In de categorie Merkwaardige Vaststellingen. Ik krijg de laatste tijd regelmatig te maken met iets waar 99,9% van de bevolking heel slecht op zou reageren. Mij laat het koud, ik zie er geen graten in. ‘Als er geen problemen voorhanden zijn, dan mààk je er gewoon’, lijkt wel het levensmotto van  Serotto, maar  met dat ene ding waar iedereen een probleem van zou maken, heb ik geen moeite. 
Toch doe ik alsof ik het erg vind, steeds opnieuw. Omdat het er nu eenmaal ingebakken zit dat je daar kwaad of gekwetst door zou moeten zijn.  Omdat het abnormaal is om dat normaal te vinden. Omdat op dat moment de stem van de maatschappij het lijkt over te nemen van de stem van mijn hart.
En dat terwijl op dat moment niet de maatschappij, maar alleen maar diegene die het dichtst bij mij staat mijn stem kan horen. Funny. Maar ik trap er wel niet meer in vanaf nu. Voilà.

“Ik heb een geheim!!!” brulde ik, en nog voor mijn verstand wist waar ik mee bezig was, had mijn snep het hele geheim in geuren en kleuren uit de doeken gedaan. Oi.
Het was dan ook een geheim om heel, heel fier op te zijn, want maar een handvol mensen kennen het, terwijl aan de rest van de wereld een vieze, vuile leugen als the truth, the whole truth and nothing but the truth verkocht werd. Zeg nu zelf, wat heeft een mens eraan in zo’n bevoorrechte positie te zitten terwijl niemand dat mag weten? Dat smeekt gewoon om het aan die ene mens te vertellen waarvan je weet dat hij het tien minuten later toch al vergeten is en het niet eens zou kunnen verder vertellen, al zou hij willen. Toch?

90112672

Hij was al een paar keer gevallen, mijn frank. Ik moet alleen gevonden hebben dat ik rijk genoeg was, want ik heb hem altijd laten liggen en ben doorgewandeld. Vandaag ben ik eindelijk eens blijven staan, heb mij gebukt en die frank eens een paar keer rondgedraaid alvorens hem weer op te rapen.
Al meer dan tien jaar probeer ik iets te verwerken. Of dat maak ik mezelf toch wijs, dat ik echt probeer. Er gewoon over nadenken brengt namelijk niet veel zoden aan de dijk, maar dat was het enige wat ik ermee aankon. De laatste jaren ondernam ik wel actie, al was die actie compleet verkeerd. Ik stelde mezelf steeds opnieuw bloot aan hetzelfde soort situatie dat al het leed in de eerste plaats veroorzaakt had. Ik zou mezelf wel eens bewijzen dat ik geen trauma had, dat ik de boel perfect onder controle had. Geen vuiltje aan de lucht, toch? Doelbewust zocht ik het gevaar steeds weer op, en steeds nam ik grotere risico’s. Even verwoestend als onwetend. In plaats van te zoeken naar de juiste zalf en die er op te smeren, nam ik steeds weer een mes om de wonde nog eens lekker open te snijden, liefst elke keer net iets dieper dan de vorige. Cos we all love the taste of blood, right?
Daarnet, terwijl ik mijn spiegelbeeld strak in de ogen keek, begon het me eindelijk te dagen. Ik hoef dat soort situaties helemaal niet op te zoeken. Duizenden mensen kómen niet eens in die situatie, omdat het gewoon niet nodig is, en ik heb daar zelf ook niets te zoeken. Ik hoef mij eigenlijk helemaal niet te bewijzen. Noch aan mezelf, noch aan een ander. Het enige wat ik moet, is genezen. Is loslaten. Wel voor mezelf, nog steeds niet voor een ander.
Verdomme, verdomme, verdomme. Wat heb ík slecht voor mezelf gezorgd zeg. Wat heb ìk mezelf mishandeld. Iets wat ik mijn ergste vijand nog niet zou aandoen, heb ik wél ontelbare keren mezelf aangedaan. Godver zeg. Wat zou ik graag dat kleine, gekwetste meisje vastnemen en zeggen dat het ok is nu. Dat die grote, stoere chick die haar altijd tegen haar zin meesleurde in al dat gruwelijks onmetelijk veel spijt heeft dat ze haar dat aangedaan heeft, en dat ze zal proberen dat nooit meer te doen. Fuck.

