Categorie Archieven: Beauty

Alarmerende vaststelling: al twee dagen na elkaar een wel vérrry bad hairday, en dat terwijl het morgen Marktrock is. Turn the tide Sylver, turn the tide. De rest van de look as stunning as you possibly can-voorbereidingen verlopen gelukkig wél naar wens. Men weet immers nooit wie men op zo’n gelegenheden tegen het lijf loopt. Jawel, eigenlijk wel. Carter, die onder zijn palmboom uitgekomen is en maar twee sms’en nodig had om van ‘Dan ontsnap ik uit de stad als dat dit weekend is hoor’ naar ‘Ok, ik laat iets weten wanneer ik er ben’.
Of zoals ik eerder deze week tegen Blondine orakelde: weet ge, over tien jaar ben ik veertig, dan graak ik niet meer weg met zo’n stoten, dus ik kan er nu maar zo hard mogelijk van profiteren. Right?

Amsterdam is…

 

patc1

 

patc2

 

patc3

 

patc4

 

patc5

 

patc7

 

patc8

 

patc9

 

patc10

 

patc11

a shitload of good stuff. Nuff said.

Twee weken niet nadenken, dat werpt écht zijn vruchten af. In het kader van de Heilige Oppervlakkigheid hield ik me onder andere bezig met:

* Mijn Kuikens uitlachen, want het zootje ongeregeld dat ik momenteel onder mijn hoede heb, is bij momenten om van te wenen. Of om uit te lachen, eens je een bepaalde grens van hopeloosheid overschrijdt. Jawel, het serpent is er even niet en er wordt actually gelachen op de werkvloer. Ik zou bijna durven beweren dat ik me amuseer in de boîte. Het hardst heb ik gelachen met het Kuiken dat bij hoog en laag bleef beweren dat Informer een lied was van Ice-T, terwijl het definitely van Snow is. Niet dat het zo’n verdienste is als dat gegeven tot je parate kennis behoort, but still. Hij raakte helemaal verstrikt in het cool-as-ice kluwen van Ice-T’s, Ice ice babies, Ice Cubes en Snows dat ik dacht dat hij een toeval ging krijgen, wat het alleen maar hilarischer maakte. Met mijn laatste tegenargument – mijn werkdag zat er op, dus het was tijd om de discussie, hoe lachwekkend ook, af te ronden – gaf ik hem de finale doodsteek . “Gij weet zo hard niks af van hip-hop en r&b he. Met uw docksides!” triomfeerde ik. Daar had hij niet van terug.
* Wat sexy stuff passen, maar het weer terug in de rekken hangen. Als de maten small en extra small àltijd meteen uitverkocht zijn, bestel daar dan meer exemplaren van, bende textielonkundigen. Het is zoals tijdens het weekend om elf uur naar de bakker gaan. Als al de goodies àltijd en àltijd uitverkocht zijn op dat uur, bak én verdien dan verdorie het dubbele, of is dat rocket science? En nee, in tegenovergestelde richting vind ik niet dat het opgaat; ik ga er niét vroeger voor opstaan.
* Wat health & beauty supplies inslaan en de helft vergeten zodat ik morgen na het werk absoluut nog eens terug moet. Het blijst was ik met mijn bodymilk – een kinderhand is snel gevuld – en mijn nieuwe pincet. Diens voorganger heeft ergens tussen Barcelona en Zaventem de benen genomen. Wat sneu is, want wij namen het vliegtuig. That’s one quick way to lose eachother.
* Denken aan het maken van een afspraak bij de kapper. Gezien mijn zes-dagen-werkweken die nog tot ergens in juni blijven voortbestaan, weet ik namelijk niet wanneer ik er ooit zal raken. Maar ik denk eraan, dat is al een begin.
* Een vijftal uitnodigingen afslaan onder het mom van playing hard to get. Ook wel een beetje door het feit dat ik alle feestdagen en weekends werk nowadays, maar dat hoeven zij niet te weten.
* Beslissen dat ik drie vijlen nodig heb. Eentje voor boven, eentje voor beneden, en eentje voor in de it-bag.
* Sporten, en wel drie keer per week zoals in the good old days. Al ben ik er misschien iets te enthousiast ingevlogen. Na het zien van dat wat ooit mijn benen waren in de genadeloze spiegels die ze altijd in pashokjes hangen, liep ik een matig tot zwaar trauma op. En dus besloot ik de beenspierversterkende oefeningen te verdubbelen, meteen vanaf de eerste sessie na een half jaar zo weinig mogelijk bewegen. De net afgestofte pumps werden prompt weer voor twee dagen naar hun eigen, speciale uitstalplaatsje in de dressing verbannen. Wij rouwden met zijn allen.
* Verrast worden door een mail van een onbekende. Althans, dat laat hij uitschijnen, maar ik blijf wantrouwig. Hij maakte een zeer duidelijk statement over pumps, hip-hop en Seven Jeans; he digs it. Man, that guy went straight for my heart, I’m tellin ye. Al weet ik nog steeds niet of ik zijn laatste vraag nu ontzettend heet of onrustwekkend melig moet vinden. Hij krijgt vooralsnog het voordeel van de twijfel.
* Parfum kopen, en wel diegene die mijn naam draagt. Vanity, definitely my favourite sin.
* Nog eens op facebook belanden, en zo per ongeluk op msn sukkelen, waar ik meteen beflirt en uitgenodigd werd in een suite in een hotel naar keuze door Tom, een kerel die door de jaren heen het voorrecht verworven heeft op één nacht per jaar met yours sincerely. Het jaar is bijna om, merkte hij fijntjes op.

