Meerdere malen heb ik al aan den lijve mogen ondervinden hoe sterk de geest is en hoeveel invloed dat deeltje vernuft kan hebben op de rest van het menselijke lichaam, maar toch weet het me nog steeds te verbazen. Een bloemlezing uit wat ik op één maand tijd ondervonden heb op dat gebied:
* De kwestie ’shit ik ben een maand overtijd en - niet noodzakelijk daardoor – helemaal overspannen’: “Jij zwanger? Helemaal niet!” was de huisarts wel heel overtuigd van haar stuk. “Vergeef me, maar je ziet er pakken slechter uit dan anders wanneer ik je over de vloer krijg, dus je hebt wel degelijk teveel hooi op je vork genomen”, begon ze aan haar verklaring. “en een lichaam dat onder zo’n hoogspanning staat, vindt het niet het geschikte moment om zwanger te worden, en zal het dus onder geen beding worden. Kijk maar naar al die koppels die verwoede pogingen wagen, en net op het moment wanneer ze de hoop hebben opgegeven, toch ineens zwanger raken. Het uitblijven van je menstruatie is simpelweg een kwestie van stress.” Het mens bleek overschot van gelijk te hebben. Vier dagen van lichtjes verminderde stress – meer dan dat was mijn ziekteverlof niet – was al wat er nodig was om de boel weer op gang te trekken en me op de vijfde dag, de dag dat ik terug aan het werk ging, opgelucht naar Always te doen grijpen. Bijzonder goed gezien van mijn smart ass van een lijf, zo’n ingebouwde birth control, maar nog eens een hele zomervakantie als één langgerekte PMS beleven, thanks but no thanks!
* In de sectie ‘geen idee wat mijn geest daarmee te maken heeft maar gewoon merkwaardig’: mijn voeten laten het afweten sinds het huwelijk van Kristel. Die dag zelf heb ik voor het eerst in mijn leven blaren op vier van mijn tenen gekregen, op vakantie had ik na vijf stappen ineens een open wonde op mijn voet door het bandje van mijn teenslippers, hoewel ik gewend ben die te dragen, en op een dag begon helemaal uit het niets mijn voetzool ineens te bloeden. Een psychologische verklaring ligt hier vast niet achter, maar verdorie, waar komt die voetaftakeling dan wel ineens vandaan??
* In de categorie ‘al dan niet ingebeelde vermoeidheid’: theoretisch gezien had ik de eerste dag van mijn vakantie, die door de vroege vlucht na slechts anderhalf uur slaap begon, moeten doodvallen wegens oververmoeidheid. Gek genoeg deed ik dat niet. Integendeel, waar ik het loodje had moeten leggen, leek het wel alsof ik mijn tweede adem had gevonden, enkel en alleen te wijten aan het feit dat er een weekje zonnige ontspanning op het programma stond. Geen koorts, vermoeidheid, hoofd- of keelpijn te bekennen, alleen een heerlijk gezonde portie energie. Tot ik weer op Belgisch grondgebied kwam. Na een wel héél deugddoende vakantie leek mijn lichaam plots de strijd te verliezen tegen het leven in het thuisland. Verder dan de inhoud van één koffer, niet eens de mijne, meteen op zijn plaats te leggen, kwam ik de dag van aankomst niet, mijn energiepeil was nul komma nul. Ook de dag erna viel het allemaal wat tegen; tegen de middag was ik zo uitgeblust dat ik weer bedwaarts trok en er tot aan het avondeten in een diepe coma wegzonk. Dat belooft voor de herfst en winter, die angstaanjagend dichtbij lijken te komen.
