Maandelijkse archieven: december 2008

Er zat deze week een speelgoedje bij Flair, en ik kon het echt niet laten liggen toen ik het vanmiddag in de winkel zag. We spelen een spel vanavond dus, en we doen dat met F/flair. Or so I hope.

Om het toch niet helemaal te negeren; ziehier de eigenaardigheden van een kerstweek op zijn Nina’s, editie 2008:
* Voor het eerst is het me gelukt om alle kerstkaarten de deur uit te krijgen vòòr ik zelf de eerste had ontvangen. Een ware kerstprimeur, y’all.
* Ik voelde mij echt heel moe en heel slecht op 24 december, maar evengoed moest ik mezelf op het werk zien te krijgen. Het is gelukt dankzij één van de leukste cadeautjes ever: mijn allerfavorietste tekening van mijn allerfavorietste artieste, all the way from the United States. Het ding was niet geheel ongehavend uit de zes dagen durende reis gekomen, but what the heck, eens het ingekaderd is, zie je het niet meer, en al was het in honderdduizend stukjes aangekomen en moest ik het zelf in elkaar puzzelen, dan nog zou ik er dolverliefd op zijn. Zo dolverliefd dat het al drie dagen ’s avonds mee naar de slaapkamer verhuist. Ik ben van plan dit vol te houden tot het ingekaderd is. En misschien wel langer.
* Bij het thuiskomen vond ik The One in bed, hij had zich de hele dag al even slecht gevoeld als ik. Het is alleen maar omdat hij achter mijn rug mijn allerfavorietste tekening had besteld voor mij, dat ik het hem vergaf dat hij nog moest douchen en niet naar de winkel was geweest.
* Ik ben na het werk, tijdens zijn douchebeurt en vóór het kerstdiner bij mijn ouders zelf nog naar de winkel mogen gaan met andere woorden. Die was, zoals verwacht, al dicht.
* Net aangekomen bij mijn ouders, vroeg mijn moeder me of ik haar bericht had gekregen. Aangezien er geregeld periodes van vierentwintig uur of meer voorbij gaan zonder dat ik mijn telefoon bovenhaal, besloot ik voor deze gelegenheid eens wat moeite te doen en dook in mijn handtas. Een paar gangen later vond ik mijn gsm en een resem ongelezen berichten. Het laatste nieuwe, wat ik eerst opende, was van Manager also known as diegene die afgelopen lente uit was op een heuse affaire met ondergetekende. Of ik al aan de feestdis zat, want er waren serieuze problemen op het werk. Met een brein dat in een hogere versnelling schoot – denk: “Moet snel laptop van moeder opzetten, Manager links laten doorsturen want staan niet op haar pc en het van hieruit snel proberen op te lossen” in combinatie met wat niet zo heel binnensmonds gevloek – en de andere berichten negerend, belde ik naar het werk om te vragen wat er zo hard misliep. “Heb je het andere bericht niet gelezen dan?” vroeg Manager lachend. “Neen, ik heb direct gebeld, hoezo?” vroeg ik verbaasd. “Het was maar een grapje hoor, Sébastien – één van de managers langs Franstalige kant, nvdr – had het wel geinig gevonden om je voor de grap te laten terugkomen op kerstavond”, antwoordde hij lachend. Nu kon ik er zelf ook wel om lachen, maar ik heb Manager toch maar gezegd dat hij Sébastien  een flots rond zijn oren mocht geven met mijn complimenten. Twee seconden later vond ik inderdaad het tweede bericht waarin hij me geruststelde dat het maar een grapje was. Die managers toch.
* Zoals elk jaar heb ik het tijdens het diner een half uur moeilijk gehad. Sommige jaren ben ik simpelweg ziek met kerst en/of nieuwjaar – de ergste was de oudejaarsavond toen ik eigenlijk een soort van blind date had met mijn huidige One en die ik dankzij mijn terminale toestand misliep – , andere jaren val ik flauw en nog andere edities word ik, zonder teveel te hebben gegeten, op een bepaald punt altijd weer kotsmisselijk. You get used to it, after a while.
