Maandelijkse archieven: mei 2009

TFLN_header_drink

OMG. Wat zijn er toch hilarische dingen in de wereld. Zoals textsfromlastnight.com. Mijn favorieten van de laatste ‘nachten’:

(216): I’m at subway, this 8 year old kid is judging my fashion sense with his dad. I want to kill myself.
(1-216): It’s ok, he’s just 8, he’s not judging you.
(216): He just asked why I’m sitting alone. I honestly want to cry.

(301): Do you realize that last night you pissed in my closet and then walked to the bathroom to wash your hands?

(610): walking home from your place the other day I saw a man with a ponytail sitting on some church steps petting a plant
(1-610): he should get drunk with us

(908): im pretty sure i just was someone trying to catch a fish with his penis

(804): please. tell me to stop eating out of the trash.

(585): Saw a guy smoking a cig holding it with a fork and driving WTF?

De favoriet van mijn eigen last night was “Moet ik je champignon leegdrinken, dan kan jij hem opeten?”. Ik denk dat ik het minder onrustwekkend had gevonden als dat dubbelzinnig bedoeld was. Kinda makes you think about the kind of people you surround yourself with.

Olé, ‘mijn’ club heeft gewonnen. Niet dat het mij een zier interesseert, ik vond de lancering – er was niet veel aan te zien, maar toch vond ik dat eindeloos fascinerend en spectaculair – van vanmiddag en zelfs de uiteenzetting van Dirk Frimout boeiender, maar alles voor het nieuwbakken Spanjegevoel en de integratie.
Sjonge jonge, wat een historische dag zeg, en dan heb ik het nog niet eens over de hoogst onverwachte en uiterst aangename after work ontmoeting, waaruit ik even later concludeerde dat sporten een pak beter gaat na wat wijn. Olé.

153941806KVPbeK_fs

Dingen die men kan kopen voor 300 à 350 euro:

* Een Gucci bag van een paar seizoenen geleden
* Een gsm met 67 functies waarvan ik er maar drie begrijp. Bellen, smsen en de wekker zetten
* Bijna tien fardes Marlboro Menthol
* 150 broden
* Alles wat Snoop, P. Diddy, Black Eyed Peas, Beyonce, Kanye West, Outkast en, om er een gouwe ouwe tussen te smijten, NWA ooit bij elkaar gezongen hebben
* Prada shoes die al door iemand anders werden ingelopen
* Een vliegtuigticket tot op een paar zeemijl van New York, voor wie de laatste kilometers zwemmend wil afleggen
* Een matras
* De volledige reeksen van Sex and the City, Ghost Whisperer, Will & Grace, Medium, Prison Break, Lie to me en The Mentalist
* Dertig bakken Cola
* Een accessoire dat hoort bij eender wat waar een i in voorkomt
* Verf om de badkamer eindelijk eens toonbaar te maken

Althans, als ‘men’ net geen gsm-rekening ter waarde van dat bedrag onder ogen kreeg. Damn you, buitenlandse avonturen. Waar is de tijd dat een mens overleefde op een gesprek van 20 frank met het thuisfront vanuit zo’n typisch groen-met-blauw telefoonhok vanop een Spaanse dijk. Damn toch.

Een vrouw op leeftijd met twee benen helemaal ingepakt in windels en handen die niet (meer? het zag er eerder uit alsof het nooit was) meewilden waardoor het allemaal eindeloos duurde voor ons, een vrouw met een gespalkte pols achter ons en daarachter een vrouw die ofwel met haar been in het gips lag ofwel gewoon een vals been had. De ene anderstalige winkelbediende die niet begreep wat de andere van hem wou (dat hij die ingewindelde vrouw met haar kar naar haar auto hielp, nvdr, zeg nu nog dat ik geen talenknobbel heb) en on top of that – oh de schaamte – mijn eigenste significant other die met een lichtjes aan mentally challenged grenzend enthousiasme de aankopen in de kar van iemand anders deponeerde, terwijl we nota bene nòòit een kar gebruiken in die winkel omdat het er gewoon te klein is om met zo’n gevaarte door de rekken te racen.
Ben ik wel degelijk in mijn Spar, de gezellige buurtwinkel voor alle aankopen groot en klein, or did I just die and end up in de hiernamaalse versie van Beschutte Werkplaats ‘t Vlijtige Sparretje vzw, vraag ik mezelf dan af. Hmpf. Maar allee, we kunnen er dan toch weer tegen voor de komende dagen he Jef, de kasten zijn weer goed gevuld. Zene.

