Maandelijkse archieven: juni 2009

poster_l

Met slechts een uur slaap achter de fris gepoetste kiezen, valt er doorgaans weinig te lachen. Gelukkig koos ik als prille twintiger in de snoepwinkel die het aanbod jonge mannen soms kan zijn een exemplaar dat er zijn hand niet voor omdraait om om 5 uur ’s ochtends een hele exposé te geven over hoe er niet één, maar twee hanen op de boerderij – jahaa, die goede oude boerderaai, altijd weer een bron van inspiratie – naast ons zitten. Een gewone, die al jaren steevast luider dan de wekker klinkt, en meestal ook een paar uur te vroeg, maar ook, en hier zit ‘em de verrassende nieuwigheid, een gehandicapte. Daar. Daar heb je the truth, the whole truth and nothing but the truth. Wij hebben een gehandicapte haan als buur, beste menschen. Volgens hij die alles met het oor ontleedt, zit de minder goed gelukte haan binnen, maar is hij wel diegene die de normale steeds aansteekt. Om zijn kakelverse theorie kracht bij te zetten, gaf hij, half uit het raam hangend – ja, wij lijken op elkaar op sommige vlakken - een auditief voorbeeld dat er bijna voor zorgde dat ik het enige stuk textiel dat ik om het lijf had, grondig hydrateerde, gevolgd door een “Hoordetnu, hoordet?? Ah nee, dat laatste was hij niet, dat was Duffy”. Hmpf. Ofwel zijn er aan hem minstens evenveel kosten als aan mij, ofwel heeft hij een wel heel inventieve manier gevonden om blonde zangeresjes die op dat onwelvoeglijke uur op de radio lopen te kelen, te beledigen. Hoping for the best, expecting the worst.

Woohooww ik ben rijk!!! Naar mijn normen toch. Merci, vakantiegeld! Merci, belastingen (ja, zelfs)! Toch maar een deur van bladgoud bestellen, nu het nog kan?

Is de wereld één grote zoo geworden en zijn ze mij dat vergeten te melden ofzo? De lijst mannen die vertragen met hun auto als ge over de straat wandelt of zelfs stoppen met werken en vanachter hun camionnette uitkomen om u nog beter te kunnen aanstaren als een koe op nen trein is op een paar dagen tijd toch wel heel lang geworden.
We zullen het maar op het weer steken zeker? En hun compleet gebrek aan zelfrespect. IQ misschien ook. Moeder de vrouw moest het zien, het zou hun beste dag niet zijn. Snoepers.

Zo’n weekend on the countryside, dat is altijd boeiend. Na weken van mezelf af te vragen waar dat telefoongeluid toch vandaan kwam elke avond als we in bed lagen met het raam open, verschoof de vraag zich gisterenmiddag naar waarom de buurman toch om de halve minuut op één van zijn 3562 honden riep. Mijn beste redenering kwam niet verder dan dat hij die hond had uitgekozen als circushond en hem kunstjes aan het leren was. Dat de telefoon terwijl maar bleef rinkelen en die twee geluiden afgewisseld werden door het geclaxonneer van een brommertje vond ik merkwaardig, maar evengoed ging al mijn aandacht naar het roepen op die vierpoter die ergens een peak schijnt te hebben. Aangezien ik iets verderop in de rij stond dan mijn sidekick toen de hersens werden uitgedeeld, was hij diegene die wat later ontdekte wat er echt gaande was: de boerderij achter ons heeft een nieuwe aanwinst, en wel in de vorm van een papegaai.
Er komt hoogstwaarschijnlijk een dag dat ik me er dood aan ga ergeren, maar voorlopig vind ik het gigantisch hilarisch. Ik deed wat ik nog wel eens gedaan heb, en kroop op stoelen, sloop tot in de tuin van de buren en ging boven uit het raam hangen tot ik de nieuwe bron van mijn plezier in het vizier kreeg. Dit was namelijk te goed om te missen; na wat grondiger onderzoek bleek namelijk dat hij effectief tot op het pefecte af de nasale stem van zijn baasje imiteert om op de hond te roepen, hij bootst het geluid van hun telefoon na én heeft de beleefdheid om ook nog op te nemen zoals hij dat leerde van zijn baasje, doet alles wat claxonneert na én roept nog iets wat me aan het twijfelen brengt. Eerst dacht ik dat hij koekie riep, maar het zou weleens kunnen zijn dat ook ik een stichtend voorbeeld ben voor mijn nieuwe grijs met roze gevederde vriend wanneer ik ’s avonds op de katten roep. Eén van onze katten komt namelijk altijd wanneer je ook maar iets roept wat van ver in de buurt komt van haar naam, en Poekie is daar één van de vele varianten van. Hij begrijpt de eerste letter dus verkeerd, en mijn stem heeft hij ook nog niet helemaal onder de knie, maar verdorie, als het dat is wat hij probeert na te roepen, ga ik mij nog kostelijk amuseren deze zomer. Want, u raadt het al, ik heb het plan opgevat om nu elke avond buiten iets – ik ben me nog aan het bezinnen over wat precies – te gaan roepen, net zolang tot hij ermee weg is. Ik overweeg de naam van onze hond, in de hoop dat die papegaai hem dan voortaan tot de orde roept als hij terugblaft – jaja, het zijn die onverlaten die altijd eerst beginnen, die van ons antwoordt gewoon, zo braaf is hij wel – op de boerderijhonden. Waarom zelf iets doen als je een ander zover krijgt om het gratis te doen, nietwaar.
Vanochtend was het iets minder leuk op den buiten. Ik kwam namelijk nog net op tijd om te zien hoe een muis kwam binnen gelopen. Als u denkt dat we nog in de tijd leven dat die viezeriken via kieren en gaatjes binnengeslopen komen, think again. Tegenwoordig komen ze zoals de groten gewoon via de deur binnen. Doe alsof je thuis bent, zou een mens ze bijna zeggen, met hun nieuwe goede manieren. De kleine sluwerd dook meteen onder een kast, maar toen ik even later ging kijken na een gil te slaken waarmee ik zelfs mezelf deed schrikken, was hij uiteraard als bij toverslag onzichtbaar geworden. Ofwel was hij de volgende kamer binnengetrippeld, waar de fretten hun vaste verblijfplaats hebben. Mijn vermoeden werd bevestigd toen ik zag hoe die twee tekeer gingen; als ze konden, hadden ze de tralies van hun kooi kapot gerukt – iets wat ze eigenlijk elke dag weleens trachten te doen, als we ze vijf minuten later dan gewoonlijk loslaten – en als ik nog een paar plaatsen verder in de hersenuitdeelrij had gestaan, zou ik gezworen hebben dat ik ze “Er zit een muis in huis! We hebben hem gezien! Achter de kast! Hebben hebben hebben!” hoorde roepen. “De fretten erop loslaten?” suggereerde Maylen nadat ik little Stuart voor de tweede keer onder de kast zag duiken. Of correcter: nadat ik onwillekeurig weer een gil slaakte en op mijn kop kreeg omdat ik het dier op die manier afschrikte waardoor we hem zeker nooit te pakken zouden krijgen. “Euhm nee, ik heb geen zin in een bloedbad,” verwees ik dat idee naar de prullenmand. Na nog eens een jachtpoging op handen en voeten en met borstelsteel, waarbij mijn One me bedenkelijk aankeek omdat ik hem op het hart drukte vooral zijn mond goed dicht te houden, staakten we onze zoektocht. Als hij zichzelf kan binnenlaten, moet hij maar zien dat hij zichzelf weer kan buitenlaten ook. Punt.
En ja, ik heb vanavond extra luid op de katten geroepen. Je weet maar nooit dat er een  papegaai meeluistert.

