Maandelijkse archieven: augustus 2008

In de categorie beautyproducten waarover ik niet tevreden ben, staan de haarproducten met stip op nummer één. Ik ben namelijk gezegend – lees de ironie want u kan hem niet horen - met krullen van het type Australian surferchick meets Pam on Venice Beach, the dark version, dat zich thank god ver weg van de secties pijpekrullen en kroezelhaar bevindt, maar eerder neigt naar net-iets-meer-als-golvend en zich zonder product jammerlijk omvormt tot een ondefinieerbare massa half steil, half krullend, maar vooral pluizig haar. En, beste mensen, voor dat haartype bestààn geen producten, I’m tellin’ ye.
Helemaal niets gebruiken voor mijn haar zou je reinste social suicide zijn. Niemand zou me nog willen kennen en ik zou een heuse Spiegelstorm moeten ontketenen waarbij ik de woedende, mij niet meer kennende menigte zou moeten opdragen elk spiegelend, weerspiegelend of reflecterend oppervlak te vernietigen.
Leaves me with the only other option; wél iets gebruiken. Maar wat o wat? De traditionele gel gebruik ik op letterlijk en figuurlijk stormachtige dagen, omdat het daarmee het best in model blijft, lees: het verandert niet in een fluffy bron van ergernis als ik het eens per ongeluk een fractie van een seconde aanraak. Echter, het nadeel van dit stormoverlevende goedje is dat het op zo’n echt ranzig vettige manier glanst, alsof je je haren een week niet gewassen hebt. En als er iets is waar ik, ondanks mijn tegensprekende look, prat op ga, is het wel dat ik elke dag mijn haren was. Oók als de wekker om half vijf al afgaat. Omdat ik nu eenmaal op hygiëne gesteld ben, maar ook, en niet in het minst, omdat gel dan wel stormen mag overleven, maar geen nachten. Een regelrechte rattennest is wat ik aantref als ik ’s ochtends in de spiegel kijk.
Om dat zootje ongeregeld in goede banen te leiden, is al zowat alles de revue gepasseerd: allerhande soorten gel (te vettig), brylcream (no comment), wax (vééél te vettig), klei (moet ik het blijven herhalen?), spray (geen effect), mousse (idem), crème (en we vallen weer in herhaling), en ga zo maar verder en ga zo maar voort. Het enige wat een heel klein beetje soelaas brengt, is het lokmiddel van got2b, een lijn in het Schwarzkopf-gamma, al hoort er een handleiding bij. Het moet aangebracht worden op handdoekdroog haar, als ik iets te lang wacht is het kalf verdronken. Wanneer het helemaal droog is, moet ik voorzichtig met de handen door het haar gaan om de glans er een beetje uit te krijgen en er vervolgens absoluut niet meer mee in aanraking proberen te komen, of de fluffiness duikt onherroepelijk op. Om diezelfde reden moet ik me overigens na maximum tien uur na het aanbrengen als Assepoester naar huis reppen.
Toen ik enkele dagen geleden in de winkel naar mijn lokmiddel-met-handleiding reikte, zag ik vanuit mijn ooghoek een nieuw product met in het Duits de welluidende naam Schmusekatze in het gamma. Hoe schattig, dacht ik, toen ik de kleuren en het kleine hebbeding aan de dop zag, een echt stylingproduct voor kleine meisjes. Ik wou achteloos verder lopen, tot ik de no frizz vermelding in de gaten kreeg. Ondertussen weet ik dat dat evenveel onzin is als Bush van tijd tot tijd uitkraamt, maar toch, als ik het zie, kan ik het niet laten staan.
En dus heb ik vandaag de test gedaan, tenslotte kom je op een zondag op het werk niet zo heel veel mensen tegen, en al helemaal niemand die van belang is. Bovendien heb ik ten allen tijde een emergencykit bij de hand moest het compleet verkeerd uitdraaien. Bij het aanbrengen was ik, toegegeven, onder de indruk. Dit was het eerste product dat zo aangenaam aanvoelde, het haar niet verzwaart zoals ze allemaal beweren te doen en mijn haar echt zacht maakt. Tegen de tijd dat mijn haar droog was, wachtte me nog een aangename verrassing; het zag er eens niet uit alsof ik het een friteusekuurtje had gegeven. Voor ik het uitroep tot uitvinding van de eeuw, moet ik me echter eerst zien te verzoenen met het feit dat ik, zoals altijd met de ‘lichtere’ producten, weer balanceer op die verdomd dunne grens tussen de zogenaamde gedefinieerde krullen en het ijle, fluffy niets. Of mijn dosering nog wat finetunen. De eerste optie wordt het alvast niét.

