Maandelijkse archieven: juli 2008

“Het doet echt veel deugd om daar eens over te praten, ik heb altijd het gevoel dat ik de enige ben die er zo over denkt, maar blijkbaar toch niet”, zei Sieglinde gisteravond na afloop van ons gesprek. Sieglindes IQ swingt de pan uit, er komt werkelijk geen einde aan de intelligentie van dat wonderkind. Naast de ‘gewone’ talen die we allemaal wel spreken, spreekt zij ook nog eens een paar talen als pakweg Russisch, en zelfs in haar moedertaal hanteert ze woorden die niemand anders kent, laat staan gebruikt. Ze heeft een passie voor internationale betrekkingen en heeft al de halve wereld afgereisd. Haar reisverhalen gaan, in tegenstelling tot die van de gewone mens, niet over pittoreske kleine dorpjes, leuke shoppingadressen of lekkere barmannen, maar over de politieke en economische pijnpunten ter plaatse. Zelfs van de landen waar ze nog niet geweest is, kan ze die moeiteloos aanhalen, waarna ze er snel even bij vermeldt hoe ze het dan wel zouden moeten aanpakken, met het gemak alsof ze iemand uitlegt hoe je aardappelen moet koken. Ze had dan ook als zevenjarige al de ambitie om secretaris-generaal van de Verenigde Naties te worden, en als je het mij vraagt, ze gaat er op een dag nog in slagen ook. Ze is dus niet bepaald wereldvreemd, zoals je wel vaker ziet bij wandelende encyclopedieën, die wel hele lijsten van feiten, die ze netjes van buiten geleerd hebben, kunnen opsommen, maar niet veel verder komen als dat. Zo niet bij haar; ze bezit een stevige dosis gezond verstand en is verbaal zo sterk dat ze met het meest uitgestreken gezicht en ijzig kalm alle argumenten van een luid roepende, hysterische manager manager weerlegt tot die met de mond vol tanden staat en met de staart tussen de poten afdruipt. Ze is amper 25, onze prodigy des huizes.
Telkens ze me aanspreekt, slaat de schrik me dan ook om het hart. Ik mag er niet aan denken dat ze begint over de immense discrepanties tussen de Angolese en Congolese regering, of ineens in een Nederlands begint te praten waar ik een woordenboek moet bijhalen. Wanneer Maylen, wiens begaafdheid ook hoger ligt het gemiddelde, weer eens één van zijn lumineuze, doch behoorlijk moeilijk uitvoerbare ideeën heeft, voel ik de vraagtekens al eens boven mijn hoofd zweven, in een gesprek met haar gaan ze op een dag nog eens actualy zíchtbaar worden, I’m tellin’ ye.
Gisteren, we hadden allebei avonddienst, was het nog eens tijd voor een beproeving, die wonderwel uiterst aangenaam is uitgedraaid. Wat was begonnen als een luchtige conversatie – zou ze met opzet haar niveau wat verlagen? – waarbij ze toonde welk huis ze op het oog had – op dat gebied heb ik een streepje voor op haar, oef – , evolueerde al snel naar een gesprek over Het Leven en hoe mensen er tegenaan kijken. Ok, let’s talk people. I can do that, slaakte ik een zucht van verlichting. Ze vertrouwde me toe dat ze het gevoel had stil te staan in haar leven, waarna ze opsomde dat het ene bevriende koppel ging trouwen, het andere aan kinderen begon en een derde net een huis gebouwd had. “En Willems koopt een paar schoenen, en that’s it”, omschreef ze haar eigen stilstand met het soort humor dat eigen aan haar is, en bij momenten zo droog is als brood dat al drie weken in een onafgesloten zak ligt. 