[Off the record: net als ik dit wil posten, draaien ze hét lied bij uitstek dat me doet terugdenken aan de periode van Het Trauma. What are the odds.]

Is er iemand die toevallig mijn leven effe wilt lenen? Liefst per twee aanmelden, want alleen krijgt ge alles niet gedaan. Ik ook niet.

Ik ben daar niet zo voor, mensen die mij voor voldongen feiten plaatsen. Maar als de sidekick uit het niks beslist “We vieren nieuwjaar in Amsterdam,” dan doe ik niet liever dan gewoon braaf ja knikken. Fuck it, dat ze hun geforceerde familiefeesten zonder mij vieren, wij muizen er onderuit. En als ik volgend nieuwjaar in Barcelona kan vieren, noem ik mezelf vanaf 1 januari 2011 een wereldburger, dat staat zo..werelds. Ha!

Ik heb het helemaal gehad met die bende onverlaten die zich op vier poten door huis en tuin voortbeweegt. Ze maken er namelijk een sport van om onnozel te beginnen doen op het moment dat ik naar mijn werk moet vertrekken. Gisteren besloot de kat last minute alles wat ik haar vijf minuten eerder te eten had gegeven op de kast achter te laten. In die tijdspanne van vijf minuten waren de twee fretten al, terwijl ik hun kattenbak leegmaakte, naar een andere kamer getrippeld om daar, netjes naast elkaar gezeten, dat wel, één en ander achter te laten. Het is maar dat ze hele dagen niets anders te doen hebben dan te slapen, eten tot zich te nemen en daar weer afstand van te doen. Moet dat toch wel juist gebeuren op het moment dat hun bak twee minuten niet beschikbaar is, zeker. Het is als gepensioneerden die op zaterdag het werkvolk de gordijnen injaagt door juist dan te gaan winkelen.
Het hele stel was zo druk bezig met de spijsvertering dat geen kat – ha! – de muis had opgemerkt die ondertussen een opmerkelijk rustige wandeling maakte door de keuken. Ik heb ze dan zelf maar gevangen, ah ja, de rest had belangrijker zaken aan zijn hoofd, of achterste, de niksnutten.
Vanochtend hoorde en voelde ik dan weer iets verontrustends toen ik een deur opende en wou binnenstappen. Jawel, ik stond in een gele plas, gelukkig niet op blote voeten. Er is een vaag vermoeden van de dader, maar zolang ik hem niet op heterdaad betrap, kan ik weinig beginnen. Behalve alles opkuisen en de zin om iedereen bij zijn nekvel te grijpen en definitief buiten te smijten onderdrukken.
Al moet ik toegeven dat ik zelf ook niet al te best bezig ben. Er prijkten drie gemiste oproepen van de wederhelft op het scherm van mijn gsm bij het opstaan. Het was pas toen ik aan de mascara was, dus na het douchen, aankleden, tandenpoetsen en wat nog meer, dat het me begon te dagen. Halverwege de nacht heb ik hem weten aankomen van zijn trip, maar het feit dat hij tot in de slaapkamer is geraakt, gaat vermoedelijk niet mijn verdienste geweest zijn. Ik heb dan wel de achterdeur losgelaten – de andere huissleutel is tijdelijk in het bezit van de logé -, de gangdeur heb ik, uit gewoonte, wel op slot gedaan. Oeps.
Benieuwd wat hij heeft moeten doen om de logé wakker én zover te krijgen dat die beneden gaan kijken is wat er gaande was, terwijl ik in een halve coma lag. Ik zal het ongetwijfeld horen straks, als ik om 16:00 gedaan heb met werken, terwijl ik eigenlijk helemaal niet om 08:00 moest beginnen vandaag, zoals ik verkeerdelijk dacht. Hmpf. Het zal wel beteren, zeker?

