Maandelijkse archieven: maart 2009

Een mens zou eraan beginnen twijfelen, maar er lopen wel degelijk hier en daar nog mooie mensen rond op deze aardkloot, en wij hebben er twee gevonden. Twee Nederlanders meer bepaald, die in de buurt wonen van waar ik mezelf over twee weken met een heel bang hart zal gaan laten fiksen. Het oorpsronkelijke plan, op het vliegtuig stappen, een weekje daar op hotel en dan met het vliegtuig weer terug, is lichtjes gewijzigd. Mijn ouders, enerzijds beruchte wereldreizigers, anderzijds bezorgd om hun dochter moederziel alleen naar een land met een ietwat louche reputatie te laten vertrekken om daar een medische procedure te laten ondergaan, springen namelijk volgend weekend al gezwind in hun mobilhome om eerst wat rond te trekken en me vervolgens de vrijdag erna netjes op tijd op te pikken van de luchthaven, wanneer ik, nog niet in pensioen en dus met minder tijd, met het vliegtuig aankom op de gevreesde bestemming.
Aangezien er, dankzij hun rijdende huis, geen beperkingen zijn wat betreft bagage, heeft mijn moeder wat speurwerk verricht op het internet en een paar geëmigreerde en bereidwillige Nederlanders gevonden, die ons dit weekend onderstaande mail stuurden:

“Het is een heel lief en goed idee van je om wat pakketjes mee te nemen, want de mensen zijn hier arm. Ook voelen ze nog steeds dat de hele wereld tegen hen is en dat ze overal de schuld van hebben gekregen. Daarom zijn kadootjes meer dan alleen kadootjes.
 Hier wonen veel arme mensen, zigeuners (Roma) en vluchtelingen. Gemiddelde inkomsten per gezin per maand zo’n 200 euro, mensen met pensioen zelfs nog minder. Hoe ze kunnen rondkomen hier vragen wij ons altijd af. In de grote stad valt de armoe minder op dan hier op het platteland. 
 
Er zijn een paar mogelijkheden om iets uit te delen. Ten eerste kan je ervan uitgaan dat je onderweg door het land zeker wel bestemmingen tegen komt. Maar je bent in een vreemd land en misschien onzeker om zelf een bestemming te vinden.
 
Ik besprak jullie idee hier met mijn petekind uit het dorp, die zelf arm is. Zij schudde zo direct al de namen van 12 hele arme families uit haar mouw met babies (dat vanwege de dekentjes) en bood aan om mee te gaan om aan jullie de weg te wijzen (zou ik natuurlijk ook mee gaan). Ook oude mensen die onder hele sobere omstandigheden moeten leven zijn in dit dorp volop aanwezig. Ik ga zelf ook wel eens wat brengen.
Mijn petekind zei verder dat er in het naburige hoofddorp een Sociaal Centrum is, dat de allerarmsten bijstaat. Zij vertelde dat deze mensen zeker ook een goede plek voor jullie pakketten weten.

Wij redden ons prima in het Servisch inmiddels en dat zou jullie misschien ook van pas kunnen komen, als het nodig is.
 
Op internet hebben we het adres van een weeshuis gevonden, mochten jullie de dekens en knuffels daar willen brengen. 
Kortom mogelijkheden genoeg en als jullie hier in het dorp iets willen doen, kunnen jullie op onze assistentie rekenen.
 
Tot slot, last but not least, zijn jullie natuurlijk ook welkom bij ons. Camper kan in de voortuin.”

Kijk, dít vind ik wondermooi; een paar mensen die wildvreemde Belgen willen helpen met het uitdelen van spullen die voor ons bijna waardeloos zijn, maar voor de allerarmsten aldaar een godsgeschenk blijken te zijn, en op de koop toe nog voorstellen om met ons hele hebben en houden een paar dagen in hun voortuin te verblijven. Iets wat we niet kunnen laten liggen, dus ben ik aan het verzamelen geslagen. Ik schaam me er een beetje voor, maar ik had amper een uur nodig om drie dozen te vullen met kledij waarin wij nog niet dood willen gevonden worden wegens so nineties, haarproducten die ik, als rotverwend West-Europees nest na één keer gebruiken niet goed genoeg bevond en ergens in een vergeethoekje stopte om prompt naar de winkel te hollen voor een ‘beter’ product, dekens, schrijfgerei, knuffels, kartonnen ladebakjes die nutteloos in de kast staan ‘omdat ze niet meer passen bij het huidige interieur’, schoenen en handtassen die ‘al vijf seizoenen echt niet meer kunnen’ en dies meer. Schamen moesten we ons – jaahaa, ik niet alleen, in jullie kasten is ook wel wat te vinden durf ik wedden -, diep, diep schamen. Amper enkele landen verder zijn er mensen die moeten rondkomen met wat wij hier op een maand oproken, oprijden aan benzine of uitgeven aan, laat ons zeggen, een broek en een paar schoenen.
Ik hoop dat ik het ginds toch een klein beetje kan goedmaken. Ik hoop, met dank aan die twee lieve Nederlanders, door te dringen tot de kern van de bevolking in het na-oorlogse gebied waar ik zal vertoeven, en weeshuizen en andere arme families te kunnen bezoeken, mijn dozen open te maken en hen te kunnen geven wat ze zo nodig hebben maar zelf niet kunnen kopen. Een broek, zodat de kinderen netjes naar school kunnen. Een paar sokken, zodat ze volgende winter geen koude voeten meer hebben. Een pakje rijst, zodat een moeder eens een echte warme maaltijd op tafel kan toveren voor het hele gezin. Een deken of een knuffeldier voor een kindje dat zonder toekomst zijn jongste jaren slijt in een weeshuis. Een paar pennen die een juf kan uitdelen aan haar leerlingen.
En als mijn dozen leeg zijn, gewoon wat menselijke warmte. Ik denk niet dat ik daarvoor hun taal moet kunnen spreken.