“Zo mag je dat niet bekijken”, orakelde ik, en met een groeiend enthousiasme luisterde ze naar mijn betoog over hoe je iemand anders rekening niet moet maken op basis van feiten. Ik illustreerde het met een voorbeeld van hoe ik me soms niet gewoon voel stilstaan, maar bijna achteruit gaan. Want terwijl iedereen rondom mij ‘even door Canada gaat trekken’ of ‘een maandje Australië gaat doen’, moet ik het hebben van spotgoedkope of helemaal geen vakanties, en zelfs dan nog is het moeilijk om elke maand weer zonder financiële kleerscheuren door te komen. Ik had me mijn leven, zo vlak voor mijn dertigste en bijna tien jaar aan het werk, toch net wat anders voorgesteld, want het na al die tijd nog net zo moeilijk hebben om rond te komen als in het begin, was wel het laatste wat ik verwacht had.
Maar er is ook de andere kant van het verhaal, want ik mag dan niet veel verder gekomen zijn dan eens drie weken naar de Westcoast, ik moet in deze tijden, waarin zelfs met twee iets kopen of bouwen quasi onmogelijk is, niet meer aan die ontmoedigende zoektocht beginnen. Als Maylen ooit beslist me te verlaten, hoef ik op geen enkel vlak compromissen te sluiten, en zal ik al niet met de zorg van uitkopen, leningen overnemen en alles verdelen te maken krijgen. Wanneer over een paar jaar mijn huis helemaal in orde is, kan ik het verhuren of verkopen, en zal ik eindelijk al die reizen kunnen maken waar ik al jaren van droom.  “Altijd zorgen dat je het in je eentje kan redden mocht het nodig zijn, en dat je tegen niemand ‘merci’ moet zeggen”, heeft mijn moeder er altijd ingedrild, en ik heb die heel wijze raad netjes opgevolgd.
Dus laat je niet verblinden door wat een ander op het eerste zicht allemaal lijkt te hebben, ook zij hebben hun zorgen en problemen”, besloot ik mijn betoog. “Naar de buitenwereld toe leid ik een picture perfect leventje; vriend, huis, auto, werk, maar hey, ook ik huppel niet fluitend door de dagen hoor”.
Het was pas vanochtend dat ik besefte dat ik zelf niet toepas wat ik predik. Zelfs iemand die de wereld aan haar voeten kan hebben – kennis is macht, weet je wel – heeft blijkbaar zo haar onzekerheden en bekommernissen, terwijl ik me jarenlang heb laten verblinden door het perfecte leven dat ze volgens mij leidde, dankzij haar eindeloze intelligentie, waar ik een moord voor zou begaan. We hebben dus allebei wat van elkaar geleerd tijdens ons gesprek. Alleen zag zij het direct, en had ik er een nachtje slaap voor nodig. Oh well, zij is dan ook de hoogbegaafde van de twee, het zou maar erg zijn als ik het sneller doorhad als haar.