* Mijn andere eeuwigdurende issue, de welbekende fobieën: op reis gaan is een onuitputtelijke bron van fobieën voor mensen als ik. Over de vlucht en alles wat errond hangt – de kans op een crash, de kans op een hartaanval en niet bepaald een ziekenhuis in de buurt op een paar duizend meters hoogte - wil ik het niet eens hebben. Komen daar als hoofdrolspelers bij de hitte en de aanwezigheid van anderen op plaatsen waar je veronderstelt wordt te eten. Wat betreft de hitte, die kan behoorlijk wat schade aanrichten. Om te beginnen kan je een zonneslag oplopen. Eén van de symptomen daarvan is overgeven, en laat ik nu net gezegend zijn met een knoert van een emetofobie. Bovendien krijg je van hitte, obviously, warm. En wanneer krijg je nog warm? Juist ja, vlak voor je flauwvalt, en laat ik nu net ook daarvan – nu ja, van wat niet? – onmetelijk bang zijn. Voor de nieuwsgierigen onder ons: geen van bovenstaande rampscenario’s is me overkomen. Waar ik het meest last van had, was het verdomde slikken, wat weer een pak moeilijker ging als in mijn veilige omgeving. Het incident op de tweede avond deed er niet bepaald goed aan. Halfweg het eten hoorde ik achter me een wel heel onheilspellend geluid. Voorzichtig keek ik om, want wat het precies was, wist ik niet zeker, maar ik vermoedde ofwel iemand die zonet zijn maaginhoud geleegd had, ofwel iemand die zich danig aan het verslikken was. Een paar tafels verder zag ik een vrouw gebogen over haar tafel staan. “Ow shit, gaat die nu echt haar bord onderkotsen?” vroeg ik me, helemaal in de ban van de thriller, af. Ze deed het niet. Ze ging terug zitten en legde met een paniekerig gezicht een hand op haar borst. “Fuck, nog véél erger, dat mens is aan het stikken!!” gilde ik in alle stilte bij mezelf. Haar man bleef, onbegrijpelijk, stoïcijns kalm, en deed niets anders dan haar aankijken. De gasten aan de tafel achter haar, die ondertussen net als ik danig gealarmeerd waren, stonden wél recht om het arme mens te helpen. Binnen de twee seconden had ook het voltallige zaalpersoneel zich rond haar tafel verzameld, toekijkend hoe één van de gasten de vrouw uit haar benarde situatie bevrijdde na iets wat een onmenselijke eeuwigheid leek te duren. Helemaal in shock door dit tafereel, kon ik het niet laten om regelmatig nog eens subtiel achterom te kijken, om te zien hoe je zo’n horror overleeft. Tien minuten later zat de vrouw, wiens bruingebrande teint als bij wonder verdwenen leek uit haar lijkbleke gezicht, nog steeds te bekomen, het klamme zweet voortdurend met haar zakdoek van haar gezicht deppend. Wow. Mijn allerergste nachtmerrie sinds behoorlijk lange tijd was zonet voor mijn ogen uitgekomen. Het enige geluk dat ik had, was dat ik niet diegene was wie het overkwam, maar zeggen dat ik lichtjes van de kaart was, is een understatement van jewelste. Ik zou gejankt hebben van miserie in die vrouw haar plaats. But then again, wenen had ik de laatste tijd al meer dan genoeg gedaan, dus ik slikte de tranen weg en ging semi-dapper, maar vooral heel voorzichtig, weer de strijd aan met wat me op mijn bord nog lag op te wachten. Meer dan ooit was ik ervan overtuigd dat slikken, en bijgevolg dus eten en drinken, wel degelijk levensgevaarlijk was. “Oh joy,” zuchtte ik tegen Maylen, “dat is weer een geweldige stap vooruit in mijn genezingsproces”. Bij wijze van toppunt van sarcasme schalde meteen daarna Tubular Bells – beter gekend als ‘dat lied van The Exorcist’ – uit de boxen. Van pure horror gesproken. De free shots – ik en in één keer iets leegdrinken, forget it – en de drank die de barmannen vanop de toog van onze club in de kelen van de klanten goten – over mijn lijk -, liet ik wijselijk, maar met een beetje pijn in het hart, aan mij voorbijgaan, een beetje zielig bedenkend hoeveel ik eigenlijk mis en hoeveel kleiner een wereld die overloopt van angsten eigenlijk is in vergelijking met die van ‘normale’ mensen. On a more positive note; na een moeizame ’slikweek’, eet en drink ik sinds de thuiskomst beter dan ik in lange tijd gedaan heb, alsof mijn geest, en daarmee ook mijn smart ass body, de veiligheid van mijn eigen thuis nog meer apprecieert sinds die pretty disturbing evening.
Nina en vakanties, het is en blijft een gewaagde combinatie. Het mag een klein wonder heten dat ik zo’n dingen actually als ontspanning beschouw. Hmpf.