* Op het moment dat we geradbraakt in bed neerzegen, deed Maylen een interessante theorie uit de doeken. Wij voelden ons volgens hem zo slecht omdat we leeggezogen werden door al die mensen die écht Kerstmis vierden met een heus gezelschap en tonnen foute cadeautjes en dus heel veel fake positieve energie nodig hadden om mee te doen aan heel die komedie van schandalige overdaad en hypocrisie. Hij verwoordde het misschien iets anders, misschien zelfs iets toleranter naar de nutteloos hyperconsumerende medemens toe, maar hij bedoelde het ongeveer wel zo.
* Op kerstdag zelf stond ik, evenals de wederhelft, zo mogelijk nog ellendiger op. Ik had kunnen sterven als ik had gewild. Desalniettemin vond ik de moed om het grootste deel van mijn mand strijk weg te werken. Voor meer had ik geen tijd, want ik werd om 14 uur op mijn werk verwacht.
* Echter, ik had geen zin om tot 22 uur op het werk te zitten op kerstdag, dus heb mijn shift wat aangepast en ben een uur vroeger vertrokken. Op sneakers én in trainingsbroek, jawel. Zonder gegeten te hebben en met een paar droge sneetjes brood met dank aan mijn One, ook. Zonder geld dat me eventueel nog uit de nood had kunnen helpen bovendien.
* Zoals verwacht was er absoluut geen werk, waardoor de dag extreem lang duurde. Ik heb me dan maar bezig gehouden met het bekijken van een paar afleveringen van Desperate Housewives.
* Vanuit IT-ers kantoor kan je in de huiskamers aan de overkant van de straat kijken, en het was daar best wel interessant. Vooral in de woonkamer van een koppel dat elkaar heel graag ziet en dat graag voor het raam tot uiting brengt. Ik beval IT-er het licht te doven en sloop tot aan het raam om alles goed te kunnen volgen. Een klets op mijn derrière werd mijn deel terwijl ik daar zo gebukt stond te spioneren. Trainingsbroeken zijn, zo bleek, enorm sexy. Deze onzedelijke daad werd hem vergeven nadat hij wat later uit het niets voorstelde om een paar cd’s te downloaden.
* Wat later kwam één van de managers even langs met een paar flessen cava. Gezien het feit dat de weinige collega’s die er waren, al bijna allemaal naar huis mochten vertrekken op dat moment, heb ik het grootste deel van zijn voorraad voor mijn rekening genomen. Ik had op dat punt dus al meer op het werk gedronken dan thuis tijdens Kerst 2008, en er is meer.
* Bij thuiskomst ben ik erin geslaagd om een gat te branden in een zak chips. Geen erg, ik had nog niet echt veel gegeten die dag dus die zak moest er sowieso toch aan geloven. Wat later ben ik met een bonzende hoofdpijn in slaap gevallen.
* Vanochtend heb ik gemerkt dat Maylens theorie kan kloppen; nu het feestgedruis achter de rug was, stond ik merkelijk frisser en gezonder op vanochtend.
* Even later werd ik wat ontmoedigd door de commerciële onkunde van de bakkers die me steeds meer voor het hoofd stoot. Op eender welke zaterdag of tweede kerstdag for that matter, is het onmogelijk om tussen 10 en 11 uur ’s ochtends nog iets te vinden wat lijkt op sandwiches of eetbaar brood. Het enige wat je dan nog bij bakkers vindt, is vies, veel te gesuikerd spul. For god’s sake, bak wat meer op zo’n dagen, je weet al ééuwen dat je keer op keer voor de middag helemaal uit verkocht bent, doe er wat aan. En is het niet voor de klanten, doe het dan voor jezelf, want je loopt tonnen geld mis op deze manier, I’m tellin’ ye. On-ge-hoord.
* Ondanks de vrieskou vond ik dat het tijd was voor een cute outfit – lees: een kleedje – en aangepaste make up. Stralender dan anders kwam ik na de middag dan ook het werk binnen gehuppeld. Waar ik ontdekte dat één van mijn stay-ups (voor de mannen: zo’n nylonkousen zonder broek, die als vanzelf aan je been blijven kleven) niet meer echt wou upstayen.