Ik ben een beetje gestorven vannacht. Op de lekkerst mogelijke manier. Na acht jaar met dezelfde man de lakens te delen, gaat seks nog altijd in stijgende lijn. Awesome.

Ik was mijn verleden kwijt. De jaren waarin ik met beste vriendin Kristel de klas op stelten zette en we er toch in slaagden om de lievelingetjes van de leerkrachten te blijven. De tijd waarin we de liefde van ons leven tegenkwamen en een tijdje later bij elkaar uithuilden met gebroken harten. De keren dat we samen naar Ibiza gingen en daar zo duchtig de bloemetjes buitenzetten dat we bij thuiskomst vijf dagen quasi onafgebroken sliepen om onze schade in te halen. De bijnamen die we iedereen gaven, zoals ‘Arend de Pinguïn’, ‘Lijkje’, ‘Lomp & Stom’ en ‘De Lullige Tweeling’.
Samen hebben we voor duizenden heerlijke anekdotes gezorgd, die ons meer dan tien jaar later nog altijd aan het lachen kunnen maken. Ik had een paar van dat soort herinneringen nodig, nu haar vrijgezellenavond er zit aan te komen. Alleen, ik was ze kwijt. Mijn hele studententijd, mijn tienerjaren, het leek alsof het er nooit geweest was. Zoals mensen die een ongeluk hebben en zich achteraf niets meer herinneren, zo leek mijn hele verleden van vóór de Big Crash in rook opgegaan, en de enige aan wie ik het kon vragen, mag nog van niets weten.
Wanneer de nood het hoogst is, is de redding echter vaak nabij. Net toen ik me hopeloos begon af te vragen of ik in die tijd misschien een dagboek bijhield, kwamen er weer wat herinneringen naar boven. Als stukken wrakhout die na het zinken van het schip de oppervlakte van het water terugvinden, kwamen beetje bij beetje kleine stukjes verleden weer naar boven, het ene stukje meegesleurd door het andere.
Ik was mijn verleden kwijt, maar ik heb het gelukkig teruggevonden. Ik ga ze zorgvuldig bewaren nu, die kleine stukjes, want ze zijn best wel kostbaar.

