Maandelijkse archieven: april 2009

Aangezien een mens geen hele dag kan huizen jagen, lig ik even met de laptop aan het zwembad in de zon, om zeven uur ’s avonds azo. Ha!

Amper uitgepakt, en alweer (bijna) ingepakt om vanavond op het volgende vliegtuig te springen. Wij gaan snel even een huis zoeken in het nieuwe thuisland. Hasta la vista!

85257568

Een wederhelft die doodleuk komt te vertellen dat hij een hele nacht op stap is geweest met een vrouw die hij amper vierentwintig uur eerder op internet had ontmoet én onverwacht een nacht in het bed van één van zijn Nederlandse spirituele soulmates is beland, en niet om kaarten te leggen; zelfs voor een ervaren rot in het open relatievak als ik is dat een behoorlijk bittere thuiskomst na een twee weken durende medische uitputtingsslag in een na-oorlogs gebied. Nog maar eens de boodschap krijgen dat ik over een twee- à drietal maanden definitief zal beslissen of ik die compleet veranderde wederhelft met bijhorende, soms onbegrijpelijke, soms hartverscheurend pijnlijke, nieuwe houding en theorieën aankan of dat ik ervoor kies dat het me genoeg kapot heeft gemaakt en ermee kap; zelfs voor iemand die zo omringd wordt door spiritualiteit als ik, is het moeilijk om niet te reageren zoals ieder normaal mens zou doen: met woedeaanvallen – ditmaal buiten, ik wil de net opgelapte badkamermuur niet weer stukmaken – en huilbuien en dies meer.
Wat ik in eerste instantie toch gedaan heb. Maar niet lang, want alles wat me de laatste maanden net niet ten gronde heeft gericht, heeft me veel bijgeleerd. Zoveel dat ik me er, nog geen achtenveertig uur later, al heb overgezet en het allemaal begrijp en zie. Zo hard, dat ik niet kan geloven dat ik het een dag geleden niét helemaal zag. Oh, the lessons we need to learn. I hate em, but I love em.

Thuis. Eindelijk. Maar wel een kleine, frustrerende, week later dan gepland wegens onverwachte infecties, complicaties en nevenwerkingen allerhande.

Thuis. Eindelijk. Maar wel op een moment waarop het nu even niet lukt om op huizenjacht te gaan in het potentiële nieuwe thuisland.

Thuis. Eindelijk. Maar wel in een situatie die verdacht veel weg heeft van de thuiskomst na Lapland, met dank aan de wederhelft.

Thuis. Eindelijk. Maar ik ben er nog niet uit of ik daar nu zo blij mee ben.