* Na een paar keer met het bovenste deel van mijn niet-meer-stay-up subtiel in mijn hand te hebben rondgelopen om te beletten dat ze en plein public zou afzakken, besloot ik dat het genoeg was. Ik ging naar de toiletten en trok ze uit, dan maar blote benen, die ik, thank god, voor de middag onthaard had. Omdat ik moeilijk met mijn afdankertjes in de hand naar mijn bureau kon stappen, zag ik geen andere oplossing dan ze even in mijn laarzen te proppen, om ze dan tactvol onder mijn bureau in mijn handtas te proppen.
* Tijdens een praatje met één van de managers – wij moeten het enige bedrijf zijn dat bijna evenveel managers als niet-managers heeft want het gaat hier over nog een ander exemplaar - ontdekte ik dat hij meer weet en meer contact heeft met mijn twee neefjes dan ikzelf. Gelukkig heb ik ze twee maanden voor het eerst in tien jaar opnieuw gezien en kon ik toch een héél klein beetje meepraten over mijn eigen familie.
* Na het efficiënt oplossen van één van IT-ers vele ridicule problemen, besloot hij mijn e-mailadres te veranderen van het gebruikelijke initialen@bedrijf.be in ninalosthetop@bedrijf.be. Nu nog even deze wijziging naar het hele bedrijf en de externe contacten mailen and we’re good.
* Uit pure verveling besloten mijn Kuiken en ik in de late namiddag dat we, eens de meeste collega’s weg zouden zijn, in de wijnbar op de hoek van de straat een fles zouden gaan kopen. In een roes gaat de tijd misschien sneller, redeneerde ik, en stuurde haar met wat geld op pad. Ik heb dus meer dan één keer vandaag subtiel onder mijn bureau rondgerommeld. Kuikens shift zit er ondertussen op, de mijne nog niet. Het zijn dus de fles en ik op deze godvergeten tweede kerstavond op het werk, and guess what, we’re having a blast. Maar dat neemt niet weg dat het hele feestseizoen niet snel genoeg achter de rug kan zijn voor mij, zodat ik kan aftellen naar de lente. Veule beter.

monsters_websized

Ik wou meer kleur in mijn leven. En ik wou daar niet langer op wachten. Omdat het figuurlijke altijd wat moeilijker is dan het letterlijke, ben ik met dat laatste begonnen en heb ik me op een nieuwe hobby gestort; digitaal scrapbooken. Op mijn kleurrijke zoektocht kwam ik namelijk langs de site van Jessica Sprague, een digi-scrapper in hart en nieren én begadigd leermeester. Mits betaling van een niet zo heel groot bedrag, biedt ze je haar kennis aan via duidelijke stap-voor-stap filmpjes en leert zo zelfs de grootste leek de kneepjes van het Scrap- en Photoshopvak. De instructies blijven tot het einde der tijden beschikbaar voor de ingeschreven leerlingen én je krijgt een paar achtergronden en ander lesmateriaal dat je opslaat op je pc en dus ook zoveel kan gebruiken als je wil. Het aangereikte materiaal komt niet altijd overeen met de (kleuren op de) foto’s die je zelf hebt of met je eigen stijl – na verloop van tijd zorg je zélf voor de kleuren en motieven die je wil - maar evengoed is het fun, fun, fun. En binnenkort prijkt er ‘expert’ op mijn cv naast het vakje Photoshop. Spelenderwijs (woordjes) leren noemen ze dat.

En als een mens dan toch nog eens zin heeft om er een lap op te geven tijdens één van de weinige vrije weekends, komt er niemand buiten…..Grrr!!