Dat ik maar één echte, papieren kaart heb gekregen, is het enige wat ik jammer vind aan deze hoogtechnologische tijden. Het leuke is dat ik de hele dag ‘dank u’ heb lopen zeggen, mailen en sms-en gisteren. Collega’s die verder niets van je weten, komen je feliciteren of sturen een mailtje omdat het in koeien van letters op intranet staat, je manager komt vragen wat je in godsnaam op het werk doet op je verjaardag en via facebook krijg je felicitaties op je wall en in je inbox van mensen die je twaalf jaar niet meer in levenden lijve gezien hebt. Ik voelde me zowaar eventjes populair. Leve de vooruitgang.
En laat nu hier de gelukwensen ook maar komen, ik moet per slot van rekening nog 364 dagen wachten om dat nog eens mee te maken.

Ik ga nooit meer stout zijn. Ik ga altijd mijn vuile sokken direct in de wasmand gooien zodat de fretsels ze niet meer kunnen stelen. Ik ga de hongerigen spijzen en de dorstigen laven. En nog dingen doen waarbij gekke werkwoorden horen die je alleen in bijbelse contexten tegen het bizarre lijf loopt. Ik ga dat allemaal doen, echt waar.
Want ik ben daarnet bij thuiskomst mezelf tegengekomen. Ik werd door mezelf aangestaard vanop een foto die Maylen van mij nam de eerste keer dat we een paar dagen in Amsterdam verbleven. De foto was op een omslag gekleefd en er liep een rode, brede band door, met in dikke witte letters ‘Amsterdam is cancelled – Open the envelope to know why’. Een zwaar gevoel maakte zich van mij meester. Nu weet ik wel dat hij nooit op die manier zou aankondigen dat iets leuks niet doorgaat, maar toch. Met een klein hartje opende ik de omslag. Binnenin vond ik nog een foto, eentje van onze reis naar Zakynthos ditmaal. Op die foto allemaal kleinere foto’s van het hotel met een superstrakke, trendy en loungy tuin-met-überzwembad aan het mooiste strand van het eiland, waarvan we toen zeiden dat we op een dag daar naartoe zouden gaan. Links van de foto’s stond de naam van het hotel en de datum van vertrek.
Over twee weken min één dag ga ik eerst drie uurtjes sterven op het vliegtuig om vervolgens een week te genieten, genieten, genieten, met een oneindige dank aan The One, de ouders en de schoonouders. Het enige compromis is dat de laptop meegaat en dat er af en toe even gewerkt moet worden. Een compromis dat ik méér dan bereid ben te sluiten. After all zullen dat misschien de enige momenten dit jaar worden dat ik eens een boek kan openslaan.
En als u mij nu wil excuseren, ik moet eens héél hard gaan zoeken naar bestofte koffers. En mijn poot. En zomerkleren. En het vreugdigste dansje ever maken. En lijstjes maken. Een stuk of tien, want ik leef van lijstjes, en die neurose bereikt vaak zijn hoogtepunt vlak voor een zon-zee-strand-hotel-just-the-two-of-us-vakantie. Gelukkig komt dat maar eens om de vijf jaar voor. Ha!

Hoe verpest je bij voorbaat je eigen verjaardag en vakantie, les één: zorg voor een onbedwingbare drang naar een zalige zonvakantie en bevind je in het leven dat ik leid, zijnde de wederhelft van een hardwerkende zelfstandige, een permanent lege bankrekening en geboren in een hete zomer bijna negenentwintig jaar geleden waardoor je een rasecht kind van de zon bent.
Dat het er dit jaar weer niet van ging komen, wist ik, maar als je op bijna negen jaar maar drie keer op een – theoretisch, maar in werkelijkheid niet echt – zonnige bestemming bent geraakt met je One, waarvan maar één keer op hotel, blijf je toch altijd stiekem tot het laatste moment hopen op een mirakel. Zelfs al heeft hij geen tijd en jij geen geld, je weet nooit dat beiden ineens uit de lucht komen vallen en je alsnog blijgezind richting zon kan vertrekken. Ik had dan ook alle mogelijke opties al enthousiast overlopen.