In de donkere januarimaand nam ik, gebroken en onderuit gehaald door datgene wat me al bijna tien jaar rechthield, twee voor mijn doen héél dappere beslissingen. Ik zou eindelijk een maand onbetaald verlof nemen en me niet langer laten tegenhouden door een ‘wat gaan de mensen daar van denken, ik heb niet eens kinderen als excuus’. Ook het feit dat het financieel een behoorlijk domme zet is, waarvan ik minstens nog tot september de gevolgen zal dragen, kon me er niet van weerhouden mijn aanvraag in te dienen. Dit was wat ik wou, en dit zou ik doen. Punt. Ook die andere lang gekoesterde droom, het oplossen van een aanslepend gezondheidsprobleem, zou ik omzetten in werkelijkheid. Ik had genoeg afgezien, en ik had het recht om de dingen te doen die voor anderen zo vanzelfsprekend zijn dat ze er, en daar durf ik mijn armtierige fortuintje op te verwedden, nog nooit een seconde over nagedacht hebben in hun hele leven, maar waarvan ik me niet kan voorstellen wat het moet zijn, zo’n zorgeloos leven.
Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om beiden samen te doen vallen, maar ik hield het doodsbange been stijf, en nu is het eindelijk zover. Vanmiddag trok ik voor een maand de werkdeur achter me dicht, en wanneer iedereen morgen aan de lunch zit, stap ik op de eerste van drie treinen, vurig hopend dat deze reis niet hetzelfde verscheurende einde krijgt als mijn vorige uitstap. Tegen de tijd dat ik anders aan het avondeten zit, stap ik doodsbenauwd op het vliegtuig, en op het moment dat iedereen languit voor de televisie zit of zich klaarmaakt voor een avondje stappen, zet ik voet aan grond en gaat het rechtstreeks naar het ziekenhuis voor de eerste x-rays. Waar ik op zaterdag anders op dat uur opsta of boodschappen doe, komt dit weekend datgene wat nu al een hele week spijsverteringsproblemen van angst veroorzaakt. Maar eens dat achter de rug – vermoedelijk een vijf- à zestal lange uren later - kan ik al een eerste keer heel opgelucht ademhalen, want dan heb ik meteen al het zwaarste achter de rug. De rest van de week word ik, onderbroken door enkele kortere ziekenhuisbezoekjes, entertaind door de ouders, die gisteren al ter plekke waren. En dat het entertainment wordt, dat staat vast. Zo lieten ze me gisteren al weten dat ze al een uitgehongerde hond hebben waarover ze zich ontfermen en dat ze “wel tien kilometer gestapt hebben” want ze hadden de lokale munt nog niet afgehaald en dus geen geld om de bus te betalen. Hoe ze dan die hond willen onderhouden zonder geld, wil ik nog wel eens zien. Bovendien kost een pakje sigaretten ginds maar één euro. Feest. Marlboro Menthol kennen ze echter niet. Minder feest. Maar ach, het is er 25°C. Dat ik de koffers gepakt én meegegeven heb met kledij afgestemd op het kwakkelweer dat ze ons hier voorschotelen, is maar een detail.
Dat het niet de maand wordt waarop ik gehoopt had - eentje van zalige eenzame opsluiting, een paar spoedcursussen, me creatief uitleven en kijken of het samenwerken met The One een fulltime optie zou kunnen worden – maar ze daarentegen begint met de confrontatie met één van mijn grootste angsten, maakt dat het aftellen geen leuke bezigheid was. In plaats van het gehoopte ‘yes, yes, yes!!!’ was het vanmiddag dan ook eerder een ’shit, het is zover, ik wil niieett!!!’. ‘I’m a freaking nutcase’, dacht ik gisteren nog, ‘wat ga ik in godsnaam vijf landen verder van angst liggen sterven, wat bezielde me toch weer om dit soort beslissing te nemen?’ Maar dat is muggenzifterij. Want als alles goed gaat, heb ik na volgende week – geen idee wanneer ik terug zal zijn – een droom verwezenlijkt. En dan is het tijd voor droom nummer drie. Als alles goed gaat. Als. Slik.

Fuck. Fuck, fuck, fuck. Net persbericht binnengekregen dat de combitickets voor Rock Werchter uitverkocht zijn. Voor wie er nog aan twijfelde; ik had ze nog niet besteld. Ik was aan het wachten tot er ergens een paar honderd euro uit de lucht kwam gevallen. Ofzo. Een herhaling van vorig jaar dus. En het jaar daarvoor. En het jaar dààrvoor. Ik kan alleszins al geen ezel meer genoemd worden. Fuck.

Ik heb Maylen gisteren gewaarschuwd. Als mijn vliegtuig vrijdag crasht, moet hij een gigàntische rel schoppen van mij. Als ons in het buitenland oh zo bejubelde Belgische sociale zekerheidssysteem en gezondheidszorg werkelijk zo goed was geweest, had ik immers nooit op dat vliegtuig moeten stappen om me vijf landen verder te gaan laten helpen.
Kort door de bocht: mijn eigen vaderland heeft me in dat geval de dood ingejaagd, en niet eens door een oorlog voor een stuk land of andere onbenulligheden.
Een rel dus. Een gigantische rel. U hoort nog van mij, dood of levend. Amen.