82277772

Zo. Ik ben weer van een volle auto foute kerstmisgeschenken en ander wansmakelijks af. Voor meer dan de helft ga ik zelfs nog een paar euro’s krijgen van de tweedehandswinkel en de rest krijgt een tweede leven bij mensen die niet veel meer dan een gammel dak boven hun hoofd hebben. That’s right, het is weer rommel- en reorganisatietijd ten huize Serotto. De kamer die tot voor kort dienst deed als bureau, wordt volgend jaar namelijk inkomhall, en zo’n verandering leidt altijd tot een hoop frustraties, wat verrassingen en achteraf grote opluchting. Een volledige kast wist ik weg te werken, en dan nog wat spul dat her en der verspreid stond. Hetgeen ik eigenlijk had willen doen, is vandaag niet helemaal afgeraakt wegens een paar onvoorziene omstandigheden in en op kasten. Zoals daar zijn de verzorgingsproducten. Een volledige, helemaal vergeten doos vond ik daar nog van tussen al het opgestapelde. Ondergetekende heeft namelijk in de beautysector gewerkt, waardoor ik regelmatig met monsters en mini-versies van make-up en verzorgingsproducten thuis kwam. En vervolgens vergat dat ik ze had.
Na heel wat meet- en paswerk is het grootste deel naar een kast in de badkamer versast. Een kast waarin nu genoeg mini-deodorants en mini-douchegels zitten voor een jaar, shampoo voor een half jaar en gezichtsmaskers voor minstens drie maanden, ingecalculeerd dat ik regelmatig opnieuw ga vergeten dat ik ze heb. En dat dat gaat gebeuren, staat als een paal boven water. Zeker als ik zie wat ik eerst allemaal uit de kast heb moeten halen om dat er in te krijgen. De riolering van het hele dorp is namelijk gereinigd, gescrubd, gelotioned en gemasseerd dankzij de liters restjes die ik nog vond in flessen waar de prijs nog in oude Belgische franken opstond. I blame the drawers. Ik neem namelijk altijd alles uit die ene lade, en wat op is, vul ik aan met nieuwe goodies uit de winkel. Door altijd diezelfde lade te openen, zie je natuurlijk niet wat er nog in de lades daaronder zit. Meer van hetzelfde, zo bleek vandaag. Veel meer. Maar ik ben er - buiten een toiletzak vol monsters van lipstick, -gloss en oogschaduw – dankzij mijn noeste arbeid van vandaag vanaf, én ik hoef een jaar lang geen cent uit te geven om netjes gewassen voor de dag te komen. Ik wist wel dat ik deze week een ingenieuze manier ging vinden om eindelijk eens wat geld te besparen. Ha!

men-in-black

Ik verdenk aliens ervan een chip in mijn hoofd te hebben ingeplant terwijl ik sliep. Ofwel neem ik de gewoontes van de mensen rondom mij, die zich volop echt aan het settelen zijn en meer en meer over trouwen en kinderen spreken, stilaan over. Niet dat één van die twee woorden aan de orde zijn, verre van, en laat ons hopen dat dat niet verandert. Anyway, something really strange happened in my head last night.
Het is nog eens een weekend zoals elk weekend was in de tijd dat Maylen en ik eerder twee vrijgezellen waren die toevallig in hetzelfde huis woonden – het mag een klein mirakel heten dat we zo’n periode samen overleefd hebben – dan dat we een koppel waren; veel feesten en chaos, weinig organisatie of werken. Op vrijdag is Maylen alleen naar een feest geweest, op zaterdag zijn we tot de middag in bed gebleven. Om, na een paar half-en-half afgewerkte taken, er weer terug in te belanden voor een – overigens barslechte – film. Waarna de gebruikelijke avondlijke race tegen de klok begon; snel douchen, klaarmaken en eten, zonder tijd te hebben om af te wassen. Ik werd immers op café verwacht om bij te praten met één van mijn ex-Kuikens en nog een paar collega’s, Maylen een straat verderop om de verjaardag van een vriend te vieren. Eens die verplichtingen afgewerkt waren, ging het richting stamcafé, een paar uur later richting bed, waar we nog maar net uit zijn en waar we waarschijnlijk binnen het uur weer inliggen wegens een kater, algemene futloosheid en geen zin om de berg afwas en het spoor van kleren te aanzien. Tegen de avond zullen we er weer even uitkomen om – restjes of een kebap - te eten, misschien doen we zelfs de afwas, maar daar zullen we ongetwijfeld de grens trekken voor vandaag, want het bed zal weer roepen. Hoewel ik nu al kan voorspellen dat ik tot de ochtend zal wakkerliggen omdat heel mijn ritme overhoop is geraakt. But hey, ik word de komende week toch niet op mijn werk verwacht, dus who cares.