Optie één was de mobilhome van de ouders lenen voor een roadtrip met eindbestemming Italië, een land dat ik al zolang dolgraag beter wil leren kennen. Sure, het zou weer zelf koken en opruimen zijn en weer geen hotel, maar als troostprijs was er beste vriendin Kristel en haar man, die op hetzelfde moment vakantie hebben en net dezelfde vakantie gepland hebben. Het zou leuk zijn om een paar dagen met hen op te trekken of samen wat verder te reizen. Het plan werd echter al snel afgevoerd; met een mobilhome naar Italië rijden neemt al snel twee dagen in beslag, met de terugreis erbij ben je  vier dagen kwijt, zo ongeveer het maximum dat Maylen van zijn pc en klanten gescheiden kan zijn.
Optie twee, de reis met mijn ouders maken, is ook een stille dood gestorven. Vier dagen reizen om iets van een drie dagen ter plekke te zijn spreekt ook niet echt tot de verbeelding. En, mijn grootste tegenargument, dan zou het al de derde keer zijn dat mijn ouders Maylen moeten vervangen, terwijl ik toch echt graag met hem nog eens op reis zou willen. After all ben ik al mijn hele kinder- en jeugdtijd met mijn oudjes op reis geweest. Altijd leuk, daar niet van, maar op een bepaald moment doe je zoiets toch liever met diegene waarmee je samenwoont.
Vandaag stelde IT-er een derde optie voor: ook weer Italië – het is een teken, ik moét gewoon terug naar dat land – met hem en zijn vriendin. Alleen het vliegtuigticket te betalen, want zijn vriendin is Italiaanse en heeft er familie wonen waar we welkom zijn. Dit was uiteraard de kortst durende optie. Niet vanwege dat wat ik en IT-er uitgespookt hebben, wel omdat Maylen het niet zo begrepen heeft op vakanties met een koppel dat hij nog nooit gezien heeft, en al helemaal niet als zelfs ik moet toegeven dat ze zo verschillend zijn dat het niet echt zou werken. Ik heb nochtans mijn best gedaan; zij gaan van zaterdag tot zaterdag, maar op woensdag zijn er ook vluchten, dus het zou maar een paar dagen zijn. We zouden hen niet eens zoveel moeten zien als we niet wilden, want la familia woont nogal afgelegen dus een auto huren is aangeraden. Ieder een aparte auto, met aparte uitstappen, en mekaar alleen ’s avonds ‘thuis’ treffen, en klaar, probeerde ik nog, maar ik wist sowieso al dat er niets van in huis zou komen.
Maylen, ondertussen een beetje radeloos door mijn zoveelste vakantieteleurstelling, zag geen andere uitweg dan de verrassing voor mijn verjaardag al te verklappen. Gisteren hadden hij en mijn moeder namelijk achter mijn rug bekokstoofd dat ze me samen drie dagen in het luxehotel waar we vorig jaar naartoe zijn geweest in Amsterdam cadeau zouden doen. Ik zal er blij mee zijn als het zover is, echt waar. Met Amsterdam ben ik altijd blij, ik vind het een superstad, absoluut. Maar toen ik het vernam, bestond mijn reactie voornamelijk uit zo hard mogelijk mijn teleurstelling verbergen. Gevolgd door dubbel wenen toen Maylen weer achter zijn pc verdwenen was. Dubbel ja, om de zoveelste gemiste vakantie, maar ook omdat ik me nu een verschrikkelijk ondankbaar wicht voel. Tot zondagochtend had ik het onmenselijk druk door de vrijgezellenmarathon van Kristel en de verbouwingen, en sinds zondagmiddag is het alweer druk door de voorbereidingen van het huwelijk zelf over twee weken. Ik heb zoveel aan mijn hoofd de laatste maanden dat ik het gevoel had dat ik niet eens tijd had om jarig te zijn. Bovendien moet ik het weekend na mijn verjaardag werken, dus vieren zit er sowieso niet in. Ik was eigenlijk gewoon vergéten dat ik soms ook jarig ben, en had dat van Maylen eigenlijk ook verwacht. Het zou een stresserende rotdag worden te midden van een poel van drukke rotdagen. Want het ik heb niet bepaald de beste en vrolijkste zomer ever, en dan heb ik het niet eens over het weer. Dat zij er in mijn plaats dan toch aan denken, is eigenlijk gewoon lief, en daar zou ik dankbaar voor moeten zijn want ze bedoelen het goed. Maar verdomme, zo eens in de vijf jaar eens een weekje op hotel in een zonnig land om wat te bekomen en sàmen te genieten na alle offers die ook ik breng voor zijn carrière, vraag ik nu echt zo veel??