Twee weken niet nadenken, dat werpt écht zijn vruchten af. In het kader van de Heilige Oppervlakkigheid hield ik me onder andere bezig met:

* Mijn Kuikens uitlachen, want het zootje ongeregeld dat ik momenteel onder mijn hoede heb, is bij momenten om van te wenen. Of om uit te lachen, eens je een bepaalde grens van hopeloosheid overschrijdt. Jawel, het serpent is er even niet en er wordt actually gelachen op de werkvloer. Ik zou bijna durven beweren dat ik me amuseer in de boîte. Het hardst heb ik gelachen met het Kuiken dat bij hoog en laag bleef beweren dat Informer een lied was van Ice-T, terwijl het definitely van Snow is. Niet dat het zo’n verdienste is als dat gegeven tot je parate kennis behoort, but still. Hij raakte helemaal verstrikt in het cool-as-ice kluwen van Ice-T’s, Ice ice babies, Ice Cubes en Snows dat ik dacht dat hij een toeval ging krijgen, wat het alleen maar hilarischer maakte. Met mijn laatste tegenargument – mijn werkdag zat er op, dus het was tijd om de discussie, hoe lachwekkend ook, af te ronden – gaf ik hem de finale doodsteek . “Gij weet zo hard niks af van hip-hop en r&b he. Met uw docksides!” triomfeerde ik. Daar had hij niet van terug.
* Wat sexy stuff passen, maar het weer terug in de rekken hangen. Als de maten small en extra small àltijd meteen uitverkocht zijn, bestel daar dan meer exemplaren van, bende textielonkundigen. Het is zoals tijdens het weekend om elf uur naar de bakker gaan. Als al de goodies àltijd en àltijd uitverkocht zijn op dat uur, bak én verdien dan verdorie het dubbele, of is dat rocket science? En nee, in tegenovergestelde richting vind ik niet dat het opgaat; ik ga er niét vroeger voor opstaan.
* Wat health & beauty supplies inslaan en de helft vergeten zodat ik morgen na het werk absoluut nog eens terug moet. Het blijst was ik met mijn bodymilk – een kinderhand is snel gevuld – en mijn nieuwe pincet. Diens voorganger heeft ergens tussen Barcelona en Zaventem de benen genomen. Wat sneu is, want wij namen het vliegtuig. That’s one quick way to lose eachother.
* Denken aan het maken van een afspraak bij de kapper. Gezien mijn zes-dagen-werkweken die nog tot ergens in juni blijven voortbestaan, weet ik namelijk niet wanneer ik er ooit zal raken. Maar ik denk eraan, dat is al een begin.
* Een vijftal uitnodigingen afslaan onder het mom van playing hard to get. Ook wel een beetje door het feit dat ik alle feestdagen en weekends werk nowadays, maar dat hoeven zij niet te weten.
* Beslissen dat ik drie vijlen nodig heb. Eentje voor boven, eentje voor beneden, en eentje voor in de it-bag.
* Sporten, en wel drie keer per week zoals in the good old days. Al ben ik er misschien iets te enthousiast ingevlogen. Na het zien van dat wat ooit mijn benen waren in de genadeloze spiegels die ze altijd in pashokjes hangen, liep ik een matig tot zwaar trauma op. En dus besloot ik de beenspierversterkende oefeningen te verdubbelen, meteen vanaf de eerste sessie na een half jaar zo weinig mogelijk bewegen. De net afgestofte pumps werden prompt weer voor twee dagen naar hun eigen, speciale uitstalplaatsje in de dressing verbannen. Wij rouwden met zijn allen.
* Verrast worden door een mail van een onbekende. Althans, dat laat hij uitschijnen, maar ik blijf wantrouwig. Hij maakte een zeer duidelijk statement over pumps, hip-hop en Seven Jeans; he digs it. Man, that guy went straight for my heart, I’m tellin ye. Al weet ik nog steeds niet of ik zijn laatste vraag nu ontzettend heet of onrustwekkend melig moet vinden. Hij krijgt vooralsnog het voordeel van de twijfel.
* Parfum kopen, en wel diegene die mijn naam draagt. Vanity, definitely my favourite sin.
* Nog eens op facebook belanden, en zo per ongeluk op msn sukkelen, waar ik meteen beflirt en uitgenodigd werd in een suite in een hotel naar keuze door Tom, een kerel die door de jaren heen het voorrecht verworven heeft op één nacht per jaar met yours sincerely. Het jaar is bijna om, merkte hij fijntjes op.