Op zich is het nog wel eens leuk om doen, zo’n luilekker-feestweekend, hoewel dit deel – dorst!! lamlendig!! – toch wel het minst favoriete is. Maar meer dan eens om het half jaar hoeft het eigenlijk niet meer. Ik besefte het klaar en duidelijk toen ik gisteren in ons stamcafé stond. Met de drie zelfde mensen die na al die tijd nog altijd trouw wekelijks op exact dezelfde plek staan, en waar ik niets mee gemeen, en dus ook niets om over te babbelen heb. Wat verwachten ze eigenlijk, dat ze daar, op die plek, de man of vrouw van hun leven zullen ontmoeten? Is het daarom dat ze daar elke week zo krampachtig staan te doen alsof ze het toch oh zo leuk hebben? Ik besefte het nog meer toen ik mezelf erop betrapte dat ik hoopte dat mijn wederhelft ook snel op de plaats van afspraak zou landen. Dat was op het moment dat we al een paar sms’jes naar elkaar hadden gestuurd – waar kwam dat vandaan, dat doen we anders nooit – en ik al ettelijke malen naar de deur had gekeken in de hoop hem te zien opduiken en teleurgesteld was toen ik één van de vrienden, maar niet hem, zag binnenkomen. Het was dan ook behoorlijk in my face toen hij eindelijk binnenkwam en ik zo blij was dat ik openlijk mijn affectie toonde voor hem – en nee, niet op een gortige manier – terwijl we mekaar in het openbaar normaal met geen vinger aanraken, en al helemaal niet op café. Mijn glas kon niet snel genoeg leeg zijn om naar huis te vertrekken.
Vroeger ging dat lichtjes anders. Maylen op café zien aankomen was meestal slecht nieuws. Dat betekende hetzelfde als gisteren, maar op een andere manier. Dat betekende “Shit, hij gaat naar huis willen en ik wil nog lang niet vertrekken, de muziek is super en mijn roes is zalig en ik heb daar nog een lekker ding gezien dat ik wil veroveren.” Gisteren betekende het echter “Oef, nu kan ik eindelijk vertrekken uit dit oppervlakkige shithole zonder ambiance en met slechte muziek, mensen waarmee ik niets heb en een roes waar ik nu niets aan heb maar die ik morgen wel mag uitzweten, terwijl ik liefst van al gewoon thuis wil zijn, waar ik hoor, met hem, bij wie ik hoor.”
Fuck zeg. Nog even en ik roep monogamie in. Of wil ik trouwen ofzo. Ik weet niet welke van de twee ik nu erger zou vinden. Damn you, aliens. Kan iemand lekkerrrre Will Smith deze kant opsturen om die gemenerds te bestrijden? Zeg hem dat ik hem na afloop uitgebreid wil belonen voor bewezen diensten. In natura, obviously.

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Het is niet makkelijk, een rotdag van je afschrijven terwijl je niet alles wil vertellen. Het zit namelijk zo; ik heb een probleem waarvan niemand, buiten The One en mijn ouders, van afweet, en dat wil ik zo houden. Met een beetje een brede kijk op de dingen zou het een gezondheidsprobleem genoemd kunnen worden. Eentje dat voor behoorlijke mentale problemen zorgt, alsof het lichamelijke alleen nog niet genoeg is. Het is iets waarmee ik dagelijks geconfronteerd word; ik voel het 3468 keer per dag en denk er 7316 keer per dag aan. Het belet me bepaalde dingen te doen die voor anderen de normaalste zaak van de wereld zijn, en al meer dan vijftien jaar sta ik elke ochtend op met de angst dat ‘het’ die dag gaat gebeuren, niet zelden versterkt door het feit dat ik er op heel regelmatige basis nachtmerries over heb. Een goed verstaander raadt het al, vandaag was het die dag.