paris-hilton

 

De eerste twee weken doorgebracht in een land waar ik nooit meer hoop te belanden om een ingreep te ondergaan die synoniem stond voor de confrontatie met één van mijn ultieme angsten. Geheel volgens mijn voorgevoel – noem het gerust vrouwelijke intuïtie – thuis gekomen in een situatie die wat weg had van die andere thuiskomst eerder dit jaar a.k.a. iets met andere vrouwen slash spirituele ommezwaai slash relatiecrisis. Mezelf en mijn koffer een paar dagen later bij elkaar geraapt om op minder tijd dan gepland de rest van ons leven uit te stippelen. Op de valreep nog op Spaans grondgebied de zoveelste relatiecrisis het hoofd geboden. Bij thuiskomst de laatste week oververmoeid doorgebracht in bed, waar ik net niet uitviel toen er nog een laatste relatielijk uit de kast kwam vallen.
Gotta face it, de balans is niet fraai. Mijn droommaand had veel meer weg van een nachtmerriemaand. Ik was bijna dankbaar toen de wekker maandagochtend om half vijf het einde ervan aankondigde, niettegenstaande het feit dat ik absoluut niet – welke woorden zijn gepast om een nog grotere ontkenning uit te drukken, want dit dekt de lading niet? – uitkeek naar de terugkerende dagelijkse tripjes richting hoofdstad, en nog minder naar wat er de acht uren nà die trip kwam.  Maar toegegeven, het heeft me de nodige schop onder de niet meer zo afgetrainde kont gegeven. Nog geen kwartier na thuiskomst stond ik voor ongeveer de derde keer dit jaar op de Powerplate, die ik mezelf met zoveel enthousiasme afgelopen winter cadeau deed. Opgepept door het fysieke afbeulen en dreunende beats, besefte ik eindelijk wat ik al die tijd gemist had, en realiseerde ik me ook met een schok wat er van me geworden was. Een wezen het woord schaduw – van mezelf, voor de minder alerten onder ons – nog niet waardig. Want dat wat ik op dat moment aan het doen was, ook wel sporten genaamd, was somewhere along the way só 2008 geworden. Iets wat ik vroeger driemaal per week deed, lukte me nu amper drie keer per half jaar. En wat was toch dat issue met parfum? Wat wàs parfum ook weer? Ik moet het bestaan ervan vergeten zijn nadat ik het laatste restje, zo ergens vlak na de jaarwisseling, ervan had opgebruikt. De moed om nieuwe te kopen, raakte ik vervolgens een vijftal maanden kwijt. Wat was immers de zin van schandalig duur geprijsd water met een geurtje dat na twee uur vervliegt als je wereld net compleet was ingestort? (Note to self: zaterdag nieuwe voorraad inslaan en de prijs negeren. Drrringend.) Ik viel bij Blondine binnen met net geen doos Kleenex onder de arm maar wel met haarband om het ongewassen haar te verhullen én in trainingsbroek. Wat ook wel een leuk kantje had; zelf liep ze er ook niet bij alsof ze op het punt stond naar een VIP-party te vertrekken, en het gaf een leuk thuisgevoel: thuiskomen bij je peoples die je binnenlaten no matter what, ook al loop je erbij alsof je wil concurreren met de huidige trends onder daklozen. De sorry excuses for outfits waar ik me de laatste tijd in heb gehuld, zouden echter door de plaatselijke container van Spullenhulp gedegouteerd uitgespuwd worden, mocht ik een poging doen er via die weg – bij nachte, bewijsmateriaal moet subtiel vernietigd worden – van af te raken. Om nog maar van de naggellak te zwijgen. De nagellak. Of beter, het gebrek eraan. Meer dan een maand heb ik zonder dat hemelse goedje, dat het verschil maakt tussen een vrouw en een Vrouw, rondgelopen. Ik. Zonder. Miss ‘Ik ben vast geboren met nagellak op mijn piepkleine nageltjes, daar ben ik zéker van!’ Serotto. Niet minder dan een schandaal is het. Over die blog die ik ooit dagelijks aanvulde, wil ik het niet eens hebben. Noch over die marginale uitgroei waarmee ik veel te lang rondliep en waar in sommige landen, ik gok die waar de letters V en S in komen, hoogstwaarschijnlijk de doodstraf op staat.
Get a grip woman, was de enige slotsom waartoe ik, even gedegouteerd als de Spullenhulpcontainer, kon komen. Samen met die conclusie kwam gelukkig ook de wil om uit die zielige-vrouwtjes-slachtofferrol te stappen en terug die diva van weleer boven te halen. Niet minder dan een moordgriet, dat moet ik zijn voor mijn favoriete festival het begin van de zomervakantie inluidt. Voor hem ja, zodat hij beseft wat hij in huis heeft, en nog meer wat hij op het spel heeft gezet. En inderdaad, snuggere tussen-de-lijnen-lezer, de scherpe kantjes zijn er af, ik ben terug in staat om graag te zien, een gevoel dat beschermingsmechanismegewijs even leek uitgevallen, maar er is nog een hoop onderliggende woede waar ik vanaf moet. Want hij mag dan geweldig zijn, hij is wel danig van zijn voetstuk gevallen en hij is zeker god niet. En, belangrijker, hij is na negen jaar ineens niet meer de illusie die me nooit zou kwetsen. Er is maar één iemand die me dat kan beloven, en dat is dat zielige restje Nina dat overblijft na het fiasco, en daarom staat hij nu op de tweede plaats, ver na mijn eigen eerste plaats.  
Het is voor mijn eigen, killerchick-self van weleer, dat ik nu ga doen wat ik even moet doen: me zwelgen in alles wat oppervlakkig is, want oppevlakkigheid kwetst nu eenmaal niet. Als dat onder de noemer ‘vluchten’ valt, so be it. Ik heb het voorlopig gehad met de discussies over het hogere zijn, het nu, moleculen, andere vrouwen en hun plaats binnen onze relatie, het ego, soulmates, pijn, graven naar je echte ik en het hogere doel. Alles wat ook maar enigszins naar oppervlakkigheid ruikt, zal hoogtij vieren de komende tijd.  Ik stort me op mijn dead-end job – als alles meevalt nog maar een half jaar, ha! - zoals een hond zich vastbijt in een bot gemaakt van vers kattenvlees en ga voor niet minder dan zes dagen per week hard labeur. Wel met de kanttekening dat ik daarna één en ander handig recupereer op het moment dat de tijd rijp is voor een tweede retourtje Barcelona, of wat dacht je. Elke vrouwennaam die niet begint met N en eindigt op ina valt onder de categorie ‘those we don’t speak of’. Magazines met handtassen en ander in-het-grotere-plan-onbenulligheden van 2000 euro+ worden minutieus uitgepluisd, en de inwendige discussie over welk oh welk parfum ik me toch ga aanschaffen, laait hoog op terwijl ik besluiteloos naar mijn vers gelakte nagels staar. I need it. Ik ga voluit voor de titel van Queen of Superficiality Summer 2009. Move over, Paris. And keep an eye on your latest toy boy. Grin.

