en alweer (bijna) ingepakt om vanavond op het volgende vliegtuig te springen. Wij gaan snel even een huis zoeken in het nieuwe thuisland. Hasta la vista!

Hihi. Vanmiddag werd ik opgebeld door iemand die me een ziekteverzekering wou aansmeren, en voor het eerst in mijn leven vond ik dat leuk. Ik heb namelijk met de grootst mogelijke flair geantwoord dat dat weinig zin had aangezien we binnenkort naar het buitenland emigreren. Dat we onze eerste fase van de househunting nog moeten aanvatten, als alles goed gaat over zo’n drietal weken, liet ik met evenveel flair achterwege. Toen ze vroeg of we naar zonniger oorden vertrokken en ik nonchalant Barcelona kon antwoorden, werd het nog beter. Haar uit haar dak horen gaan van enthousiasme en haar “Als ik daar ooit nog eens kom” afmaken met een “dan blijf je toch gewoon logeren!” was al helemaal het einde.
Die emigratieplannen, ik begin ze leuker en leuker te vinden. Hopelijk belt Mobistar mij morgen. En Telenet overmorgen.