Waar mijn immer voorziende brein zich toevallig gisteren nog afvroeg whatever happened met ‘de stokskes’, vond ik er zonet één in de bus. Een beetje een vergiftigd geschenk, dit exemplaar, want je krijgt er weliswaar een award door én je mag je favorieten eens in de bloemetjes zetten, je moet  daarvoor ook een keuze maken tussen al die plaatsen waar je zo goed als dagelijks binnenspringt in de hoop nieuw, altijd boeiend leesvoer te vinden. En laat keuzes maken nu niet mijn favoriete bezigheid zijn. Voor de goede zaak doe ik echter graag eens een effort,  dus bij deze: mijn zeven opperfavorieten op een rijtje.

  • Hij is een meester in het beschrijven van de kleine kanten van de mens en het leven en houdt iedereen in de ban met de vraag of het nu fictie of bittere realiteit is, en zo ja, hoe het afloopt. Mensen, gebeurtenissen, plaatsen, hij beschrijft het allemaal zo treffend als stond men zelf op de eerste rij. De man van wie het zonde is dat hij geen boeken uitbrengt: Guillaume de Montségur.
  • Een dame die altijd weet te boeien door haar intrigerende persoonlijkheid en haar originele kijk op de zaken. Het leven van deze foxy lady heeft bij wijlen, mede dankzij haar koning, een hoog soapgehalte, waardoor het immer spannend blijft en een portie drama nooit veraf is. De wereld schuift soms onder haar voeten uit, maar uit haar heel vlotte, aangename schrijfsels blijkt telkens weer wat een stevige rots ze is. Als ik zeg dat ik haar niet alleen een award, maar ook zo snel mogelijk dat kleine prinsje of prinsesje waar ze zo naar verlangt gun, weet iedereen meteen over wie ik het heb: ons aller Sneeuwkoningin!
  • Een wel heel straffe madam die een beetje vanalles doet, en het allemaal even voortreffelijk doet. Er is niets waarover ze niét iets kan schrijven, en zelfs al was er niets, dan schreef ze nóg, zonder maar een moment aan kwaliteit in te boeten. Haar schaamteloze en zelfzekere manier van schrijven maakt elk stuk weer even heerlijk als het vorige, met als kers op de taart haar kortverhaal, waarvan er hopelijk nog volgen: Lentesneeuw.
  • Een verfrissende kijk op het leven van alle dag door een bruisende twintiger die haar eerste stapjes in carrière- en autoland zet en ons nauwgezet op de hoogte houdt van al haar leuke uitstapjes, bekommernissen en ontelbare vrolijke buien. Elke keer als de pc aangezet wordt, is zij mijn eerste stop, omdat haar lezen bijna hetzelfde is als bijpraten met een vriendin over diens laatste nieuwe avonturen. Just chillin’, just catchin’ up, just Saartje!
  • Mij luidop doen lachen met enkel wat neergetypte woorden, er zijn er uitzonderlijk weinig die daarin slagen. Deze lukt het wel, en bovendien blijft ze verrassen met haar wel heel uitzonderlijke existentiële levensvragen. Ze behoort dan ook absoluut tot mijn favoriete top 7:  Eikebah.
  • Ook hier spat de humor ervan af, en daar hou ik wel van. Hoewel ze al jaren schrijft, is het nog altijd een raadsel wie ze écht is, want ze bewaakt de grens koetjes en kalfjes – privé met de strengheid van een belastingcontroleur zonder toch ooit om schrijfstof verlegen te zitten. Een hele kunst, waar ze steevast wonderwel in slaagt. Haar crib is er eentje om jaloers op te zijn, haar talenten nog meer: Lilith.
  • Een man, een wereldstad, een blik backstage bij een cosmeticagigant. Need I say more? Voor de meeste vrouwen onders ons waarschijnlijk niet, maar toch doe ik het. Omdat een blitse levensstijl alleen niet genoeg is om een vlammende blog te maken. Daarvoor heb je nodig wat Wouter in overvloed in huis heeft: een onnavolgbare schrijfstijl, de gave om het begrip beeldspraak ten volle te benutten en een stevige dosis humor. Mijn bewondering voor wat hij doet, is mateloos, en daarom een dikke proficiat voor het relatief nieuwe Cosmeticsbackstage!