De vrijgezellendag is een vrijgezellenmarathon geworden die net geen vierentwintig uur geduurd heeft. Ik denk dus dat ik wel kan spreken van een succes. En van oververmoeidheid. Enzo.

  • Ik heb een hele stapel capri’s die ik nooit draag. Ik vind ze heel leuk, tot ik ze aan heb. Ze zijn van het sportieve type, dus high heels passen er niet echt bij, maar met sneakers is het ook niet wat het moet zijn. Zolang ik er bootcuts of baggy’s op draag, zijn sneakers mijn favoriete schoeisel, maar eens ze helemaal zichtbaar worden, lijk ik me op overzetboten te verplaatsen. Not very ladylike. Ik pleit echter maar deels schuldig, want mijn moeder heeft mij al een paar van haar capri’s gedoneerd. Ze blijft low waists hatelijk vinden om dragen, maar toch blijft ze in de winkel in de fout gaan. Zo moeder, zo dochter. Toch wat die fouten in de winkel betreft. Dochterlief just lòòves low waists.
  • Ik heb veel meer bh’s dan de vier exemplaren die vooraan in de lade liggen en die ik er dus meestal uitkies. Eerlijkheidshalve moet ik er wel aan toevoegen dat sommige van diegenen die verder in de lade liggen, te gortig en afgedragen zijn voor woorden. Ik schaamde me zelfs een beetje tegenover de vuilnisbak toen ik ze er in kieperde. Thank god dat ik geen celebrity ben wiens vuilzakken ze openhalen om te kijken wat ik zoal eet, en bij uitbreiding niet meer draag.
  • Naast een vijftal joggingbroeken die ik elke minuut dat ik thuis of in de fitness ben draag, heb ik er blijkbaar nog eens een vijftal waarvan ik niet eens wist dat ik ze nog had, inclusief eentje met het prijskaartje er nog aan. Ook deze arme stakkers lagen wat meer achter- en onderin de kast. Ze liggen bovenaan in de nieuwe kast nu.
  • Een andere ontdekking gebeurde in het departement nachtkledij, iets waarvan ik dacht dat ik het niet had. Toch wel dus, en al zeg ik het zelf, sommige exemplaren zijn zelfs rather sexy. Toch pluk ik in het dagelijkse – of beter nachtelijke – leven steeds gescheurde, met verf bespatte, afgeschenen oversized T-shirts van Snoop of één of ander Hardrock Café ergens ten velde uit de kast. Shame on me.
  • Odie, één van onze fretjes die ik ervan verdacht een dief te zijn, blijkt nu toch aan ruilhandel te doen. Elk paar sokken – inderdaad, ze steelt er nooit eentje, altijd een paar – dat ze te pakken krijgt, sleurt ze met haar kleine bekje mee in haar kooi, maar ze geeft wel degelijk iets in de plaats. Brokjes eten meer bepaald, die ze, als ze de kans ziet, in de kleerkast deponeert. Ik heb wel het vermoeden dat ze dat voor zichzelf doet, om te overleven tijdens de hongerwinter die ze voorspelt.

Of tot welke ontdekkingen een mens komt tijdens een uurtje therapeutisch kastruimen. Jawel, als ik me een beetje pips voel, verander ik in een desperate housewife dat als een gek kasten begint uit te mesten. En dan halfweg, als het hele huis overhoop ligt, beslist dat ze er geen zin meer in heeft. Want geef toe, zo leuk is dat uiteindelijk ook weer niet.