balenciaga4

Ergens vorige week slaakte ik een kreet die het hele Twitterlandschap op zijn grondvesten deed daveren. Ik zag twee mensen vlak na elkaar exact dezelfde, een overigens veel gemaakte, spellingsfout maken. Dat op zich is, zoals ondertussen geweten, reden voor mijn hart om onderwerp te zijn van een kleine verzakking. Als het dan nog door twee leerkrachten (van dezelfde school!) gebeurt, is het hek helemaal van de dam. Ik nam me stellig voor de volgende dag eens haarfijn uit te leggen hoe het nu juist zat met die regel. Echter, het leven, a.k.a. de moeder met haar te opereren maag – sinds een paar uur terug thuis en haar al overeten, of wat dacht je – kwam ertussen en van die voorgenomen post kwam niets terecht. Gisteren zag ik de fout nog eens de revue passeren, in een tijdschrift nog wel, en toen wist ik: de wereld heeft nood aan een duidelijke uitleg hieromtrent. Bij deze:
Er zijn twee manieren om een sacoche te aanbidden. “Ik aanbid u, Balenciaga” of “Ik aanbid uw Balenciaga.” In het eerste geval zou het kunnen zijn dat meneer doktoor vindt dat ge een klein probleemke hebt, namelijk het aanspreken van dingen, wat in onze cultuur vrij tot zeer not done is. Gezien het hier over spelling, en dus schrijven gaat, is het eigenlijk nog erger, want dat wilt zeggen dat ge brieven schrijft naar uw sacoche. Het positieve van de zaak is wel dat ge juiste brieven schrijft, want ge spreekt – of schrijft – ze aan met u-zonder-w, zoals het hoort bij een aanspreking. Als ge zo bekakt bent om zelfs als niemand anders, buiten uw sacoche, u kan horen of lezen, nog met je en jou te spreken of schrijven, is dat dus “Ik aanbid jou, Balenciaga,” jou-zonder-w.
Ge kunt ook zeggen “Ik aanbid uw Balenciaga,” voor de bekakten “Ik aanbid jouw Balenciaga”. In dat geval zijt ge iets minder mentaal uitgedaagd, maar hebt ge nog steeds een probleem: De Sacoche Der Sacochen is dan wel in uw buurt, ze is niet van u. Dan behoort ze uw vriendin toe, die ge dan beter niet meer ziet, want als ge zelf geen Balenciaga hebt en uw vriendin wel, dan is die vriendin gewoon een trut. De u-met-w en jou-met-w wijst namelijk op een bezit.
“Loopt met uw Prada’s maar door die plas, dat kan geen kwaad” *gniffel* en “Ik vind uw Burberry zo cliché,” *steek* versus “Die Bottega van u ga ik komen pikken nadat ik u gedrogeerd heb, sloerie” en “Die Fendi staat u niet half zo goed als mij, biatch” dus. Voor de mannen: het werkt ook als ge de Balenciaga vervangt door Maserati of Matinique of whatever gets you going.
Allee, en nu allemaal goed oefenen, want morgenavond rond deze tijd overhoring. En dat ik het niet meer zie he, zo’n kemels!

Ge komt wat tegen vantijd. Zoals toen die keer, gewoon een uur geleden eigenlijk, dat ik, terwijl de sidekick weer een paar dagen in Amsterdam  vertoefde, op restaurant zat met een kerel die ik nog geen week kende, waarvan hij al een halve week bij ons woonde. Omdat mijn sidekick, die hij toch al wel de volle vijf weken kende, de meest logische leek om bij te crashen nadat zijn madame hem buitenzette.
Grappig vind ik dat, zo’n situaties. Of om het in marginale, oldskool Marinataal te zeggen: fars. Haha.

