Een paar maanden geleden lichtte ik hier al een tipje van de spirituele sluier op die mezelf en mijn One al een tijdje verblindt en tegelijkertijd laat zien. In tussentijd is er enorm veel gebeurd, maar tot op de dag van vandaag vond ik de tijd niet rijp om het in de groep te gooien. Omdat ik geen manier vond om het verstaanbaar, aanvaardbaar en geloofwaardig voor een buitenstaander te verwoorden. Omdat het verschillende malen, waarvan zaterdagnacht de (voorlopig?) laatste keer bijna een breuk veroorzaakte tussen mijn One en mij, maar ik zelfs op momenten dat ik geconfronteerd werd met een haat en woede tegenover hem die ik nooit eerder voelde, pertinent weigerde om hier eenzijdig mijn kant van het verhaal te doen en hem afvallig te zijn, ongeacht de portie pijn die hij me op het sowieso al volle bord van werkbesognes en buitenlandse operaties gooide. Het zou misschien even voor opluchting gezorgd hebben, zo’n lekker haatdragend potje schelden en zwartmakerij, maar het is iets wat ik niet kan en wil. Want hij is zoveel meer dan de oorzaak van mijn pijn, waarover ik hem een paar dagen geleden nog vertelde dat, als ik kon kiezen tussen mijn verleden van depressies en dat wat hij me nu aandoet, ik zonder aarzelen een sprong terug naar dat Prozactijdperk maakte.
Want ja, hij heeft me onmetelijk veel pijn gedaan de laatste maanden. Een rauwe, allesverwoestende pijn die ik nog niet kende en die me dreef tot reacties en zo’n diepgewortelde haat, woede, agressie en onverschilligheid die op hun beurt ook nieuw en behoorlijk angstaanjagend waren voor mezelf. Maar ik denk dat we zaterdagnacht, in een hotel in Barcelona, amper twee uur voor we weer moesten opstaan om het vliegtuig te halen, tot een keerpunt zijn gekomen waardoor we beter bestand zijn tegen de vele, aartsmoeilijke spirituele en relationele crisissen die ons in de nabije toekomst nog staan te wachten. Het is onbegonnen werk om het verhaal tot in detail en begrijpelijk voor iedereen te vertellen, maar het komt er op neer dat hij een behoorlijk grote taak te vervullen heeft hier op aarde, waarover ik bewust nog even niet zal uitwijden. Om die taak te kunnen vervullen, moet hij heel veel loslaten: in de eerste plaats zijn angsten, maar bij uitbreiding zo ongeveer zijn hele leven zoals hij het tot nu toe kende. Alles wat hem tegenhoudt om zijn doel te bereiken, moet hij cru gezegd elimineren, en hij moet doen wat hij moet doen zonder zich iets aan te trekken van wat anderen daarvan vinden of zeggen.
En daar lag nu net het probleem; ik was of leek op één of andere manier ook terechtgekomen in het vakje ‘mensen en dingen waarvan hij zich niets meer moet aantrekken’. En dat is hard. Heel hard. Wat ik tot op bepaalde hoogte wel kon begrijpen, was het feit dat hij moest doen wat hij moest doen. Dat moet tenslotte ieder van ons eigenlijk doen. Wat ik dan weer niet kon begrijpen, was dat hij daar heel rechtlijnig in geworden was. In mijn ogen is het niet onmogelijk om je pad te volgen en trouw te blijven én indien nodig nog wat rekening houden met diegene met wie je samenleeft, als die bereid is je te steunen. Telkens ik zijn harde woorden hoorde, sloegen mijn gekwetste gevoelens al snel om in agressieve aanvallen, waardoor ik het verwijt naar mijn hoofd geslingerd kreeg dat ik er zelf voor koos om zo te reageren. Dat ik zo reageerde uit angst om hem te verliezen, wat nergens voor nodig was aangezien geen haar op zijn hoofd eraan denkt mij te verlaten. Het verwijt dat ik koos voor de pijn die hij me aandeed, werkte als een rode lap op een stier, en het ging van kwaad naar erger.
Het was pas afgelopen week dat we tot elkaar doordrongen. Na een heel intens gesprek onder het genot van een geweldig Spaans diner met Stijn, die ik eeuwig dankbaar ben, viel er een grote last van mijn schouders. Eindelijk iemand die het voor me opnam in woorden die wél kant en wal raakten bij Maylen, iets waartoe ik zelf blijkbaar niet in staat was omdat ik tijdens dat soort gesprekken vermoedelijk te emotioneel reageerde, gedreven door pijn, verdriet en angst. Eindelijk iemand die hem zei dat hij iets heel waardevols aan het weggooien was door zijn harde houding van de afgelopen maanden. En eindelijk, eindelijk, eindelijk Maylen die bijdraaide en zei dat ik nog altijd diegene was die hij het allerliefst ziet op de hele wereld, ook al leerde hij de afgelopen maanden wat ik noem een paar – vrouwelijke – ’spirituele soulmates’ kennen waarvoor hij naar het einde van de wereld zou stappen en terug. Wat had ik op die woorden gewacht na alles wat er gebeurd en gezegd was.