Het leven wordt er niet spannender op met de jaren, wel integendeel. Neem nu mijn inzinkingen, nervous breakdowns, burn-outs, noem het hoe je wil. Ze zijn dood- en doodsaai geworden, want elke keer verlopen ze volgens een vast stramien. Ze houden zich beter aan hun eigen regeltjes dan een moslim die zes keer per dag op de knieën gaat. Net zoals ik nog eens van fobie wil veranderen, zo ga ik nu dus voor de laatste keer intens genieten van de zoveelste breakdown, want volgende keer pak ik het helemaal anders aan. Tijd voor vernieuwing. Met al die mentale kwaaltjes die tegenwoordig als paddestoelen uit de grond schieten, kan het niet anders of ik vind in de nieuwe garde van aandoeningen geheid mijn gading.
Deze laatste ancien ga ik echter eerst nog kort en krachtig afsluiten. Ik zit immers al bijna aan de laatste fase, dus nu zet ik nog even dapper door tot het bittere eind. Het stadium van mezelf wijs te maken dat het opperbest met me gaat, heb ik al achter de rug. Het deel waarin ik overnight compleet mensenschuw wordt, en de eerste die nog maar in mijn richting durft te kijken, laat staan het lef heeft om me aan te spreken, te bellen of te mailen, in koelen bloede zou vermoorden, is een tijdje geleden succesvol ingezet. Het is wel belangrijk dat ik dit nog volhou tot op het einde, anders verloopt het niet geheel correct. De fase waarin ik heelder emmers kan vullen met mijn tranen – het moeten niet altijd verkeerd aangelegde waterleidingen zijn die dat voor hun rekening nemen – hoop ik tegen morgenavond afgerond te hebben. Mijn pogingen om ondertussen met drie woorden per dag rond te komen, en vooral zo weinig mogelijk tegen Maylen, die het dichtst bij me staat, te zeggen, zijn dan op zijn productiefst. Een bezoek aan het duistere, egoïstische eiland waarop alleen ik toegang krijg en waarmee ik de rest van de planeet even buitensluit, is immers een waardevolle traditie die in ere moet gehouden worden. Kaartjes sturen doe ik niet, maar de boot terug naar huis is al in zicht.
Wat me op het cruciale en meest afgezaagde punt brengt, want zelfs de dagen waarop het wonderlijke mirakel van het vastlopen van het brein geschiedt, zijn altijd gelijklopend, wat me nog het meest irriteert aan deze hele routine. Na die laatste, moeilijkste week, hoop ik namelijk altijd op zaterdag snel-snel het tij te kunnen keren, want Der Untergang vindt altijd uitgerekend plaats tijdens een weekend waarop ik op zondag moet werken. Die dekselse zondagen toch. Ik ga ze nog missen, die kapoenen. Ze worden gekenmerkt door een ontwaken met het gevoel dat het niet gaat lukken. Niet het opstaan, niet het douchen, niet het in de auto stappen en niet het tot ’s avonds laat aanwezig blijven op het werk. Het enige wat die uitdaging toch altijd doet slagen, is de wetenschap dat als ik niet ga, iemand anders in de plaats onverwacht op zondag moet werken. En dus ga ik toch, op automatische piloot, in het achterhoofd houdend dat dit waarschijnlijk voorlopig de laatste dag is. Beslissend voor het verdere verloop van zaken, zijn de uren na thuiskomst, wanneer ik een eeuwigheid lig te woelen in bed, af en toe nog eens wat tv kijk in de hoop op wat afleiding, en uiteindelijk helemaal doodverveeld weer uit bed kom, wat ik zonet heb gedaan. Een mens zou er op den duur een award voor willen krijgen, voor zoveel minutieuze standvastigheid.
De beslissing is hiermee gemaakt, waarmee de afronding in zicht komt. Straks, als het weer licht is – zijn we er bijnaah? – ga ik dus even langs bij de dokter om een paar vakantiedagen te kopen aan 20 euro per pakket. Het kleine formaat dit keer, een dag of drie, want ik ging voor de kort en krachtige versie. De schaamte tegenover The One, die ik niet bepaald benijd om met zo’n weinig veerkrachtig vrouwmens samen te leven, zal ik weer even moeten wegslikken. Nog langer wachten leidt immers tot een groter pakket bestellen en dat is geen optie, want ik wil het bescheiden aanpakken. Heel even resetten, in het hoofd en in het lichaam. Even tijd maken om overdag te denken, zodat ik dat niet meer moet doen tot het bijna licht wordt, en ik de nachten weer kan gebruiken om te slapen zoals iedereen. En dan weer back in full force, and no looking back.