82277772

Zo. Ik ben weer van een volle auto foute kerstmisgeschenken en ander wansmakelijks af. Voor meer dan de helft ga ik zelfs nog een paar euro’s krijgen van de tweedehandswinkel en de rest krijgt een tweede leven bij mensen die niet veel meer dan een gammel dak boven hun hoofd hebben. That’s right, het is weer rommel- en reorganisatietijd ten huize Serotto. De kamer die tot voor kort dienst deed als bureau, wordt volgend jaar namelijk inkomhall, en zo’n verandering leidt altijd tot een hoop frustraties, wat verrassingen en achteraf grote opluchting. Een volledige kast wist ik weg te werken, en dan nog wat spul dat her en der verspreid stond. Hetgeen ik eigenlijk had willen doen, is vandaag niet helemaal afgeraakt wegens een paar onvoorziene omstandigheden in en op kasten. Zoals daar zijn de verzorgingsproducten. Een volledige, helemaal vergeten doos vond ik daar nog van tussen al het opgestapelde. Ondergetekende heeft namelijk in de beautysector gewerkt, waardoor ik regelmatig met monsters en mini-versies van make-up en verzorgingsproducten thuis kwam. En vervolgens vergat dat ik ze had.
Na heel wat meet- en paswerk is het grootste deel naar een kast in de badkamer versast. Een kast waarin nu genoeg mini-deodorants en mini-douchegels zitten voor een jaar, shampoo voor een half jaar en gezichtsmaskers voor minstens drie maanden, ingecalculeerd dat ik regelmatig opnieuw ga vergeten dat ik ze heb. En dat dat gaat gebeuren, staat als een paal boven water. Zeker als ik zie wat ik eerst allemaal uit de kast heb moeten halen om dat er in te krijgen. De riolering van het hele dorp is namelijk gereinigd, gescrubd, gelotioned en gemasseerd dankzij de liters restjes die ik nog vond in flessen waar de prijs nog in oude Belgische franken opstond. I blame the drawers. Ik neem namelijk altijd alles uit die ene lade, en wat op is, vul ik aan met nieuwe goodies uit de winkel. Door altijd diezelfde lade te openen, zie je natuurlijk niet wat er nog in de lades daaronder zit. Meer van hetzelfde, zo bleek vandaag. Veel meer. Maar ik ben er - buiten een toiletzak vol monsters van lipstick, -gloss en oogschaduw – dankzij mijn noeste arbeid van vandaag vanaf, én ik hoef een jaar lang geen cent uit te geven om netjes gewassen voor de dag te komen. Ik wist wel dat ik deze week een ingenieuze manier ging vinden om eindelijk eens wat geld te besparen. Ha!

Ik vind dat ze nagellak moeten uitvinden met minuscuul kleine korreltjes diamant in. Dat zou veel harder schitteren als de gewone transparante versie die nu op de markt is.

