
De eerste twee weken doorgebracht in een land waar ik nooit meer hoop te belanden om een ingreep te ondergaan die synoniem stond voor de confrontatie met één van mijn ultieme angsten. Geheel volgens mijn voorgevoel – noem het gerust vrouwelijke intuïtie – thuis gekomen in een situatie die wat weg had van die andere thuiskomst eerder dit jaar a.k.a. iets met andere vrouwen slash spirituele ommezwaai slash relatiecrisis. Mezelf en mijn koffer een paar dagen later bij elkaar geraapt om op minder tijd dan gepland de rest van ons leven uit te stippelen. Op de valreep nog op Spaans grondgebied de zoveelste relatiecrisis het hoofd geboden. Bij thuiskomst de laatste week oververmoeid doorgebracht in bed, waar ik net niet uitviel toen er nog een laatste relatielijk uit de kast kwam vallen.
Gotta face it, de balans is niet fraai. Mijn droommaand had veel meer weg van een nachtmerriemaand. Ik was bijna dankbaar toen de wekker maandagochtend om half vijf het einde ervan aankondigde, niettegenstaande het feit dat ik absoluut niet – welke woorden zijn gepast om een nog grotere ontkenning uit te drukken, want dit dekt de lading niet? – uitkeek naar de terugkerende dagelijkse tripjes richting hoofdstad, en nog minder naar wat er de acht uren nà die trip kwam. Maar toegegeven, het heeft me de nodige schop onder de niet meer zo afgetrainde kont gegeven. Nog geen kwartier na thuiskomst stond ik voor ongeveer de derde keer dit jaar op de Powerplate, die ik mezelf met zoveel enthousiasme afgelopen winter cadeau deed. Opgepept door het fysieke afbeulen en dreunende beats, besefte ik eindelijk wat ik al die tijd gemist had, en realiseerde ik me ook met een schok wat er van me geworden was. Een wezen het woord schaduw – van mezelf, voor de minder alerten onder ons – nog niet waardig. Want dat wat ik op dat moment aan het doen was, ook wel sporten genaamd, was somewhere along the way só 2008 geworden. Iets wat ik vroeger driemaal per week deed, lukte me nu amper drie keer per half jaar. En wat was toch dat issue met parfum? Wat wàs parfum ook weer? Ik moet het bestaan ervan vergeten zijn nadat ik het laatste restje, zo ergens vlak na de jaarwisseling, ervan had opgebruikt. De moed om nieuwe te kopen, raakte ik vervolgens een vijftal maanden kwijt. Wat was immers de zin van schandalig duur geprijsd water met een geurtje dat na twee uur vervliegt als je wereld net compleet was ingestort? (Note to self: zaterdag nieuwe voorraad inslaan en de prijs negeren. Drrringend.) Ik viel bij Blondine binnen met net geen doos Kleenex onder de arm maar wel met haarband om het ongewassen haar te verhullen én in trainingsbroek. Wat ook wel een leuk kantje had; zelf liep ze er ook niet bij alsof ze op het punt stond naar een VIP-party te vertrekken, en het gaf een leuk thuisgevoel: thuiskomen bij je peoples die je binnenlaten no matter what, ook al loop je erbij alsof je wil concurreren met de huidige trends onder daklozen. De sorry excuses for outfits waar ik me de laatste tijd in heb gehuld, zouden echter door de plaatselijke container van Spullenhulp gedegouteerd uitgespuwd worden, mocht ik een poging doen er via die weg – bij nachte, bewijsmateriaal moet subtiel vernietigd worden – van af te raken. Om nog maar van de naggellak te zwijgen. De nagellak. Of beter, het gebrek eraan. Meer dan een maand heb ik zonder dat hemelse goedje, dat het verschil maakt tussen een vrouw en een Vrouw, rondgelopen. Ik. Zonder. Miss ‘Ik ben vast geboren met nagellak op mijn piepkleine nageltjes, daar ben ik zéker van!’ Serotto. Niet minder dan een schandaal is het. Over die blog die ik ooit dagelijks aanvulde, wil ik het niet eens hebben. Noch over die marginale uitgroei waarmee ik veel te lang rondliep en waar in sommige landen, ik gok die waar de letters V en S in komen, hoogstwaarschijnlijk de doodstraf op staat.
Get a grip woman, was de enige slotsom waartoe ik, even gedegouteerd als de Spullenhulpcontainer, kon komen. Samen met die conclusie kwam gelukkig ook de wil om uit die zielige-vrouwtjes-slachtofferrol te stappen en terug die diva van weleer boven te halen. Niet minder dan een moordgriet, dat moet ik zijn voor mijn favoriete festival het begin van de zomervakantie inluidt. Voor hem ja, zodat hij beseft wat hij in huis heeft, en nog meer wat hij op het spel heeft gezet. En inderdaad, snuggere tussen-de-lijnen-lezer, de scherpe kantjes zijn er af, ik ben terug in staat om graag te zien, een gevoel dat beschermingsmechanismegewijs even leek uitgevallen, maar er is nog een hoop onderliggende woede waar ik vanaf moet. Want hij mag dan geweldig zijn, hij is wel danig van zijn voetstuk gevallen en hij is zeker god niet. En, belangrijker, hij is na negen jaar ineens niet meer de illusie die me nooit zou kwetsen. Er is maar één iemand die me dat kan beloven, en dat is dat zielige restje Nina dat overblijft na het fiasco, en daarom staat hij nu op de tweede plaats, ver na mijn eigen eerste plaats.
Het is voor mijn eigen, killerchick-self van weleer, dat ik nu ga doen wat ik even moet doen: me zwelgen in alles wat oppervlakkig is, want oppevlakkigheid kwetst nu eenmaal niet. Als dat onder de noemer ‘vluchten’ valt, so be it. Ik heb het voorlopig gehad met de discussies over het hogere zijn, het nu, moleculen, andere vrouwen en hun plaats binnen onze relatie, het ego, soulmates, pijn, graven naar je echte ik en het hogere doel. Alles wat ook maar enigszins naar oppervlakkigheid ruikt, zal hoogtij vieren de komende tijd. Ik stort me op mijn dead-end job – als alles meevalt nog maar een half jaar, ha! - zoals een hond zich vastbijt in een bot gemaakt van vers kattenvlees en ga voor niet minder dan zes dagen per week hard labeur. Wel met de kanttekening dat ik daarna één en ander handig recupereer op het moment dat de tijd rijp is voor een tweede retourtje Barcelona, of wat dacht je. Elke vrouwennaam die niet begint met N en eindigt op ina valt onder de categorie ‘those we don’t speak of’. Magazines met handtassen en ander in-het-grotere-plan-onbenulligheden van 2000 euro+ worden minutieus uitgepluisd, en de inwendige discussie over welk oh welk parfum ik me toch ga aanschaffen, laait hoog op terwijl ik besluiteloos naar mijn vers gelakte nagels staar. I need it. Ik ga voluit voor de titel van Queen of Superficiality Summer 2009. Move over, Paris. And keep an eye on your latest toy boy. Grin.