* Foto’s van je eigen ouders in hun jonge tijd zijn hilarisch. Vooral als je vader op de foto staat nadat hij net in een doos gekropen is en vervolgens met doos en al achterover gevallen is. 
* Een foto van je moeder in haar twenties die pannenkoeken staat te bakken en er eentje óp de deur doet belanden is evenzeer de moeite.
* Hoe de uitnodiging van Kristels huwelijk, die ze me drie weken geleden gaf, in de alleronderste doos van een overvolle kast die maar eens per jaar geopend wordt is beland, zal ik nooit weten.
* Overal waar we komen, nemen we traditioneel dezelfde pose aan om een foto van onszelf en de locatie achter ons te fotograferen en zo hebben we ondertussen al een indrukwekkende reeks bij elkaar verzameld. Het is absoluut verboden om die foto door anderen te laten nemen, hoe vriendelijk doch hardnekkig ze soms aandringen. My man is a photographer, so back off. De meesten nemen toch maar doffe foto’s van een te grote afstand waar we helemaal opstaan. We willen alleen onze bovenkant erop – niet dat de onderkant niet mag gezien worden – en het moet vanuit vogelperspectief. En niet anders, want dan telt het niet.
* Ik zal me voor eeuwig blijven afvragen waarom er in godsnaam een tang - het werktuig, niet mijn collega – in een doos foto’s beland is.
* Ooit heeft Maylen voor mij ’s ochtends boterhammen gesmeerd en op het zilverpapier met alcoolstift een boodschap geschreven. Ik vond het toen zo leuk dat ik het bewaard heb. Het zilverpapier, that is. Volgens mij is het AN-woord daarvoor aluminiumfolie trouwens, maar dat vind ik minder leuk. Tenzij je het op zijn Engels zegt, eloeminoem.
* In 2006 kostte vier dagen Rock Werchter 135 euro, maar we hebben er zelf geen cent aan moeten uitgeven. Felt like Christmas. And Easter. And my birthday.
* We hadden grootse plannen toen we jong waren, zoals alles achterlaten en emigreren naar Ibiza, een zaak een paar steden verderop overnemen, het huis van een oudtante huren en psychologie studeren via de Open Universiteit Nederland. Geen van allen hebben we doorgezet, maar we zijn telkens toch verbazend close gekomen, zelfs met het Ibizaplan. Wat trouwens nog niet helemaal van de baan is.
* Maylens ex schreef heel dramatische brieven met uitdrukkingen als ‘voor altijd van je houden’ en ‘loslaten’ in één zin. En toch vind ik haar nog altijd even leuk.
* Twee jaar geleden was de affiche van Marktrock een Oude Markt vol groenten. What the fuck??
*Maylens voorlaatste ex moet zowat elke dag van hun relatie een brief geschreven hebben, gaande van één woord, één zin, tot ellenlange epistels. Ze was nog jong, maar ze had toen al een heel mooi en volwassen handschrift. Ik zal nooit aan die vrouw kunnen tippen. Hooguit aan de lokale dokter. Op een goede dag. Met de geschikte pen.
* Mijn moeder schreef, als ik op schoolreis was, elke dag een brief of kaart, en stopte er nog een paar tussen mijn bagage. Het hielp me geen stap vooruit, want ik bleef homesick as hell tot de laatste seconde. Gelukkig hebben ze het me nooit aangedaan om de hel van de Chiro of de scouts te doorstaan.
* Ik heb al heel veel namen gehad op acht jaar tijd, zoals daar zijn: Mie, Woezel, Mormel, Impie, Liefje en Sesje.
* Tijdens mijn examens schreef Maylen elke dag een aanmoedigingsbriefje en maakte er steeds een leuke tekening bij, geheel in het teken van het vak van die dag.
* Er zijn al verbazend veel mensen getrouwd, sommigen weer gescheiden en ouders geworden. Jammer genoeg zijn er ook al meer mensen gestorven dan ik besefte.
* Mijn oudtante schreef met een stift en in een heel grappig, groot en kinderlijk handschrift verjaardagskaartjes toen ze bijna blind was. Mijn moeder doet het nu in haar plaats, en dat is iets minder grappig.
* Door de jaren heen hebben we een heel eigen taal ontwikkeld. Naar het schijnt hebben wel meer koppels een zelf verzonnen babytaaltje. Het moeilijkst te vertalen woord voor buitenstaanders is ongetwijfeld recheu, de meest gebruikte woorden zijn vjoe en biet, en dan hebben we het absoluut niet over eten. Wel als we het over triptrips hebben. Now I’ve come to think of it, dat ga ik morgen eten.