In de categorie beautyproducten waarover ik niet tevreden ben, staan de haarproducten met stip op nummer één. Ik ben namelijk gezegend – lees de ironie want u kan hem niet horen - met krullen van het type Australian surferchick meets Pam on Venice Beach, the dark version, dat zich thank god ver weg van de secties pijpekrullen en kroezelhaar bevindt, maar eerder neigt naar net-iets-meer-als-golvend en zich zonder product jammerlijk omvormt tot een ondefinieerbare massa half steil, half krullend, maar vooral pluizig haar. En, beste mensen, voor dat haartype bestààn geen producten, I’m tellin’ ye.
Helemaal niets gebruiken voor mijn haar zou je reinste social suicide zijn. Niemand zou me nog willen kennen en ik zou een heuse Spiegelstorm moeten ontketenen waarbij ik de woedende, mij niet meer kennende menigte zou moeten opdragen elk spiegelend, weerspiegelend of reflecterend oppervlak te vernietigen.
Leaves me with the only other option; wél iets gebruiken. Maar wat o wat? De traditionele gel gebruik ik op letterlijk en figuurlijk stormachtige dagen, omdat het daarmee het best in model blijft, lees: het verandert niet in een fluffy bron van ergernis als ik het eens per ongeluk een fractie van een seconde aanraak. Echter, het nadeel van dit stormoverlevende goedje is dat het op zo’n echt ranzig vettige manier glanst, alsof je je haren een week niet gewassen hebt. En als er iets is waar ik, ondanks mijn tegensprekende look, prat op ga, is het wel dat ik elke dag mijn haren was. Oók als de wekker om half vijf al afgaat. Omdat ik nu eenmaal op hygiëne gesteld ben, maar ook, en niet in het minst, omdat gel dan wel stormen mag overleven, maar geen nachten. Een regelrechte rattennest is wat ik aantref als ik ’s ochtends in de spiegel kijk.
Om dat zootje ongeregeld in goede banen te leiden, is al zowat alles de revue gepasseerd: allerhande soorten gel (te vettig), brylcream (no comment), wax (vééél te vettig), klei (moet ik het blijven herhalen?), spray (geen effect), mousse (idem), crème (en we vallen weer in herhaling), en ga zo maar verder en ga zo maar voort. Het enige wat een heel klein beetje soelaas brengt, is het lokmiddel van got2b, een lijn in het Schwarzkopf-gamma, al hoort er een handleiding bij. Het moet aangebracht worden op handdoekdroog haar, als ik iets te lang wacht is het kalf verdronken. Wanneer het helemaal droog is, moet ik voorzichtig met de handen door het haar gaan om de glans er een beetje uit te krijgen en er vervolgens absoluut niet meer mee in aanraking proberen te komen, of de fluffiness duikt onherroepelijk op. Om diezelfde reden moet ik me overigens na maximum tien uur na het aanbrengen als Assepoester naar huis reppen.
Toen ik enkele dagen geleden in de winkel naar mijn lokmiddel-met-handleiding reikte, zag ik vanuit mijn ooghoek een nieuw product met in het Duits de welluidende naam Schmusekatze in het gamma. Hoe schattig, dacht ik, toen ik de kleuren en het kleine hebbeding aan de dop zag, een echt stylingproduct voor kleine meisjes. Ik wou achteloos verder lopen, tot ik de no frizz vermelding in de gaten kreeg. Ondertussen weet ik dat dat evenveel onzin is als Bush van tijd tot tijd uitkraamt, maar toch, als ik het zie, kan ik het niet laten staan.
En dus heb ik vandaag de test gedaan, tenslotte kom je op een zondag op het werk niet zo heel veel mensen tegen, en al helemaal niemand die van belang is. Bovendien heb ik ten allen tijde een emergencykit bij de hand moest het compleet verkeerd uitdraaien. Bij het aanbrengen was ik, toegegeven, onder de indruk. Dit was het eerste product dat zo aangenaam aanvoelde, het haar niet verzwaart zoals ze allemaal beweren te doen en mijn haar echt zacht maakt. Tegen de tijd dat mijn haar droog was, wachtte me nog een aangename verrassing; het zag er eens niet uit alsof ik het een friteusekuurtje had gegeven. Voor ik het uitroep tot uitvinding van de eeuw, moet ik me echter eerst zien te verzoenen met het feit dat ik, zoals altijd met de ‘lichtere’ producten, weer balanceer op die verdomd dunne grens tussen de zogenaamde gedefinieerde krullen en het ijle, fluffy niets. Of mijn dosering nog wat finetunen. De eerste optie wordt het alvast niét.