Op echt geen énkele blog beweegt nog iets, is de wereld vergaan terwijl ik mezelf aan het doodwerken was?

Nu weten we ook weer wat dat is, op minder dan vijf minuten tijd je gang langs twee kanten zien vollopen met water dat vervolgens zijn opmars maakt richting net gepoetste keuken. Conclusie: ik heb het wel gezien na één keer, er zijn leukere dingen. Misschien moet ik maar eens naar een warmer land verhuizen ofzo, ik zeg maar wat. Ha!

paris-hilton

 

De eerste twee weken doorgebracht in een land waar ik nooit meer hoop te belanden om een ingreep te ondergaan die synoniem stond voor de confrontatie met één van mijn ultieme angsten. Geheel volgens mijn voorgevoel – noem het gerust vrouwelijke intuïtie – thuis gekomen in een situatie die wat weg had van die andere thuiskomst eerder dit jaar a.k.a. iets met andere vrouwen slash spirituele ommezwaai slash relatiecrisis. Mezelf en mijn koffer een paar dagen later bij elkaar geraapt om op minder tijd dan gepland de rest van ons leven uit te stippelen. Op de valreep nog op Spaans grondgebied de zoveelste relatiecrisis het hoofd geboden. Bij thuiskomst de laatste week oververmoeid doorgebracht in bed, waar ik net niet uitviel toen er nog een laatste relatielijk uit de kast kwam vallen.
Gotta face it, de balans is niet fraai. Mijn droommaand had veel meer weg van een nachtmerriemaand. Ik was bijna dankbaar toen de wekker maandagochtend om half vijf het einde ervan aankondigde, niettegenstaande het feit dat ik absoluut niet – welke woorden zijn gepast om een nog grotere ontkenning uit te drukken, want dit dekt de lading niet? – uitkeek naar de terugkerende dagelijkse tripjes richting hoofdstad, en nog minder naar wat er de acht uren nà die trip kwam.  Maar toegegeven, het heeft me de nodige schop onder de niet meer zo afgetrainde kont gegeven. Nog geen kwartier na thuiskomst stond ik voor ongeveer de derde keer dit jaar op de Powerplate, die ik mezelf met zoveel enthousiasme afgelopen winter cadeau deed. Opgepept door het fysieke afbeulen en dreunende beats, besefte ik eindelijk wat ik al die tijd gemist had, en realiseerde ik me ook met een schok wat er van me geworden was. Een wezen het woord schaduw – van mezelf, voor de minder alerten onder ons – nog niet waardig. Want dat wat ik op dat moment aan het doen was, ook wel sporten genaamd, was somewhere along the way só 2008 geworden. Iets wat ik vroeger driemaal per week deed, lukte me nu amper drie keer per half jaar. En wat was toch dat issue met parfum? Wat wàs parfum ook weer? Ik moet het bestaan ervan vergeten zijn nadat ik het laatste restje, zo ergens vlak na de jaarwisseling, ervan had opgebruikt. De moed om nieuwe te kopen, raakte ik vervolgens een vijftal maanden kwijt. Wat was immers de zin van schandalig duur geprijsd water met een geurtje dat na twee uur vervliegt als je wereld net compleet was ingestort? (Note to self: zaterdag nieuwe voorraad inslaan en de prijs negeren. Drrringend.) Ik viel bij Blondine binnen met net geen doos Kleenex onder de arm maar wel met haarband om het ongewassen haar te verhullen én in trainingsbroek. Wat ook wel een leuk kantje had; zelf liep ze er ook niet bij alsof ze op het punt stond naar een VIP-party te vertrekken, en het gaf een leuk thuisgevoel: thuiskomen bij je peoples die je binnenlaten no matter what, ook al loop je erbij alsof je wil concurreren met de huidige trends onder daklozen. De sorry excuses for outfits waar ik me de laatste tijd in heb gehuld, zouden echter door de plaatselijke container van Spullenhulp gedegouteerd uitgespuwd worden, mocht ik een poging doen er via die weg – bij nachte, bewijsmateriaal moet subtiel vernietigd worden – van af te raken. Om nog maar van de naggellak te zwijgen. De nagellak. Of beter, het gebrek eraan. Meer dan een maand heb ik zonder dat hemelse goedje, dat het verschil maakt tussen een vrouw en een Vrouw, rondgelopen. Ik. Zonder. Miss ‘Ik ben vast geboren met nagellak op mijn piepkleine nageltjes, daar ben ik zéker van!’ Serotto. Niet minder dan een schandaal is het. Over die blog die ik ooit dagelijks aanvulde, wil ik het niet eens hebben. Noch over die marginale uitgroei waarmee ik veel te lang rondliep en waar in sommige landen, ik gok die waar de letters V en S in komen, hoogstwaarschijnlijk de doodstraf op staat.
Get a grip woman, was de enige slotsom waartoe ik, even gedegouteerd als de Spullenhulpcontainer, kon komen. Samen met die conclusie kwam gelukkig ook de wil om uit die zielige-vrouwtjes-slachtofferrol te stappen en terug die diva van weleer boven te halen. Niet minder dan een moordgriet, dat moet ik zijn voor mijn favoriete festival het begin van de zomervakantie inluidt. Voor hem ja, zodat hij beseft wat hij in huis heeft, en nog meer wat hij op het spel heeft gezet. En inderdaad, snuggere tussen-de-lijnen-lezer, de scherpe kantjes zijn er af, ik ben terug in staat om graag te zien, een gevoel dat beschermingsmechanismegewijs even leek uitgevallen, maar er is nog een hoop onderliggende woede waar ik vanaf moet. Want hij mag dan geweldig zijn, hij is wel danig van zijn voetstuk gevallen en hij is zeker god niet. En, belangrijker, hij is na negen jaar ineens niet meer de illusie die me nooit zou kwetsen. Er is maar één iemand die me dat kan beloven, en dat is dat zielige restje Nina dat overblijft na het fiasco, en daarom staat hij nu op de tweede plaats, ver na mijn eigen eerste plaats.  
Het is voor mijn eigen, killerchick-self van weleer, dat ik nu ga doen wat ik even moet doen: me zwelgen in alles wat oppervlakkig is, want oppevlakkigheid kwetst nu eenmaal niet. Als dat onder de noemer ‘vluchten’ valt, so be it. Ik heb het voorlopig gehad met de discussies over het hogere zijn, het nu, moleculen, andere vrouwen en hun plaats binnen onze relatie, het ego, soulmates, pijn, graven naar je echte ik en het hogere doel. Alles wat ook maar enigszins naar oppervlakkigheid ruikt, zal hoogtij vieren de komende tijd.  Ik stort me op mijn dead-end job – als alles meevalt nog maar een half jaar, ha! - zoals een hond zich vastbijt in een bot gemaakt van vers kattenvlees en ga voor niet minder dan zes dagen per week hard labeur. Wel met de kanttekening dat ik daarna één en ander handig recupereer op het moment dat de tijd rijp is voor een tweede retourtje Barcelona, of wat dacht je. Elke vrouwennaam die niet begint met N en eindigt op ina valt onder de categorie ‘those we don’t speak of’. Magazines met handtassen en ander in-het-grotere-plan-onbenulligheden van 2000 euro+ worden minutieus uitgepluisd, en de inwendige discussie over welk oh welk parfum ik me toch ga aanschaffen, laait hoog op terwijl ik besluiteloos naar mijn vers gelakte nagels staar. I need it. Ik ga voluit voor de titel van Queen of Superficiality Summer 2009. Move over, Paris. And keep an eye on your latest toy boy. Grin.

Een maand zonder agenda leven en niet weten hoe de volgende dag, laat staan week, er zal uitzien, het heeft wel iets. Al verliest het dat iets al snel als je op de avond van het concert van Beyoncé toch in het land blijkt te zijn, maar de voorraad tickets de benen heeft genomen. Bleih.