Een mens komt wat tegen als hij na zoveel jaar nog eens zijn herinneringendozen opent. Bij ons heet dat rinneringsdoos trouwens.

Na een halve dag bijstand, tonnen informatie en de nodige aanmoedigingen van eeuwige rots in de branding Sneeuwkoningin, toog ik dapper naar de apotheek, op zoek naar de test waarvan ik hoopte ze nooit te hoeven doen. De twee dichtstbijzijnde apotheken hadden echter op hetzelfde moment besloten om met hun luie kont op een tropisch strand te gaan liggen, gefinancierd door één of ander farmaceutisch bedrijf dat je om de oren slaat met gratis vakanties. Als je apotheek bent en hun producten goed verkoopt, that is. Ok, dit ging niet al te best. Immer gedesoriënteerd als ik ben, was ik ondertussen al verder van het werk verwijderd dan goed voor me is.
Met hangende pootjes keerde ik terug, terwijl ik me toch wel een beetje eenzaam begon te voelen. Zo hoort het niet, dacht ik bij mezelf, helemaal alleen dolend door een stad die ik slecht ken op zoek naar iets waar ik niet naar wil zoeken. De enige collega die ik genoeg vertrouw om zo’n dingen tegen te zeggen en die meteen in de auto zou springen om voor mij op zoek te gaan naar een apotheek die wel begrijpt dat ook tijdens de vakantie mensen hun hulp kunnen nodig hebben, is met vakantie. De dader, die tegelijkertijd toch ook mijn steun en toeverlaat is, zit zich dertig kilometer verderop thuis nietsvermoedend uit de naad te werken om een moordende deadline te halen. Mezelf zwelgend in zelfmedelijden, kwam ik een bord van een dierenarts tegen, wat me toch weer wat hoopvol stemde. De streek is blijkbaar medisch heel goed vertegenwoordigd, dus wie weet kwam ik er toch nog eentje tegen. Nog één straat zou ik proberen, maar dan moest ik echt wel terug. En jawel, ik kwam er eentje tegen. Eentje die, u raadt het al, ook gesloten was.
Stilaan een beetje uit mijn humeur, nog meer, stortte ik meteen mijn hart uit bij de Koningin, die me even goede moed inpompte en me op weg stuurde naar een warenhuis, want daar hebben ze dat uiteraard ook. Goed, nog eens een halfuur spoorloos verdwijnen van mijn werkplek dan maar. Dit keer zou ik mijn kansen in de andere richting wagen, waar een GB zou zijn, die ik uiteraard niet meteen vond. Een bespottelijk kleine Delhaize, dat vond ik wel, een test niet. Een wolkbreuk van jewelste dan weer wel, en dus zat er niets anders op dan nog meer tijd verliezen door wat te staan schuilen. Toen de bui eindelijk min of meer over was, ging het in nog een andere richting, in de hoop de mysterieuze GB te vinden. Daar hadden ze wel nog een test. Eentje. Van een dubieus merk. Helemaal achteraan het bovenste rek, waar ik er net niet aan kon. Fuck it, dacht ik, en zonder me nog iets aan te trekken van de regen, liep ik weer naar buiten. Alwaar ik in de verte het zoveelste groene apothekerskruis bespeurde, dit keer eentje dat licht gaf. Bijna blij nam ik het roze doosje luttele momenten later in ontvangst.
Op het werk trok ik me meteen terug op het toilet en wachtte geduldig tot mijn buurvrouw gedaan had met wat ze moest doen, bang om mezelf anders te verraden door het papiergeritsel. De bijsluiter vertelde me dat ik moest hopen op één paars streepje. Why the fuck laten ze een mens wachten op één paars streepje op een strookje papier waarvan drie vierde al paars is, vroeg ik me af tijdens het wachten. Ik moet beslist eens naar die mensen schrijven om hen te vragen het strookje gewoon maagdelijk wit te houden, zodat een mens niet afgeleid wordt door vals paars. Na vijf minuten was er echter nog steeds geen streepje te zien, na tien minuten evenmin. Oh god, dacht ik in tranen, ik kan niet eens een zwangerschapstest afnemen, hoe moet ik in godsnaam een kind gaan opvoeden of, wat mijn voorkeur wegdraagt, zorgen dat er geen sprake is van een kind?