Een klein uur voor ik naar mijn werk moest vertrekken, gebeurde het. Helemaal in paniek en lichtjes gedesoriënteerd rende ik door het huis op zoek naar mijn telefoon, om meteen mijn arts te bellen. Die, hoe kan het ook anders, in lunchpauze bleek te zijn. Dan maar de eeuwige redder in nood, mijn moeder, proberen te bereiken. Nadat we, bij gebrek aan mijn arts, een paar noodoplossingen uitgedokterd hadden, sprong ik in mijn auto en reed op compleet onverantwoorde manier naar het ouderlijke huis, waar we, bij momenten met drie tegelijk, een hele lijst noodnummers afwerkten in de hoop iemand te vinden die kon helpen, en liefst meteen, gezien de tijd begon te dringen. Pas een half uur later vonden we een specialist die me meteen kon ontvangen, maar de behandeling zou een uur duren. Dat betekende een uur te laat aankomen op het werk, wat vandaag toch wel heel vervelend was voor de collega’s, om nog maar te zwijgen over de vragen die ik niet wou, maar toch zou moeten beantwoorden.
Om een ellendig uur kort te maken; een uur later dan voorzien kwam ik, nog helemaal uit mijn lood geslagen, aan op het werk, met ondertussen een afspraak – vrijdag om kwart na zeven ’s ochtends, what’s next?? – met mijn eigen arts op zak. Want de tijdelijke oplossing heeft me door de dag geholpen, maar het heeft het probleem uiteindelijk alleen maar erger gemaakt. Er resten me voor vrijdag drie dus opties; of ik ga terug naar de niet echt bevredigende staat waarin ik me de vijftien jaar voor vandaag bevond zonder al teveel problemen, of zie voorgaande maar met behoorlijk wat problemen de komende weken/maanden, of ik ga voor de oplossing die ik al zo lang wil. De goede, de echte. Eentje dat een, op dat vlak, eindelijk, eindelijk, eindelijk zorgeloos leven betekent. Alleen. Die oplossing kost meer als een nieuwe keuken, en dan heb ik het niét over een exemplaar dat je bij Ikea vindt. En, aangezien dit België is, wordt er geen cent van terugbetaald. Geen cent. Want ik ben noch kind, noch senior. Ik ben gewoon iemand die in de fleur van zijn leven gebukt gaat onder een het dagelijkse leven beïnvloedend probleem dat niet opgelost raakt, omdat de helft van mijn brutoloon naar profiterende, zwartwerkende ‘werkzoekenden’ gaat, in plaats van naar mijn eigen gezondheid. Mensen die aanslagen plegen op politiek gespuis, ik begrijp dat ergens wel. Heel goed zelfs.

Als ik een doodsbrief moet weggooien, ook al is het van een m/v zaliger die ik nooit gekend heb, heb ik het daar altijd wat moeilijk mee. Ik vind het een beetje onbeleefd en respectloos, maar om nu al dat droevige nieuws over onbekenden bij te houden, gaat me dan weer een brug te ver. Daarom doe ik het altijd met een zekere plechtigheid en vermijd het om hem even achteloos als de folders van Carrefour en co in de bak oud papier te mikken.
Sta ik hier alleen met mijn - toch wel eerbiedige - afwijking of is er nog hoop dat ik ooit gelijkgestemden tegen het lijf loop?

82747354

Vorige week zaterdag hebben beste vriendin Kristel, Karen en ik onze eerste ‘Ladies’ nite’ gehouden, nadat we in het verleden herhaaldelijk hadden verzucht hoe weinig tijd we hadden om vriendschappen te onderhouden, en dat we dat wel misten, die hechte band van een groepje vrienden. We scoren op dat vlak allemaal bijzonder slecht; zowel Karen als ik vinden dat we eigenlijk maar een paar vrienden hebben, en Kristel en ik noemen onszelf  ‘beste vriendinnen’ terwijl we elkaar hooguit drie of vier keer per jaar in levenden lijve zien, hoewel we maar op tien minuten van elkaar wonen. De eerste bijeenkomst, zo had ik beslist, zouden we alleen met de harde kern houden, vanaf volgende keer zouden er gastoptredens zijn van gemeenschappelijke vriendinnen. In het huis van die gast, of course, zodat die voor de drank en hapjes zou zorgen en wij er ons makkelijk vanaf kunnen maken. Mijn twee kernleden vonden dat weliswaar een regel die een beetje grof was, maar stemden er maar al te graag mee in. Die gasten hadden maar wat cooler moeten zijn zodat ze ook tot de harde kern mochten toetreden.