Een paar maanden geleden lichtte ik hier al een tipje van de spirituele sluier op die mezelf en mijn One al een tijdje verblindt en tegelijkertijd laat zien. In tussentijd is er enorm veel gebeurd, maar tot op de dag van vandaag vond ik de tijd niet rijp om het in de groep te gooien. Omdat ik geen manier vond om het verstaanbaar, aanvaardbaar en geloofwaardig voor een buitenstaander te verwoorden. Omdat het verschillende malen, waarvan zaterdagnacht de (voorlopig?) laatste keer bijna een breuk veroorzaakte tussen mijn One en mij, maar ik zelfs op momenten dat ik geconfronteerd werd met een haat en woede tegenover hem die ik nooit eerder voelde, pertinent weigerde om hier eenzijdig mijn kant van het verhaal te doen en hem afvallig te zijn, ongeacht de portie pijn die hij me op het sowieso al volle bord van werkbesognes en buitenlandse operaties gooide. Het zou misschien even voor opluchting gezorgd hebben, zo’n lekker haatdragend potje schelden en zwartmakerij, maar het is iets wat ik niet kan en wil. Want hij is zoveel meer dan de oorzaak van mijn pijn, waarover ik hem een paar dagen geleden nog vertelde dat, als ik kon kiezen tussen mijn verleden van depressies en dat wat hij me nu aandoet, ik zonder aarzelen een sprong terug naar dat Prozactijdperk maakte.
Want ja, hij heeft me onmetelijk veel pijn gedaan de laatste maanden. Een rauwe, allesverwoestende pijn die ik nog niet kende en die me dreef tot reacties en zo’n diepgewortelde haat, woede, agressie en onverschilligheid die op hun beurt ook nieuw en behoorlijk angstaanjagend waren voor mezelf. Maar ik denk dat we zaterdagnacht, in een hotel in Barcelona, amper twee uur voor we weer moesten opstaan om het vliegtuig te halen, tot een keerpunt zijn gekomen waardoor we beter bestand zijn tegen de vele, aartsmoeilijke spirituele en relationele crisissen die ons in de nabije toekomst nog staan te wachten. Het is onbegonnen werk om het verhaal tot in detail en begrijpelijk voor iedereen te vertellen, maar het komt er op neer dat hij een behoorlijk grote taak te vervullen heeft hier op aarde, waarover ik bewust nog even niet zal uitwijden. Om die taak te kunnen vervullen, moet hij heel veel loslaten: in de eerste plaats zijn angsten, maar bij uitbreiding zo ongeveer zijn hele leven zoals hij het tot nu toe kende. Alles wat hem tegenhoudt om zijn doel te bereiken, moet hij cru gezegd elimineren, en hij moet doen wat hij moet doen zonder zich iets aan te trekken van wat anderen daarvan vinden of zeggen.
En daar lag nu net het probleem; ik was of leek op één of andere manier ook terechtgekomen in het vakje ‘mensen en dingen waarvan hij zich niets meer moet aantrekken’. En dat is hard. Heel hard. Wat ik tot op bepaalde hoogte wel kon begrijpen, was het feit dat hij moest doen wat hij moest doen. Dat moet tenslotte ieder van ons eigenlijk doen. Wat ik dan weer niet kon begrijpen, was dat hij daar heel rechtlijnig in geworden was. In mijn ogen is het niet onmogelijk om je pad te volgen en trouw te blijven én indien nodig nog wat rekening houden met diegene met wie je samenleeft, als die bereid is je te steunen. Telkens ik zijn harde woorden hoorde, sloegen mijn gekwetste gevoelens al snel om in agressieve aanvallen, waardoor ik het verwijt naar mijn hoofd geslingerd kreeg dat ik er zelf voor koos om zo te reageren. Dat ik zo reageerde uit angst om hem te verliezen, wat nergens voor nodig was aangezien geen haar op zijn hoofd eraan denkt mij te verlaten. Het verwijt dat ik koos voor de pijn die hij me aandeed, werkte als een rode lap op een stier, en het ging van kwaad naar erger.