Ondertussen al drie kwartier niet meer aanwezig aan mijn bureau, zat er niets anders op dan snel weer naar buiten te sluipen en bij een sigaret mezelf te herpakken, om dan, toch wel een klein beetje van de kaart, weer neer te ploffen op mijn stoel. Cos let me get this straight; ik ben een halve dag op pad geweest, ben doorweekt geraakt, mijn kapsel is in een ondefinieerbare massa herschapen en ik ben twintig, in deze tijden van armoede heel kostbare, euro’s kwijt, en ik weet nog altijd helemaal niks, nada, noppes. Behalve dan dat ik naar huis wil. Nu. Ik wil naar huis, ik wil naar huis, ik wil naar huis.

Ik heb weer zo één van die dagen. Iedereen kent ze wel in één of andere variant. Je merkt op het werk weer eens dat je Kuikens soms gewoon dom en lui zijn. Je hebt al een paar dagen rugpijn en voelt je grieperig, maar dapper as ever sleur je je ellendige lijf toch nog naar de fitness waar het nog wat meer afzien is. Bij thuiskomst merk je dat de wederhelft verzuipt in het werk, wat op zich goed is, maar op dat moment vooral inhoudt dat er geen eten is waardoor je, na twaalf uren van huis te zijn weggeweest, na 8 uur ’s avonds nog wat inventief aan de slag moet met restjes en andere trash. Als je een uur later dan gehaast de afwas wil doen, wil opruimen en al wat voorbereidend werk voor de volgende dag wil doen, laat je met je verstrooide kop een paar kasten openstaan die de fretten met plezier helemaal leeghalen. De nog verstooidere man van je leven heeft ondertussen de kattenbak wel leeggemaakt, maar hem uit de kooi en de monsters in de kooi gelaten met alle gevolgen vandien. Terwijl je je fossiel van een laptop al opstart en terwijl je snel nog wat anders doet aangezien dat ritueel ondertussen al een klein kwartier in beslag neemt, besluit Grote Broer – inderdaad, er heeft nog altijd maar één van de frettenjongen een naam – zich ermee te moeien. Nadat je fossiel eerst tien minuten dienst weigert en vervolgens nog eens aan zijn opstartritueel van een kwartier begint, merkt je dat je niet op internet kan.
Je ziet de tijd verder tikken en je vraagt je af hoe je het in godsnaam allemaal ooit bolgewerkt moet krijgen. Ik bedoel, je weet het écht niet, want je beseft dat je maar minder als twee weken meer hebt om een rotvrijgezellendag te organiseren, en in die twee weken geen weekend meer voorkomt. Want terwijl iedereen een lang weekend viert, zit je zelf op vrijdagavond laat op het werk, niettegenstaande het feit dat dat de dag is dat je je halve oude badkamer zou moeten afbreken zodat er op zaterdag vlekkeloos kan overgeschakeld worden op de nieuwe douche. Als je niet nog meer leidingen en wc’s terug moet uitbreken, met dank aan de Bob de Verkloters die blijkbaar niet de moeite hebben gedaan om de leidingen fatsoenlijk op elkaar aan te sluiten, waardoor we na een brand nu ook op het nippertje ontsnapt zijn aan een paar rotte, doorweekte muren. Na zaterdag verbouwdag is het meteen door naar zondag werkdag, wat ook geldt voor de rest van de week. Waarna het eindelijk D-day is en het vrijgezellenprobleem eindelijk van de baan is. En dan is het in één rechte lijn naar het huwelijk zelf twee weken later, waarvoor je ook nog een heleboel te regelen hebt, want één of andere traditionele idioot heeft klaarblijkelijk uitgevonden dat op het feest zelf ook nog één of ander dom spel moet gespeeld worden, maar diezelfde scumbag heeft het wel nagelaten je minstens een jaar op voorhand daarvan te waarschuwen.
En dan ineens, on the edge of a nervous breakdown, zijn de tranen niet veraf en vraag je je af hoe je ooit je vakantie, die op de dag van het huwelijk begint, gaat halen, en kan je alleen maar hopen dat je hysterie te wijten is aan PMS, dan is dàt probleem toch al van de baan. Zucht.