Halverwege de avond kwam het gesprek, uiteraard, op bouwen en verbouwen, iets wat eigen is aan onze leeftijd. Karen, die net het zwaarste op dat vlak achter de rug heeft en binnen luttele weken haar intrek neemt in haar nieuwe thuis, bood me wat van haar materiaal in bruikleen aan. Gisteren zou ik het gaan ophalen, zodat ik vanaf donderdag, het gezegende begin van de tien laatste dagen vakantie van het jaar, eindelijk weer aan de slag kan in mijn eigen crashbase. Een paar uur voor vertrek besefte ik echter dat mijn blikken doosje op wielen wel eens veel te klein zou kunnen uitvallen voor al dat grof geweld, en dus deed ik iets wat ik anders nooit doe; de hulp van vrienden inroepen. De hulp van Kristel meer bepaald, wiens man – god, ga ik daar ooit aan wennen dat dat kind getrouwd is? – een uit de kluiten gewassen bedrijfswagen bezit. 
In de late namiddag gingen we op pad, snel even het materiaal inladen en weer naar huis, want ik had maar één, vrij volle, weekenddag, Kristel had het ook druk-druk-druk en Karen moest naar een feestje en eerst nog verzinnen wat en waar ze zou eten. Na een rondleiding in Karens nieuwe huis, bood ze ons iets te drinken aan, voor snel één glaasje hadden we nog net tijd. Wegens gebrek aan centrale verwarming en meubels, installeerden we ons met plastic beker en sigaretten op de grond voor de kachel en begonnen ons traditionele gefilosofeer. Karen, psychologe van beroep, is daar namelijk een kei in, in dat filosoferen over de zin en onzin van het leven, en alles onder een wel heel kritische loupe houden. Zelf kan ik er ook wat van, en als het onder haar wijze begeleiding is, kom ik telkens weer tot nieuwe inzichten, gaande van absurde futiliteiten over levensveranderende inzichten tot heuse aha-erlebnissen. Zet ons samen en er blijft geen onderwerp onberoerd. Naarmate haar pakje zienderogen slinkte omdat Kristel eigenlijk al een paar jaar gestopt is maar nu toch weer zin had in een sigaret, hadden we het dan ook, het ene moment met de nodige sérieux, het andere moment gierend van het lachen, over relaties, seks tussen deurstijlen, de liefde, wat we anders zouden aanpakken mochten we herbeginnen, het feit dat Kristel en ik vroeger na acht uur per dag naast elkaar op de schoolbanken ’s avonds nog makkelijk een paar uur met elkaar telefoneerden maar nu elkaar eerst smsen om te checken of het wel past dat we bellen, de dingen waarvan we spijt hadden, affaires, de dingen die we misschien nog konden rechtzetten, het gebrek aan one night stands, het leven volgens de gangbare normen, de zin of onzin van luxe en rechte muren, de keer dat Karen dacht dat ze dood was maar in werkelijkheid gewoon was flauwgevallen na het roken van ze green en gemiste kansen. 