Maar amper achtenveertig uur later betekenden ze niets meer voor mij, na het zoveelste incident van de afgelopen maanden. Binnen de minuut stonden we weer met getrokken messen tegenover elkaar en ging het hard tegen hard. Er werd gescholden, er werd gekleineerd, er werd met alle middelen gevochten voor het eigen gelijk. Tot op het punt dat ik de hotelkamer weer uitstormde om buiten af te koelen. Daar stond ik dan, in het midden van de nacht in een voorlopig nog wildvreemd land, te beslissen dat het genoeg was geweest, dat voor mij de relatie over was. Na al de moeite die ik had gedaan om hem en zijn nieuwe leefwereld en levenshouding te begrijpen, aanvaarden en steunen, was het enige wat ik vroeg begrip voor mijn kant van het verhaal, iets wat hij me blijkbaar niet kon geven, hoewel hij zelf meer dan dertig jaar had gedacht en geleefd zoals ik. Ik keek naar de gitzwarte lucht en vroeg me af waarom het allemaal zo was moeten lopen. Want een breuk betekende immers zoveel meer dan het verlies van de liefde van mijn leven. Het betekende ook het verlies van mijn emigratiedroom en alles wat daarbij komt kijken, van mijn hele toekomst, die hiermee aan diggelen lag.
Bij terugkomst op de kamer maakte ik hem na nog wat gekibbel duidelijk dat ik eiste dat hij de verantwoordelijkheid nam voor onze breuk. Ik had immers niet gekozen voor deze hele verandering, ik had nooit gewild dat mijn allerliefste beste vriendje na negen jaar ineens veranderde in een in mijn ogen egoïstisch monster dat zich God waande en wou dat de hele wereld naar zijn pijpen danste, uitgerekend op het moment dat ik voor mezelf had beslist voortaan met mijn vuist op tafel te slaan als ik dat nodig achtte en niet langer altijd maar braaf zou ja knikken en over me heen laten lopen. Toen hij me vroeg of er iets was wat hij kon doen om mij op mijn beslissing te laten terugkomen, legde ik het met de moed der wanhoop nog een laatste keer uit. Ik probeerde hem aan het verstand te brengen dat wat wij hebben nog steeds een ‘aardse’ relatie is, en dat het daarin fundamenteel is dat beide partijen respect hebben voor elkaar en rekening houden met elkaar, een engagement waartoe hij niet meer bereid leek. Dat het enige wat ik vraag, is dat hij begrip toont voor mijn gekwetste reacties op zijn woorden en even luistert naar mijn kant van het verhaal, in plaats van meteen zelf in de tegenaanval te gaan. Op die manier ben ik uiteraard ook niet meer bereid om naar zijn kant te luisteren, wat een pijnlijk straatje zonder gelukkig eind is.
De laatste keer bleek de goede keer. Eindelijk kreeg ik een sorry voor de laatste maanden, eindelijk zag ik zijn besef én spijt van wat hij had aangericht, samen met de belofte er heel hard aan te werken in de toekomst. That was all I ever wanted. En ik moet het hard genoeg gewild hebben, want ik heb het gekregen. Samen met hernieuwde moed om er de komende, loodzware maanden weer tegenaan te gaan. Samen, als het even kan.
Who what where
Reminiscin’
I taw a putty tat
- En een collegaloze facebook se, zaterdag dumpdag 14 hours ago
- jeuj, een hondloos uur, zo moesten er meer zijn #meneernaardecoiffeur 14 hours ago
- Zoveel teveel gegeten hebben dat er bijna geen plaats meer is voor de cava zuigt #morgenavondandersaanpakken 1 day ago
- damn you, karen walker 1 day ago
- Cavatime 1 day ago
Cloud 9
5 Reacties
Wow, klinkt allemaal héél heftig.
Kan/mag je iets meer zeggen over dat spirituele? Ik heb daar een bijzondere interesse in …
Blij dat ik de laatste maanden niet de enige was met een relatie-crisis.
x
Pfew… moedig.
Oke, ik ben even weer bijgelezen.
Ik was
1) even vergeet hoe goed je wel niet schreef en hoe graag ik je wel niet lees
2) onder de indruk van de dingen die allemaal gebeurt zijn om zo’n korte tijd.
3) jaloers dat je naar Spanje gaat verhuizen. Allé, jaloers op Spanje, niet op verhuizen
4) even bang dat jullie een ongelofelijk onoplosbare ruzie gehad hadden
5) dan ook blij dat het allemaal opgelost is!
gebeurd zijn beter, neem me die dt-fout niet kwalijk.
Jee! Ik heb het er plaatsvervangend warm van gekregen. En dan moet ik de rest nog lezen (ben van beneden naar boven mezelf aan het bijwerken… benieuwd.)