Om tot aan het bureau van De Nina te komen en het begrip te aanschouwen, heb je een badge nodig om een paar deuren te openen, en liefst een lift die werkt. Deze week was dat laatste, ondanks tussentijdse reparaties, maar twee keer waarheid, en we zijn nog maar donderdag. Wie er lang genoeg werkt, raakt daar wel aan gewend, die lift is, zonder overdrijven, élke week wel een dag buiten strijd. Helaas is daar ook de eindeloze trap, die je liever niet neemt, en al helemaal niet als verstokt roker.
Het is dus niet zo makkelijk om tot bij mij te raken als je geen collega bent. Ik zit daar veilig verstopt voor vreemde meneren enzo. Echter, vandaag stond er plots toch een vreemde meneer naast mij, die alle obstakels wist te overwinnen als was hij MacGyver – wie kent die nog?? – en ineens opdook vanuit de trappenhal. Hij kwam recht op mij afgelopen en sprak me aan met mijn volledige naam en al. Dat is schrikken, zoiets. Neem daarbij het feit dat de dag nog niet zo heel ver gevorderd was in mijn niet zo uitgeslapen wereld, en u krijgt een vaag idee van wat die vreemde meneer te zien kreeg: een schaapachtig starende Nina die het hoorde donderen in Keulen en niet verder kwam dan de mond wat laten open vallen.
Gelukkig hield dat donderen op toen hij een grote omslag op mijn bureau legde. Dit kon maar één vreemde meneer zijn, en wel diegene van wiens blog ik grote fan ben. We raakten aan de praat en voor ik het wist, werd er op een dag de eerste omslag op het werk afgeleverd. In die omslag de eerste versie van zijn boek en de vraag of ik het wou nalezen. Want, lieve menschen, ik heb een hoofd om aan te vragen schrijfsels allerhande na te lezen. (note to self: begin daar geld voor te vragen!) Ik ben nochtans heel toevallig in het perswereldje beland, en heb daar geen opleiding whatsoever voor, dus aan mijn doorgedreven kennis of ervaring zal het niet liggen. Het zal mijn haat jegens spellingsfouten zijn die van mijn gezicht af te lezen valt ofzo.
Anyways, vandaag lag er, geheel onverwacht, versie twee op mijn bureau te blinken. En uit de mond van de vreemde meneer de vraag of ik nog eens wou lezen. Met veel plezier haal ik binnenkort dus weer de rode pen boven – nee, er schuilt allesbehalve een schooljuf in mij, laat dat duidelijk zijn – en wanneer ik die heb neergelegd, zal Maylens boek ook bijna liggen wachten om nagelezen te worden.
En dààrna, dààrna, begin ik aan mijn eigen boek. Godganse dagen met een shiny witte laptop op mijn Spaans terras, en maar schrijven. Voor de echtheid kweek ik mij dan een alcoholverslaving aan enzo. Wel wat sneu dat ik daar – het boek, niet de verslaving – al jaren van droom, maar nog altijd geen onderwerp heb gevonden om een boek mee te vullen. Misschien is vreemde meneren met na te lezen boeken wel een ideetje.