 

18963_lays20chips20paprika208x200gr

Aangezien het nog even wachten is op de kleurrijke snoepjes-die-ik-zelden-snoep, val ik deze maar aan vanavond. Op vrijdagavonden, santé!

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


 Must. Go. There.

hp3

hp

  hp4

p5

And that’s exactly what I’m gonna do, als ik over een paar weken dan toch in Barcelona ben. Al was het maar voor de kleuren en potjes, want ik snoep eigenlijk niet. Ha! Candy anyone?

[Happy Pills, Arcs 6, Barcelona]

Het moet wat zijn, het leven van een bokser. Ik meen me een weinig te kunnen inbeelden hoe dat moet zijn. Na de eerste klap draai je wat rond je as en recht je weer je rug, maar baf, daar komt de tweede klap al aan, vanuit de andere richting nu. Al een pak zwakker probeer je zelf ook eens raak te slaan, maar bèng, daar komt de genadeslag die je op de grond doet neerzijgen. Je bent behoorlijk toegetakeld, maar net niet buiten westen. Je gaat rechtop zitten, even bekomen voor je weer rechtstaat, en vraagt je dan plots verdwaasd af wat er zonet gebeurd is. Je kijkt maar wat suf rond, geen idee waar het allemaal vandaan kwam zo uit het niets. Nu ja, niet helemaal uit het niets, je bent bokser dus you knew you had it comin’, but still. 
Ik zit momenteel ook verdwaasd op de grond om me heen te kijken na een paar rake klappen de afgelopen weken.  Maar ik heb dat dikke, rode touw dat rond de boksring hangt alweer vast. Klaar om me aan op te trekken en weer op te staan. Morgen. Of overmorgen.

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Het is nog tot vrijdag wachten op meer zekerheid, maar voorlopig is de stand van zaken: geen slopende, langdurige, peperdure voorafgaande procedure nodig, minder dan de helft van de prijs als in dit apenland en hoogstwaarschijnlijk nog mogelijk tijdens mijn maand vakantie. Oh, en dat probleem met de lening heeft meneertje bankdirecteur vorige week nog voor een andere verraste klant opgelost, en gaat dat vanzelfsprekend voor mij ook proberen te doen.
Could life actually be this beautiful? Of mag ik me eraan verwachten dat het dak van de wereld kortelings uiterst pijnlijk op mijn euforische hoofd terechtkomt? Dat zorgeloos gelukkig zijn, dat blijkt na de nodige portie tegenslagen en ongeluk toch wat moeilijker dan toen ik nog niet als volwassene bestempeld werd.

Dan is de beslissing over voordeur en ramen eindelijk gevallen, krijg ik een brief van de bank dat ik het resterende bedrag van mijn lening niet meer mag opnemen omdat de termijn verstreken is, de gangsters. En die postbodes, staakten die trouwens niet?? Een bende onnozelaars is het, een bende onnozelaars.

Ik had me voorgenomen om in de nacht van 28 februari op 1 maart míjn nieuwjaar te vieren. De eerste twee maanden zouden ergens weggestopt worden in een soort van niemandsland, of nog aan 2008 geplakt worden, en de verbeterde versie van 2009 zou feestelijk ingezet worden op hetzelfde moment als de maand waarin de lente begint. Een portie vergiftigd voedsel stak stokken in de wielen, maar evengoed lijkt het tij stilaan te keren. Vandaag kwam immers eindelijk het verlossende nieuws: mijn sabbatmaand is goedgekeurd. En ondertussen al veel voller gepland dan oorspronkelijk de bedoeling. Als alles goed gaat – en hiervoor zou ik bijna beginnen bidden hoewel ik verder absoluut niets heb met God en de zijnen – trek ik tijdens die maand een weekje naar het buitenland voor een definitieve oplossing voor Het Probleem. Dat waar ze hier een maand over doen, klaren ze daar in een week, en wat me hier een kleine wagen zou kosten, kan daar voor een derde van de prijs. Het is nog even zéér bang afwachten tot woensdag, want dan hoor ik hoe erg ik eraan toe ben, of er al dan niet een slopende procedure moet aan vooraf gaan en zo ja, of dat kan binnen die tijdspanne. In mijn hoofd zijn de antwoorden niet erg, nee, en niet van toepassing, want als het tijdens die maand niet kan, wordt het al meteen uitgesteld naar september of later, en dat is geen optie. Yours sincerely heeft haar zinnen gezet op de eerste zorgeloze zomer ever, en dan heeft ze het niet over die van 2010.
Eens ik daarover meer uitsluitsel heb, kan ook de trip naar Barcelona gepland worden, waar we Maylens beste vriend die sinds kort Spaans burger is, gaan bezoeken, én wat research gaan doen om in zijn voetsporen te treden, want ook die plannen worden nu wel erg concreet. Tussen de bedrijven door moet en zal ik een vriend aan de andere kant van het land een blitsbezoek brengen én hoop ik dat waar die maand oorspronkelijk voor bedoeld was, uitzoeken wat ik op professioneel, persoonlijk en creatief gebied met mezelf aan moet, ook nog snel afwerken. Aan eventuele werken aan het huis durf ik niet eens denken wegens nu al tijdgebrek.
Zo’n maand vakantie, dat ziet er zo vermoeiend uit, I’m tellin’ ye.