Hihi. Vanmiddag werd ik opgebeld door iemand die me een ziekteverzekering wou aansmeren, en voor het eerst in mijn leven vond ik dat leuk. Ik heb namelijk met de grootst mogelijke flair geantwoord dat dat weinig zin had aangezien we binnenkort naar het buitenland emigreren. Dat we onze eerste fase van de househunting nog moeten aanvatten, als alles goed gaat over zo’n drietal weken, liet ik met evenveel flair achterwege. Toen ze vroeg of we naar zonniger oorden vertrokken en ik nonchalant Barcelona kon antwoorden, werd het nog beter. Haar uit haar dak horen gaan van enthousiasme en haar “Als ik daar ooit nog eens kom” afmaken met een “dan blijf je toch gewoon logeren!” was al helemaal het einde.
Die emigratieplannen, ik begin ze leuker en leuker te vinden. Hopelijk belt Mobistar mij morgen. En Telenet overmorgen.

Maylen: “Je kan toch geen getékende éénd eteuh??!!”
Nina: “As ik groene lurven kan hebben, kan ik ook getekende eenden eten.”

Jawel, het gaat zeer goed met de mentale toestand van de bewoners van huize Serotto. En we hebben een voorliefde voor woorden die voorkomen in zegswijzen en waarvan we geen benul hebben wat ze betekenen. We geven er met plezier zelf een betekenis aan, zoals aan de lurven. Die van mij zijn lichtjes blinkend, donkergroen, komen uit mijn schouderbladen waar ze zwart, uitlopend naar zwarte spikkels, zijn en kunnen tot net onder mijn derrière komen, maar ik trek ze meestal in tot aan mijn onderrug, dat is praktischer. Als Maylen dan potsierlijk zegt “Daar had ik je bij je lurven!”, weet ik tenminste wat en waar. Net zo makkelijk.
U begrijpt er vast geen knijt* van, noch een jota*. Ofwel herkent u het en bent u daarmee tot uw eigenste groot jolijt* in uw nopjes*.

*Dat soort woorden dus.

Ik weet niet goed hoe ik het moet aanpakken met mijn nieuwe voordeur en ramen. Op de plaats waar de voordeur nu is, komt een nieuw raam in mat glas van dezelfde grootte, dat is na heel wat wikken en wegen al beslist. De voordeur verhuist naar de inkomhal-to-be, dat scheelt een paar graden in de winter én dan kunnen de klanten meteen door naar Maylens bureau, dat staat héél vast. Ik ben het beu, al die vreemde mensen die steeds door de woonkamer moeten, waardoor het er altijd netjes moet bij liggen én ik min of meer gegijzeld ben, want je weet nooit wanneer ze hun uittocht komen maken door mijn private ruimten. Voor tv hangen komt dan zo lui over, ik hou er  niet van om te moeten eten als er elke minuut een vreemde kan opduiken en inkijk krijgt in mijn bord, hond noch fretten kunnen vrij rondlopen en stofzuiger of dweil bovenhalen op zo’n moment is ook maar zozo.
Blijft er nog het standaardraam over vlak naast de nu-nog-voordeur slash toekomstig deurgroot mat raam. Ik vind dat not done, een raam tot op de grond met vlak ernaast nog een gewoon raam. Ugly as hell als je het mij vraagt, althans in mijn hoofd, want ik kan me niet herinneren dat ik dat al veel heb gezien. Wat dan wel zijn redenen zal hebben. En dus wil ik het raam halveren, zodat het een ‘hoog’ raam wordt. Geen inkijk meer, nog voldoende licht en utterly cool. The basement feel. Het nadeel is dan wel dat er een stuk muur moet bijkomen, wat net iets meer zal kosten.
En that’s where the questions pop in: is dat wel de moeite, toekomstgewijs, die extra kost? De kans dat ik binnen dit en een jaar een paar landen verder woon, wordt behoorlijk groot, dus doe ik al die kosten om er een jaar van te genieten en dan het genot over te laten aan huurders? Of zal ik, hoewel het me nu compleet onwaarschijnlijk lijkt, nog van idee veranderen en toch besluiten het huis te verkopen, waardoor die kost iets minder als verlies aanvoelt? Komt die verhuis naar het buitenland echt, en zo ja, is dat voor ons tweeën, of zal ik uiteindelijk beslissen dat ‘wij’ niet meer werkt en hier te blijven en als nieuwbakken single alleen van mijn nieuw raam genieten? Of blijven we hier en zo ja, verhuizen we dan naar zijn huis?
Damn you, luxeproblemen. Ik denk dat ik maar voor het hoge raam ga. Altijd cool blijven, weet je wel.