P1060123

Mevrouw Serotto? Die is een uurtje geleden op de recovery aangekomen, ik zal eens checken of jullie erbij kunnen. Ja hoor, dat is in orde, ga maar naar het operatiekwartier, om 19:45 komt er iemand alle bezoekers halen en mogen jullie haar een kwartiertje bezoeken.”
Wat volgde was een combinatie van tien minuten marteling en tien minuten het gevoel van een kind dat zo meteen Toys ‘R’ Us binnen mag. Marteling vanwege een praatzieke vrouw die er geen graten in zag dat niet alleen haar dochter, maar heel Gasthuisberg hoorde dat ze naar een opendeurdag geweest was. En wat voor ne schonen agenda dat ze had. Oh, en of de dochter er al de communies van de klein mannen kon in schrijven. Kind aan de speelgoedwinkel omdat ik compleet helemaal kick op behind the scenes toestanden, en dit al mijn tweede was vandaag. Nu ben ik al wel drie keer op de recovery geweest, maar daar herinner ik me niets meer van. Rumour has it dat ik daar ooit iemand een mep in het gezicht verkocht, en ik zal daar op dat moment wel een grondige reden voor gehad hebben, alleen kan ik me ook dat niet meer herinneren. Damn you, verdoving. Must have been quiet a show.
“Mevrouw Serotto? Loop maar door, jullie krijgen zo meteen een schort en een haarnet, en dan wijst iemand jullie waar ze ligt.” We volgden de rest van de schuifelende bezoekers en ik ontdekte dat dat nogal op de lachstuipen werkt, stil en bedrukt moeten doen om niet uit de triestige plantentoon te vallen terwijl uw vader naast u met een haarnet staat. Op zoek naar afleiding gaf ik mijn ogen goed de kost behind the scenes, en achter het eerste gordijn zag ik al direct een bekend gezicht. Alleen sperde dat gezicht de ogen open zoals het nog nooit gedaan had, en zag ik twee handen uitgestrekt naar ons. “Ah, je hebt ze al gevonden, ga maar hoor.”
“Ik had ulle direct herkend zene, ik ben al goe wakker,”
viel ze met het gordijn in huis terwijl ze onze handen beetnam. “Ik zen al goe zene, ik heb gene zeer of niks!” (spert ogen zo mogelijk nog wat verder open) “Ah da’s goe!” “Wat heb ik hier?” (grabbelt in het rond) “Uw maagsonde, en uw zuurstof.” “En wat is dat hier allemaal achter mij?” (drukt hoofd helemaal achterover in het kussen) “Dat zijn uw baxters, wel zes! En nog twee pottekes bloed ook.” “Ja? Waar? Ik zen al goe zene, ik heb gene zeer of niks!’ (grabbelt nog is naar onze handen)  “Wat heb ik hier?” “Dat zijn die plakkers van uw hartmonitor, blijft daar maar af.” “Ze zijn wel een uur bezig geweest aan mijne rug voor die pijnpomp, moete mijne rug is zien?” (probeert zich recht te trekken aan de spijlen van het bed) “How ma, blijft ma liggen, we zullen daar in de week wel is naar zien!” “Jama ik zen al goe wakker zene, en gene zeer he!” “Ah nee, de verpleegster heeft al is op uw pijnpomp komen duwen daarjuist.” “Wat heb ik hier?”  (grabbel grabbel) “Heb ik ne snotneus?” “Neeje, dat is uw sonde en uw zuurstof, dat zit in uwe neus. Moete snutten?” “Neeje.” “Blijft daar dan maar af, da mag daar sebiet al uit, over een uur moogde al naar uw kamer.” “‘t Wachten is gedaan mannekes, we zijn ervan af. En gene zeer he!” “Goed he! Zijde ni mottig?” “Nee zene, ik zen goe. Hebde uwe kodak bij?” “Ja, moet ik ne foto trekken?” “Ja!” “Pa, doet die gordijn is wa meer toe da ze da ni zien.” *miihii bewijs op foto van mijn aanwezigheid achter de schermen* “‘t Wachten is gedaan mannekes!” “Jaja, en sebiet moogde al naar uw kamer he!” “Ah ja want ik zen wakker he! Wat heb ik hier?” “Uw sonde en uw zuurstof, Alzheimerke, ge zijt precies nonkel Toinke, dieje vertelt ook alles acht keer na mekaar.” “Ja?” “Ja. Oei, ze doen teken, we zullen voort moeten. Slaapt nu maar in ene trek door tot morgenvroeg, en daarna is papa er al terug he.” “Morgenvroeg??” “Neeje, op de middag, maar gij moet nu slapen tot morgenvroeg zeg ik.” “Jama ik zen wakker zene. Allee, tot morgen he!” (doet iets met zwevende handen dat hoogstwaarschijnlijk de beste imitatie was van wat een écht wakkere mens zwaaien zou noemen) “Salu he!” “Jow!”
Zó doet ge dus, een uur nadat ze in uw lijf gesneden hebben. Onnozel. Ik begin zo te vermoeden dat ik indertijd éérst een mep heb gekregen van een geërgerd publiek, voor ik mijn mep verkocht. Maar daar zijn natuurlijk geen bewijzen van.