[De spelregels:

  1. De winnaars mogen het logo plaatsen
  2. Plaats een link naar degene van wie je de Award hebt gekregen
  3. Stuur de Award naar tenminste 7 andere bloggers, die door hun actualiteit, thema's en designs opvallen
  4. Zet de links van deze sites op je blog
  5. Laat een berichtje achter op de betreffende blog]

Voor het tot me doordrong dat om geneeskunde te studeren toch wel een bepaald niveau van intelligentie en een jaar of zeven hard labeur vereist zijn, wou ik een arts zonder grenzen worden en het leven van de minder fortuinlijken onder ons aan de andere kant van de wereld een beetje draaglijker maken. Telkens ik erover nadenk hoeveel voedsel, dat niet aan onze belachelijk hoge normen voldoet, verspild wordt, wens ik dat ik op een dag rijk genoeg zal zijn om wekelijks heelder vliegtuigen naar Afrika in te leggen, waar ze meer dan gelukkig zouden zijn met de resten, waar eigenlijk niets mis mee is, van onze wegwerpmaatschappij. Het is een dure, maar in de grond eigenlijk heel simpele droom: wat wij hier teveel hebben, gewoon naar hen, die er te weinig van hebben, brengen.
Want ik kan echt niet geloven dat ik op deze wereld gezet ben om mijn dagen te slijten in het jachtige perswereldje, waar het nieuws van vandaag van levensbelang is, terwijl het morgen alweer in de vuilnisbak ligt. Menig depressie heb ik overgehouden aan de lege vluchtigheid waarmee we hier leven. De zinloosheid van dit alles - werk zoeken waardoor je net je rekeningen kan betalen, tegen de tijd dat je compleet afgeleefd bent op pensioen gaan en een paar jaar later schielijk overlijden zonder iets essentieels gedaan te hebben - valt me van tijd tot tijd zo zwaar dat ik moet teruggrijpen naar een snoepje dat begint met P en eindigt met rozac.
Op zo’n momenten voel ik altijd de bijna onweerstaanbare drang om zowat alles achter te laten en naar Afrika te verhuizen. Om zij die het nodig hebben te helpen, maar ook om mezelf te helpen. Door terug naar de essentie van het leven te gaan, en al de rest – de juiste jeans van 7 For All Mankind, de iPhone die aanbeden wordt als was hij God himself, het internet waar je honderden vriendschappen sluit waarvan er hooguit twee waardevol te noemen zijn, de laatste nieuwe Mini – radicaal overboord te gooien. Want in de grond hebben we die dingen helemaal niet nodig. We denken dat ze ons gelukkig maken, maar eigenlijk zijn ze maar pleisters op de wonden die in onze geest geslagen worden door de oppervlakkigheid waarmee we leven. We denken de leegte te kunnen opvullen met de laatste nieuwe gadgets, maar het helpt altijd maar voor even, waarna we nog meer willen en onszelf opnieuw verliezen in dingen die er eigenlijk helemaal niet toe doen, helemaal over het hoofd ziend in welke kleine, mooie hoekjes het échte geluk schuilt.
Naar Afrika gaan en, als het even kan, het leven daar wat beter te maken, al is het maar voor één iemand, is dus een droom die bijna even oud is als ikzelf. Het ziet er niet naar uit dat ik het de eerstvolgende vijftig jaar zo groots zal kunnen aanpakken als ik het zou willen, maar, zoals mijn vader me vroeger af en toe met mijn voeten weer op de grond zette: eerst leren stappen voor je probeert te lopen. En het is tijd om de eerste stapjes te gaan zetten. Eén iemand heeft mij, en Maylen, de laatste duw gegeven die nodig was om onze ene voet voor de andere te zetten en te beslissen om eind volgend jaar een maand naar Zuid-Afrika te gaan.
De bedoeling van het opzet is, naast gewoon het land te ontdekken en eindelijk eens een grote reis te maken, dat Maylen een fotoboek maakt van de contrasten van een plaats die men weleens omschrijft als de hele wereld in één land, eventueel aangevuld met mijn neergeschreven verslag van onze tocht. Hoe internationaler we dat boek nadien aan de man kunnen brengen, hoe beter uiteraard. Want met de opbrengst ervan gaan we geen meubels van Natuzzi of een zwembad bekostigen, maar een project steunen of misschien zelf oprichten dat echt een verschil maakt voor hen die ginds niet de weg naar voedsel, medische hulp of onderwijs vinden.
De laatste tijd is halfweg de maand mijn loon al op en ik weet amper hoe ik mijn rekeningen en de lopende verbouwingen moet blijven betalen. Om een maand alles achter te laten, zal ik bovendien wat tijdskrediet moeten opnemen, wat nog minder inkomsten betekent. Vanuit die situatie op anderhalf jaar tijd een paar duizenden euro’s - want dat kost een maand Zuid-Afrika al snel, zeker als er nog een paar camera’s, lenzen en een nieuwe laptop voor nodig zijn -  bij elkaar sparen, is schier onmogelijk.
Maar verdomd, ik ga het onmogelijke mogelijk maken. Ik ga lopen op het water, als het moet. Als we het nu niet doen, doen we het nooit. Na deze verbouwingen wachten er nog andere. Daarna is één van ons misschien toe aan een nieuwe auto, waarna één van onze ouders zwaar hulpbehoevend wordt en we de volgende acht jaar niet ver of lang van huis kunnen ‘voor het geval dat’. Het is nooit het goede moment, maar eigenlijk is het altijd het goede moment. Dit is iets wat ik zo graag wil doen slagen dat ik een verlangen, een energie en een wilskracht voel die al onze problemen op weg naar het verwezenlijken van die droom gewoonweg van de baan zal wàlsen. Concrete opties en manieren hebben we nog niet gevonden. Waarschijnlijk zullen we op zoek moeten gaan naar BV’s en sponsors om onze kosten te dekken zodat we toch nog een mooie opbrengst overhouden, maar dat moet dan maar. Want dit is iets wat ik moét doen. Nu. Voor mij. Voor ons. Voor hen.

[Foto: Kevin Carter, hongersnood in Soedan, 1994. Het ondervoede kind kruipt naar een voedselkamp van de Verenigde Naties, een kilometer verderop, terwijl een aasgier wacht tot het kind sterft om het kadaver op te eten. Meteen na het nemen van de foto vertrok de fotograaf, en niemand weet of het kind het gehaald heeft. Carter won met dit beeld de Pulitzer Prize, maar pleegde drie maanden later zelfmoord.]