Het was pas afgelopen week dat we tot elkaar doordrongen. Na een heel intens gesprek onder het genot van een geweldig Spaans diner met Stijn, die ik eeuwig dankbaar ben, viel er een grote last van mijn schouders. Eindelijk iemand die het voor me opnam in woorden die wél kant en wal raakten bij Maylen, iets waartoe ik zelf blijkbaar niet in staat was omdat ik tijdens dat soort gesprekken vermoedelijk te emotioneel reageerde, gedreven door pijn, verdriet en angst. Eindelijk iemand die hem zei dat hij iets heel waardevols aan het weggooien was door zijn harde houding van de afgelopen maanden. En eindelijk, eindelijk, eindelijk Maylen die bijdraaide en zei dat ik nog altijd diegene was die hij het allerliefst ziet op de hele wereld, ook al leerde hij de afgelopen maanden wat ik noem een paar – vrouwelijke – ’spirituele soulmates’ kennen waarvoor hij naar het einde van de wereld zou stappen en terug. Wat had ik op die woorden gewacht na alles wat er gebeurd en gezegd was.
Maar amper achtenveertig uur later betekenden ze niets meer voor mij, na het zoveelste incident van de afgelopen maanden. Binnen de minuut stonden we weer met getrokken messen tegenover elkaar en ging het hard tegen hard. Er werd gescholden, er werd gekleineerd, er werd met alle middelen gevochten voor het eigen gelijk. Tot op het punt dat ik de hotelkamer weer uitstormde om buiten af te koelen. Daar stond ik dan, in het midden van de nacht in een voorlopig nog wildvreemd land, te beslissen dat het genoeg was geweest, dat voor mij de relatie over was. Na al de moeite die ik had gedaan om hem en zijn nieuwe leefwereld en levenshouding te begrijpen, aanvaarden en steunen, was het enige wat ik vroeg begrip voor mijn kant van het verhaal, iets wat hij me blijkbaar niet kon geven, hoewel hij zelf meer dan dertig jaar had gedacht en geleefd zoals ik. Ik keek naar de gitzwarte lucht en vroeg me af waarom het allemaal zo was moeten lopen. Want een breuk betekende immers zoveel meer dan het verlies van de liefde van mijn leven. Het betekende ook het verlies van mijn emigratiedroom en alles wat daarbij komt kijken, van mijn hele toekomst, die hiermee aan diggelen lag.
Bij terugkomst op de kamer maakte ik hem na nog wat gekibbel duidelijk dat ik eiste dat hij de verantwoordelijkheid nam voor onze breuk. Ik had immers niet gekozen voor deze hele verandering, ik had nooit gewild dat mijn allerliefste beste vriendje na negen jaar ineens veranderde in een in mijn ogen egoïstisch monster dat zich God waande en wou dat de hele wereld naar zijn pijpen danste, uitgerekend op het moment dat ik voor mezelf had beslist voortaan met mijn vuist op tafel te slaan als ik dat nodig achtte en niet langer altijd maar braaf zou ja knikken en over me heen laten lopen. Toen hij me vroeg of er iets was wat hij kon doen om mij op mijn beslissing te laten terugkomen, legde ik het met de moed der wanhoop nog een laatste keer uit. Ik probeerde hem aan het verstand te brengen dat wat wij hebben nog steeds een ‘aardse’ relatie is, en dat het daarin fundamenteel is dat beide partijen respect hebben voor elkaar en rekening houden met elkaar, een engagement waartoe hij niet meer bereid leek. Dat het enige wat ik vraag, is dat hij begrip toont voor mijn gekwetste reacties op zijn woorden en even luistert naar mijn kant van het verhaal, in plaats van meteen zelf in de tegenaanval te gaan. Op die manier ben ik uiteraard ook niet meer bereid om naar zijn kant te luisteren, wat een pijnlijk straatje zonder gelukkig eind is.
De laatste keer bleek de goede keer. Eindelijk kreeg ik een sorry voor de laatste maanden, eindelijk zag ik zijn besef én spijt van wat hij had aangericht, samen met de belofte er heel hard aan te werken in de toekomst. That was all I ever wanted. En ik moet het hard genoeg gewild hebben, want ik heb het gekregen. Samen met hernieuwde moed om er de komende, loodzware maanden weer tegenaan te gaan. Samen, als het even kan.