Ik heb om 18:00 gedaan vandaag. Morgen ben ik gewoon thuis. Overmorgen ben ik gewoon thuis. Maandag word ik pas om 10:00 weer op het werk verwacht. Zo’n situatie is eeuwen geleden. Leve het normale weekend!

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Aangezien het blijkbaar de week van de ergernis is, hadden ze vandaag weer wat nieuws in petto. Thema van de dag was de voordeur die niet, zoals eerst voorzien, voor het bouwverlof komt. Dat is ondertussen een vrij tot zeer grote ergernis geworden, want ik diende de bouwaanvraag anderhalf jaar geleden in en het ziet ernaar uit dat ik de kaap van de twee jaar ga halen als het zo doorgaat.
Dat anderhalf jaar kan als volgt geïnterpreteerd worden: de tijd die nodig was voor The One om een huis te kopen, er een jaar niet naar om te kijken en vervolgens aan de verbouwingen te beginnen. De grootste verbouwingen ooit, afgezien van drie muren zal niets nog hetzelfde zijn eens het af is, zo rond oktober als alles meevalt. Wat wel het geval zal zijn. Bij hem wel ja. Mijn huis is echter zo vervloekt dat, na de bovenverdieping die nog altijd niet op punt is, zelfs een nieuwe voordeur plaatsen twee jaar in beslag zal nemen. Twee jaar. Voor een fucking voordeur. Hoe lang kan zoiets uiteindelijk duren?

Daar. Ingevuld. En volledig met de klak hene gesmeten, tot een in eerste instantie fout telefoonnummer toe. Dat ze het zelf oplossen, daar in die zone waar ik er niet aan kan en zij met hun tokens en lezers wel. Ze mogen al content zijn dat ik de moeite heb gedaan om in mijn gsm het juiste nummer op te zoeken. Sukkelaars.

Ok, als ik dacht dat mijn broeken mij frustreerden, had ik de belastingen nog niet onder handen genomen. Vijf minuten ver in het proces en het is al meerdere malen van dattum.
Ten eerste: ik wil niet in het Frans ontvangen worden, dank u. Ik begrijp dat wel, merci, maar evengoed ben ik Nederlands en wens ik ook aldus aangesproken te worden.
Ten tweede: die Tax on web onzin is blijkbaar alleen voor mensen met een token of een kaartlezer. Dat eerste ken ik alleen in een heel andere context en ik vraag me af wie in godsnaam een kaartlezer voor zijn identiteitskaart in huis heeft. En vooral, wat die gangsters een mens daarvoor laten betalen om dat in huis te halen. Over de opmerking die er staat te prijken dat ze alles zoveel mogelijk ingevuld hebben om het me gemakkelijk te maken, ga ik niet uitweiden wegens niet goed voor mijn hart. Over naar de papieren versie dan maar, en zoals elk jaar weer worstelen met wat ik waar moet invullen over mijn lening. To be continued…

Hoezee, hoera, ik sta niet alleen met mijn probleem. Een vriend gaf me namelijk net een link naar het Anti-tenen Clubhuis. Al denk ik dat het de meeste teenhaters aldaar om iets anders te doen is dan het diepgeworteld probleem waar ik mee kamp.
Oh well. Misschien word ik wel de first lady van dat clubhuis met mijn profiel en ervaring. Ofzo.