Ik ben een vat vol fobieën, maar mijn merkwaardigste is ongetwijfeld mijn tenenfobie. De benaming van de ziekte die zo ongeveer één op zes miljard treft heb ik, u raadt het al, zelf verzonnen. Ze klopt ook niet helemaal, want bij dat woord denkt een mens al snel aan taferelen van een Nina die ineens haar tenen in de gaten krijgt en compleet hysterisch ‘Oh my god, them giant monsters are gonna attack me!!’ gilt. Dat is echter niet het geval. Ik vertrouw ze wel, die tenen van me. Wat ik niet vertrouw, is alles wat in hun buurt komt. Eigenlijk zou ik dus beter kunnen spreken van een tenenomringendeobjectenfobie. Maar geen kat die dat nog kan volgen, en aangezien ik de queen of laziness ben, hou ik het graag kort. Tenenfobie it is.
De symptomen zijn legio. In de grond van de zaak komt het erop neer dat ik niet kan verdragen dat iets of iemand hen aanraakt. Behoorlijk moeilijk in een wereld waar er van een mens verwacht wordt dat hij schoeisel draagt bij het verlaten van de woning. Het heeft dan ook tot mijn vijfentwintigste geduurd voor ik mij in puntige schoenen waagde. Ik vond het verschrikkelijk eng in het begin, maar op een paar jaar heb ik een bewonderenswaardige weg afgelegd, met als ultieme bewijs de pumps die ik onlangs kocht en, nog een stapje verder, de pumps met open teen die ik me een paar weken later aanschafte. En nee, het is niet mijn gewoonte om om de paar weken schoenen te kopen, for the record, die twee paar moést ik gewoon hebben. Al de rest eigenlijk ook, maar meestal laat ik ze braafjes staan. Het blijft echter nog steeds erg moeilijk en zulke dingen moeten met uiterste voorzichtigheid aangetrokken worden. God forbid dat er iets mijn tenen of nagels aanraakt, of, oh horror, tussen mijn tenen komt.
Zo lijd ik nog steeds onder het trauma van een incident dat ik overleefde als vierjarige. Bij het aantrekken van mijn schoenen, kwam mijn hele voet zoals het hoort terecht in mijn schoen. Behalve mijn kleine teentje. De rand van de schoen zat tussen tussen mijn kleine teen en zijn buur. Ik was er de rest van de avond niet goed van, en zelfs nu nog reageer ik fysiek op die herinnering met tenen die ik zou willen intrekken in mijn voet, hopend dat ze misschien nooit meer terug tevoorschijn komen, en een maag die letterlijk omdraait. En dat gebeurt regelmatig. Elke keer als ik iemand zijn tenen zie aanraken, iemand zijn schoenen zie aantrekken, ik mijn teennagels moet knippen of ik ‘moeilijke’ schoenen moet aantrekken, basically. Televisie kijken is dan ook een gevaarlijke bezigheid, je weet nooit wanneer iemand plots beslist gefilmd te worden wanneer hij één van deze activiteiten uitvoert. Evenals steeds op de foto botsen van het existprofiel van één van mijn collega’s hier die gelooft dat er in de lente witte vlokjes uit de lucht vallen. Wat ik haar niet eens kan kwalijk nemen, met het klimaat dat zo overhoop ligt de laatste tijd.
Sokken zullen bijgevolg ook nooit mijn beste vrienden worden. Ik begrijp dan ook niet waarom ze de vorm hebben die ze hebben. Aan de kant van je kleine teen zit je steevast met een opgefrommeld hoopje stof dat niet opgevuld wordt, en daar gruwel ik van. Nieuwe sokken moeten dus eerst voorzichtig ingelopen worden, met de nodige fysieke ongemakken, tot ze min of meer de vorm van mijn voet aangenomen hebben. En die vorm moeten ze dan ook levenslang behouden. Ik moet de enige ter wereld zijn die van elk paar een linker- en een rechtersok heeft. En zo geschift is.
But I can’t help myself, het is écht zo erg dat ik elke keer mijn maag bij elkaar voel krimpen, ik verzin het écht niet en ik wil er écht vanaf. Maar ik wil er vooral zo weinig mogelijk aan denken, aan die akelige kleine kopietjes van mijn vingers. En eens ergens een lotgenoot vinden, misschien. Dan zou ik me veel minder alleen op de wereld voelen. Ofzo.