Van dat laatste had Karen er wel een paar, met name kattekwaad uithalen, liet ze ons weten toen Kristel en zij na haar lege pakje overgingen op mijn, vlak voor vertrek gekochte, pakje sigaretten. Tien jaar na ons afstuderen van het humaniora, heeft ze er, zo vertelde ze ons gisteren voor het eerst, nog steeds spijt van dat we dat toen niet meer gedaan hebben. Gewoon gek doen, de dingen doen die in een opwelling bij ons opkwamen, hoe gekker hoe beter. “Want,” zo sprak ze, zoals altijd, wijze woorden, “de weinige dingen die we wel gedaan hebben, zoals toen we die eieren in de brievenbus van Kristels ex gingen droppen, dàt zijn de momenten die ik me herinner. Niet die 629 zaterdagnachten dat ik, met af en toe wel andere mensen, en elke week andere gesprekken, op café stond, want die avonden zijn in de grond allemaal dezelfde.”  “Wat houd je dan in godsnaam tegen om die dingen te doen?” vroeg ik, eigenlijk een beetje onterecht verbaasd. “Tja, met wie doe je zo’n dingen?”  kaatste ze de bal terug. Kristel en ik keken elkaar verbouwereerd aan. “Als er nu twee mensen zijn die in staat zijn dingen te doen waardoor de rest van de wereld hen voor gek verklaart, zijn wij twee het wel,” sprak ik in naam van haar en mezelf. “Aan wat had je zoal gedacht?” Enthousiast sprong ze recht. “Wacht, ik zal mijn lijstje eens voorlezen,” glunderde ze terwijl ze een beduimeld velletje papier uit haar portefeuille opviste. “Heb jij ook een lijstje van alle dingen die je nog wil doen??” gilde ik euforisch. “Hebben jullie een lijstje van dingen die jullie willen doen?”, kwam Kristel verbaasd uit de lucht vallen. Nu was het de beurt aan Karen en mij om haar aan te kijken alsof we het hoorden donderen in Keulen. “Jij niet dan?”, vroegen we gelijktijdig, er blijkbaar van uitgaande dat iedereen dat heeft, zoals iedereen ademt en eet. “Euhm…nee,” stamelde ze, “wat staat daar dan zoal op?” Karen begon een paar dingen van haar lijstje op te noemen, en al snel vonden we gierend een paar dingen die we best wel eens samen wilden proberen en spraken af om er werk van te maken.
Vier uur na aankomst, op het uur dat Karen al op het feestje had moeten zijn, en met nog maar één sigaret in mijn pakje, lieten we de open haard en de koude vloer – gek dat je de koude niet voelt als je zo opgaat in een gesprek – voor wat ze waren en gingen we huiswaarts met het voornemen om samen onze lijstjes af te werken.
“God, ik denk zo weinig na,” zuchtte Kristel in de wagen, “jullie hebben echt elk aspect van het leven al minstens één keer overdacht en er een gefundamenteerde mening over gevormd. Ik doe dat helemaal niet, ik leef gewoon mijn leven, punt.” “Houden zo,” orakelde ik als een oud wijs vrouwtje dat het gewicht van de wereld op haar schouders draagt, “het is net dat wat me soms zo ongelukkig maakt. Stel gewoon ook eens zo’n lijstje samen, ik weet zeker dat je nog honderden dingen vindt die je wil doen, en de volgende Ladies’ nite leggen we ze allemaal eens samen en gaan we gewoon lekker gek doen.” “Hihi ja, lijkt me wel lachen,” giechelde ze. Lachend bij het vooruitzicht dat we van 2009 het jaar van de gekke ideeën zouden maken, draaiden we mijn straat in. “Zeg,” zei ze, vlak voor ik uitstapte, “laten we afspreken dat we voortaan elkaar gewoon bellen als we er zin in hebben, zonder eerst te checken of de ander wel tijd heeft.” “Goed plan,” beaamde ik, “met welke levensbelangrijke dingen ben je nu eenmaal ’s avonds bezig die je niet even kan laten vallen voor een leuk gesprek? Alleen seks vind ik een geldig excuus eigenlijk.” “Ja dat is waar, maar jij werkt ook wel geregeld tot ’s avonds laat, met je shiften,” twijfelde ze al terug. “Nu ja,” herpakte ze zich snel, “als je er niet bent, neem je ook de telefoon niet op he. Logisch.”
En zo is het. Eigenlijk kan ik ’s avonds best wel wat tijd maken om beter op de hoogte te blijven van de levens van zij die er echt toe doen. En als ik er niet ben, dan neem ik niet op.