Als het Belgische weer niet voor een stralend blauwe lucht zorgt, dan doen we dat gewoon zelf. Het bespreken van de ergernissen, het gebrek aan teamwork en het ontbreken van communicatie hebben de donderwolken verdreven. Het moeilijkste, rekening houden met elkaars verzuchtingen en de voornemens naar de status van daden verheffen, moet nog komen. Maar dat zal lukken, dat staat als een paal boven water. Been there, done that. Meerdere malen. En ja, tóch blijven we ons aan die rotsteen stoten. Het is een zware, die we niet zomaar van ons pad gerold krijgen, maar op een dag keilen we hem de ravijn in. Want wat mijn relatie met The One betreft, is opgeven geen optie.
Toen ik om 5 uur vanochtend nog steeds klaarwakker was, besloot ik om het nog maar een extra uurtje uit te zingen en dan een telefoontje te plegen naar de eerste collega die op het werk aankwam om te melden dat ze vandaag niet op mij moeten rekenen. Vandaag claim ik, gewapend met laptop, boeken en dvd’s, het bed. De héle dag.

http://patc.skynetblogs.be, 18/07/08, 01:14:23

“Wat doe je, als je met de liefde van je leven even wil praten over een verandering waar je voor staat die voor beiden erg moeilijk zal worden, en hij het weglacht, zelfs nadat je herhaaldelijk hebt benadrukt dat je  er serieus over wil praten? Wat doe je, als je langs je neus weg en zo voorzichtig mogelijk een ergernis van jaren voor de tweede keer in datzelfde aantal jaren bovenhaalt, en voor de tweede keer de wind zwaar van voren krijgt? Wat doe je, als je dat wat je al heel lang beseft, namelijk dat je one je ziet voor iemand die je helemaal niet bent, ineens klaar en duidelijk in your face gemept krijgt? Wat doe je, als diegene tegenover wie je met geslepen messen staat, komt aandraven met zweverige en kinderlijke argumenten waar zelfs Einstein geen zinnig antwoord op vindt wegens té belachelijk en volledig naast de kwestie? Wat doe je, als je je eigen argumenten en behoeftes aanhaalt, en je in je gezicht wordt uitgelachen? Wat doe je, als diegene die je het beste kent in de hele wereld, zienderogen verandert in iets waarvan je misschien niet wil dat hij het wordt? Wat doe je, als je als een donderslag bij heldere hemel ineens beseft hoe weinig je doorgaans tegen hem zegt, om de gevreesde reactie, die volledig buiten proportie is, te vermijden? Wat doe je, als een aanzienlijk deel van je relatie bij nader inzien een leugen blijkt te zijn? Wat doe je, als je je in de steek gelaten voelt door die ene waarvan je had gehoopt dat je altijd op hem kon rekenen, no matter what? Wat doe je, als je je tot in het diepst van je ziel vernederd, uitgelachen en gekleineerd voelt door de enige waarvan je bijna zeker wist dat hij je nooit zou pijn doen? Wat doe je, als je de lelijkste kant ziet bovenkomen van iemand waarvan je dacht dat hij de puurste en mooiste mens ter wereld was? Wat doe je, als je merkt dat het voor hem niet eens de moeite is om nog maar een half uur wakker te liggen van het feit dat hij net de zogenaamde liefde van zijn leven in het diepst van haar hart geraakt heeft met een mes waar zelfs een blok beton nog maar moet naar kijken om al in tweeën te splijten? Wat doe je, als de wereld plots onder je voeten verdwijnt en je niet meer weet wat je van je relatie moet denken? Wat doe je, als je even niet in de buurt van je beste vriendje kan zijn omdat je je te gekwetst voelt om nog maar met hem in dezelfde ruimte te vertoeven?
Je optrekken aan de woorden “This too shall pass”, hopend dat het in dit geval op de crisis en niet op de relatie slaat, voor het eerst in zes jaar op de sofa slapen en hopen dat morgen je nek niet te pijnlijk en je ogen niet te opgezwollen zijn. Fortunately, when it comes to hope, I have low standards.”

Aangenaam, ik ben Nina en ik heb een woelige nacht achter de rug. Dat wordt mijn nieuwe stekje hier ongetwijfeld ook.